EHRM: Uitlatingen van openbaar ministerie in strafzaak tegen rechter waren niet in strijd met de presumptie van onschuld

EHRM 29 mei 2012, nr. 39820/08 en 14942/09, Shuvalov v. Estonia

Klager in deze zaak is een rechter die ervan wordt beschuldigd dat hij in een strafzaak tegen een aantal zakenlieden, een van de verdachten om smeergeld heeft gevraagd in ruil voor een gunstige uitspraak.
Tijdens de strafprocedure tegen de rechter heeft de openbare aanklager persberichten uitgebracht en heeft hij een aantal publieke verklaringen gedaan in kranten en op televisie.
Rechter Shuvalov wordt door de nationale gerechten schuldig bevonden en veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenisstraf. Hij start een procedure tegen de openbare aanklager omdat zijn onschuldpresumptie zou zijn geschonden door de publieke verklaringen die aanklager tijdens de strafrechtelijke procedure tegen hem heeft gedaan. De nationale gerechten wijzen zijn vordering af en stellen dat de verklaringen van de openbare aanklager dienden om het publiek te informeren over een zaak van algemeen belang.
Klager wendt zich tot het Hof en klaagt over een schending van zijn onschuldpresumptie onder artikel 6 EVRM.
Het Hof overweegt dat de onschuldpresumptie van groot belang is voor een eerlijk proces zoals neergelegd in de Conventie. Echter, gezien de context waarin deze verklaringen werden gedaan, was het voor eenieder duidelijk dat de persberichten slechts beschreven waarvan verdachte beschuldigd werd (en niet dat zijn schuld al vast stond). Het Hof constateert dat, hoewel bepaalde delen van de persberichten zorgvuldiger geformuleerd hadden kunnen worden, de berichten in hun geheel niet kunnen worden beschouwd als beweringen waarin de schuld van Shuvalov al vast stond voordat het nationale gerecht zich erover had gebogen. Voor wat betreft de verklaringen die openbare aanklager heeft afgelegd in de media, overweegt het Hof dat dit gaat om citaten die al eerder gebruikt waren in de persberichten. Ten slotte stelt het Hof dat de belangstelling voor deze zaak in de media al bestond voordat de openbare aanklager zijn verklaringen aflegde.
Het Hof concludeert dat de onschuldpresumptie van klager niet is geschonden en daarmee is er geen sprake van een schending van artikel 6 EVRM.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF