Eerste Kamer verwerpt voorstel om ondermijning door maatschappelijke organisaties tegen te gaan
/De Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo) is in de huidige vorm van tafel. Op 24 maart 2026 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel met grote meerderheid verworpen. Alleen de fracties van VVD, PVV, SGP en JA21 stemden voor, goed voor slechts 17 van de 75 zetels. Daarmee komt voorlopig een einde aan een wetgevingstraject dat ruim vijf jaar geleden begon en dat zijn oorsprong vindt in het parlementaire onderzoek naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) uit 2020. Het is overigens niet de eerste keer dat de Eerste Kamer een wetsvoorstel over 'ondermijning' terugwijst. In mei 2025 werd de Wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties al verworpen. Opmerkelijk, en wat ons betreft noemenswaardig.
Wat beoogde de Wtmo?
Het wetsvoorstel, in november 2020 ingediend door het kabinet-Rutte III, moest meer transparantie brengen over buitenlandse geldstromen naar maatschappelijke organisaties in Nederland. Concreet zouden stichtingen, verenigingen, kerkgenootschappen en buitenlandse rechtspersonen desgevraagd inzicht moeten geven in ontvangen donaties van buiten de EU of de Europese Economische Ruimte. Stichtingen zouden bovendien verplicht worden hun balans en staat van baten en lasten te deponeren bij het Handelsregister. De burgemeester, het Openbaar Ministerie en andere aangewezen overheidsinstanties zouden de bevoegdheid krijgen om gericht navraag te doen naar die buitenlandse giften. Na een nota van wijziging vielen ook binnenlandse donaties binnen het bereik van het voorstel. Politieke partijen bleven buiten schot.
De aanleiding was het eindverslag (On)zichtbare invloed van de POCOB, waarin werd vastgesteld dat met name Golfstaten als Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit en Qatar een rol spelen in de financiering van maatschappelijke en religieuze instellingen in Nederland. Achter die financiering schuilt volgens de commissie niet zelden invloed die erop gericht is onzichtbaar te blijven.
Het debat: eens over het doel, verdeeld over het middel
Tijdens het plenaire debat op 17 maart met minister Van Weel van Justitie en Veiligheid tekende zich al af dat het wetsvoorstel het moeilijk zou krijgen. De senatoren waren het in grote lijnen eens met de regering dat ondermijning van de rechtsstaat moet worden tegengegaan. Tot zover geen verschil van inzicht. De vraag was of dit wetsvoorstel daarvoor het juiste instrument is, en daar liepen de meningen uiteen.
Een aantal punten keerde in het debat steeds terug. Ten eerste de proportionaliteit: staat het middel in redelijke verhouding tot het doel? Ten tweede de uitvoerbaarheid: zowel burgemeesters als het OM hadden aangegeven de wet niet goed te kunnen uitvoeren en handhaven. Ten derde het begrip 'ondermijning' zelf, dat volgens meerdere Kamerleden onvoldoende was afgebakend. Senator Veldhoen wees er bijvoorbeeld op dat het begrip kan leiden tot willekeur in de handhaving. Senator Beukering benadrukte dat niemand voorstander is van ondermijning van de democratische rechtsstaat, maar dat het gaat om de juridische kwaliteit van de wet.
Noemenswaardig is de bezorgdheid die meerdere senatoren uitspraken over de bevoegdheid van de burgemeester om donatiegegevens op te vragen. Volgens senator Veldhoen past dat niet bij de bevoegdheid van de burgemeester om de openbare orde te handhaven. Bovendien ontbrak een laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsgang tegen een informatieverzoek van de burgemeester. Is dat niet een wezenlijk punt wanneer je navraag wilt doen bij een kerkgenootschap of moskee?
De minister: stevige waarborgen
Minister Van Weel betoogde dat er al geruime tijd zorgen bestaan over buitenlandse beïnvloeding van maatschappelijke organisaties in Nederland. Het gaat niet om goede doelenorganisaties, niet om organisaties die kritisch zijn op de overheid, maar om geldstromen die een risico kunnen vormen voor de democratische rechtsstaat. Met de amendementen uit de Tweede Kamer lag er volgens de minister een duidelijk en gekaderd voorstel. Na het debat bood hij nog een factsheet over de waarborgen en checks and balances aan, maar ook dat bleek onvoldoende om de senaat te overtuigen.
Een patroon?
Wie de verwerping van de Wtmo naast die van de Wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties in mei 2025 legt, ziet een terugkerend thema. In beide gevallen bestond brede overeenstemming dat ondermijning van de democratische rechtsstaat moet worden bestreden. En in beide gevallen bleek het wetsvoorstel onvoldoende te overtuigen, met name vanwege zorgen omtrent proportionaliteit, de vaagheid van het begrip 'ondermijning' en de mogelijke inbreuk op grondrechten. Bij de Wtmo leefde daarnaast de vrees dat de wet te breed zou kunnen worden ingezet, niet alleen tegen religieuze organisaties maar ook tegen protestgroepen of andere maatschappelijke organisaties.
Het is een interessante vraag hoe het kabinet nu verder gaat. Sommige Kamerleden spraken de hoop uit dat de minister snel met een nieuw voorstel komt. PwC signaleerde dat het vooralsnog onduidelijk is of het wetsvoorstel een vervolg krijgt. Voorlopig verandert er niets voor bestuurders van stichtingen, verenigingen of andere maatschappelijke organisaties.
Tot slot
Het is bepaald niet onbegrijpelijk dat de wetgever zicht wil krijgen op buitenlandse geldstromen die de rechtsstaat kunnen ondermijnen. De POCOB heeft destijds niet voor niets een verontrustend beeld geschetst. Tegelijkertijd laat de Eerste Kamer met de verwerping van twee wetsvoorstellen over ondermijning binnen een jaar zien dat zij haar rol als chambre de réflexion serieus neemt. De boodschap lijkt helder: niet alleen het doel, maar ook de juridische kwaliteit van de wetgeving doet ertoe. Of het kabinet met een aangepast voorstel komt dat wel aan de bezwaren tegemoetkomt, moet worden afgewacht. Wij volgen het met belangstelling.
