'Eenvoudig (schuld)witwassen'

Nederland kent inmiddels al weer geruime tijd strafbaarstellingen van witwassen. De reikwijdte van die strafbaarstellingen heeft vooral op twee punten aanleiding gegeven tot nogal wat jurisprudentie van de Hoge Raad. Het eerste betreft de eis dat het wit te wassen voorwerp afkomstig moet zijn uit enig misdrijf. De relatie tussen het voorwerp en een misdrijf staat volgens de Hoge Raad voldoende vast als het ‘niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is’. Die regel is verwoord in HR 13 juli 2010, NJ 2010/456. Een rechtstreeks verband met een specifiek misdrijf behoeft, zo volgt uit deze formulering, niet te worden bewezen. Het tweede punt, dat in deze bijdrage centraal staat, betreft de situatie waarin het voorwerp afkomstig is uit een misdrijf dat de witwasser zelf heeft gepleegd. De vraag of het voorhanden hebben van uit eigen misdrijf verkregen geld witwassen kon opleveren, werd de Hoge Raad expliciet voorgelegd in HR 2 oktober 2007, NJ2008/16, m.nt. M.J. Borgers.

Lees verder:

 

Dit artikel kunt u enkel raadplegen indien u bent geabonneerd op het Tijdschrift Delikt en Delikwent. 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF