Geen sprake is van de ‘enkele omstandigheid’ dat de verdachte zich als bonafide verkoper heeft voorgedaan. Door gebruikmaking van o.a. een professioneel ogende websites heeft verdachte bewust de valse hoedanigheid van bonafide professionele verkoper aangenomen en “listige kunstgrepen” gebruikt.

Gerechtshof Den Haag 17 november 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3256 In artikel 326, eerste lid Sr is als oplichting strafbaar gesteld – voor zover voor deze zaak relevant en kort weergegeven - hij die, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, iemand beweegt tot de afgifte van een goed door gebruik te maken van één of meerdere oplichtingsmiddelen. Als oplichtingsmiddelen worden in het artikel genoemd: het aannemen van een valse naam, het aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels.

In het algemeen kan worden gezegd dat het in zaken zoals de onderhavige vaak neerkomt op de vraag of kan worden vastgesteld dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van één (of meer) van de in artikel 326 Sr opgesomde oplichtingsmiddelen en zo ja, of ook uit het dossier naar voren komt dat degene die aangifte heeft gedaan is bewogen tot het overmaken van geld door het gebruik van die oplichtingsmiddel(en).

Het hof overweegt dat deze zaak bestaat uit een groot aantal aangiftes. Deze aangiftes zijn allemaal online gedaan. Het online aangifteformulier biedt de aangever de mogelijkheid om de aangifte in eigen bewoordingen te omschrijven. Hierbij wordt de aangever niet uitgenodigd, aan de hand van concrete vragen, om specifieke informatie te verschaffen die is toegespitst op de relevante (bestanddelen van een) delictsomschrijving. Dit levert aldus aangiftes op die op onderdelen – bijvoorbeeld met het oog op het voornoemde bestanddeel ‘bewegen tot’ - geen of slechts summier informatie bevatten.

In de onderhavige zaak stelt het hof niettemin op basis van de (overige) inhoud van het dossier de navolgende feiten en omstandigheden vast.

De verdachte heeft op 16 januari 2013 bij de politie een verklaring afgelegd, onder meer inhoudende:

Ik besloot in maart 2012 een webwinkel te beginnen. Ik heb de webwinkel onder de naam . zelf gebouwd en op het web gezet. Daarna kreeg ik klanten. Ik zag dat ik via deze weg niet snel aan geld zou komen. Ik besloot daarom een andere weg te kiezen. De weg van oplichting. Ik gebruikte daarvoor verschillende manieren. Een klant bestelde via de webwinkel een artikel, meestal een laptop of een mobiele telefoon. De klant betaalde op mijn rekening en ik leverde bewust niet het artikel, ik leverde bewust een verkeerd artikel of ik leverde bewust een nepartikel. De klant reageerde via de e-mail of telefoon en werd vervolgens door mij aan het lijntje gehouden. Op deze wijze kreeg ik snel veel geld binnen.

Het hof merkt op dat niet bij alle aangiftes een screenshot is gevoegd van de betreffende webpagina of een duidelijke omschrijving is gegeven van de website waarop iets is besteld danwel de advertentie op marktplaats waarop is gereageerd. Bij een paar aangiftes is dat echter wel het geval.

Op grond van de verklaring van de verdachte, het gegeven dat de verdachte bij iedere aangifte is te linken aan de communicatie en het daarop volgende betalingsverkeer tussen hem en de betreffende aangever, de anderszins aanwezige parallellen tussen de verschillende aangiftes (bijvoorbeeld de periode waarbinnen de bestellingen hebben plaatsgevonden en de aard van de bestelde producten), acht het hof aannemelijk dat alle aangevers een soortgelijke website dan wel advertentie hebben gezien, waarna zij ertoe zijn overgegaan om een bestelling te plaatsen.

Uit het dossier blijkt dat er op de website danwel in de advertentie in de meeste gevallen een Apple iPhone werd aangeboden en in andere gevallen een smartphone van een ander merk, of een laptop of iPad. De prijzen die daarvoor werden gevraagd waren gezien de marktwaarde van de betreffende producten aan de lage kant.

Bij het aanbieden van de goederen is een aantal mededelingen te lezen:

  • dat kon worden gekozen voor een type toestel, bijvoorbeeld een iPhone 4s met 16, 32 of 64 GB, en wit of zwart van kleur;
  • dat het een (tijdelijke) actie betrof;
  • dat het een 100% origineel product betrof;
  • dat het product was of werd geïmporteerd uit de Verenigde Staten en nog beperkt in voorraad was;
  • dat geld terug kon worden gegeven indien het product niet goed was;
  • dat het product werd aangeboden door iemand die bedrijfsmatig handelde, met de bedrijfsnaam;
  • (in geval een BTW-factuur werd verstuurd:) dat de aanbieder stond geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;
  • in het geval van de websites werd een KvK-nummer vermeld;
  • en dat - veelal - kon worden betaald via een “betrouwbaar” betalingssysteem zoals iDEAL, PayPal en Molly Payments.

Na de bestelling heeft de verdachte per e-mail een professioneel ogende orderbevestiging of factuur naar de klant gestuurd. Deze e-mail ondertekende hij vaak met zijn naam en de vermelding ‘directeur’. Voorts heeft hij, als eerder overwogen, veelvuldig met aangevers gecommuniceerd om de indruk in stand te houden dat alles in orde was.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide verkoper – die in staat en voornemens is zijn verplichting na te komen – het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep op (vgl. HR 15 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1177, HR 13 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4320 en HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8638).

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat in casu geen sprake is van de ‘enkele omstandigheid’ dat de verdachte zich als bonafide verkoper heeft voorgedaan. Er is méér. Door gebruikmaking van professioneel ogende eigen websites met (naar het hof aanneemt: bewust door de verdachte als zodanig gekozen) voor aangevers vertrouwenwekkende namen, zoals . en van advertenties, met gedetailleerde technische- en prijsspecificaties van de aangeboden (hoogwaardige) producten, de mededeling dat het een actie betreft en het gebruik van een bedrijfsnaam, het gebruik van BTW-facturen die een bedrijfsmatige activiteit suggereren hetgeen wordt versterkt door de vermelding van een KvK-inschrijving en professionele en betrouwbaar geachte betalingsdiensten en -intermediairs, heeft de verdachte naar het oordeel van het hof wel degelijk bewust een “valse hoedanigheid”, te weten de valse hoedanigheid van bonafide professionele verkoper aangenomen en “listige kunstgrepen” gebruikt. De vertrouwenwekkende aard, het aantal en het elkaar versterkende karakter van de diverse onware mededelingen, alsook het gegeven dat deze tot particuliere personen waren gericht, maken dat verdachtes handelingen, tezamen genomen, naar het oordeel van het Hof (tevens) moeten worden gekwalificeerd als een “samenweefsel van verdichtsels”. De verdachte heeft door zijn handelwijze bedrieglijk misbruik gemaakt van een op internet geldend handelspatroon waarvan een aan aflevering voorafgaande betaling onderdeel vormt, met een daaraan verbonden specifieke rolverwachting van de deelnemers.

Het hof acht het aannemelijk dat bovengenoemde gedragingen van de verdachte, tezamen en in onderling verband bezien, er in bepalende mate aan hebben bijgedragen dat de aangevers in de waan werden gebracht met een bonafide verkoper van doen te hebben en zij aldus werden bewogen tot de afgifte van geld.

Het hof concludeert dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem tenlastegelegde oplichtingen en veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf  van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar en een werkstraf van 200 uren.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF