OM eist gevangenisstraf, beroepsverbod en geldboete voor monstertruckzaak

Maandag en dinsdag, 14 en 15 maart 2016, stonden de chauffeur van de monstertruck en de Stichting Sterevenementen (SSH) voor de rechtbank in Almelo. Hen wordt dood door schuld en het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld verweten, artikel 307 en 308 Sr. Het Openbaar Ministerie Oost-Nederland eiste tegen de chauffeur een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden, een beroepsverbod van 10 jaar en tegen de SSH een voorwaardelijke geldboete van 25.000 euro. Tijdens het evenement AutoMotorSportief in Haaksbergen op 28 september 2014 reed op het Stationsplein een monstertruck na een stunt het publiek in. Drie mensen kwamen te overlijden en meerdere mensen raakten (zwaar) gewond.

Grove schuld

Volgens het OM is er sprake van grove schuld. Aan beide partijen kan onvoorzichtig en laakbaar gedrag worden verweten bij het omgaan met de veiligheid ter plaatse en de getroffen  maatregelen in combinatie met de stunt. De chauffeur wordt ook het niet adequaat handelen tijdens de stunt verweten. Hij zou onvoldoende gedaan hebben om het voertuig tot stilstand te brengen. De kern van de verwijten is dat de stunt, zoals deze daar werd uitgevoerd, niet veilig was. De parkeerplaats aan de Stationsstraat was veel te klein om een dergelijke stunt met deze ‘hoge’ snelheid uit te voeren. De veiligheidsmarge was zo klein dat er maar heel weinig mis hoefde te gaan om een groot ongeluk te veroorzaken.

Overmacht?

In het onderzoek is ook gekeken naar de vraag of er sprake is van overmacht bij de chauffeur. Zijn er externe factoren die buiten de schuld van deverdachte om een rol hebben gespeeld bij het ongeval en dus zouden kunnen leiden tot straffeloosheid.

Uitgebreid technisch onderzoek aan de monstertruck heeft twee opmerkelijkheden opgeleverd. Op beelden van het ongeluk valt op dat de achterwielen niet ingestuurd zijn ten tijde van het ongeval. Bij proeven meer dan een maand na de stunt haperde de stuurinrichting. Het is echter niet waarschijnlijk dat de stuurinrichting ook tijdens de stunt heeft gehaperd; uit beelden van voor het ongeval en proeven direct na het ongeval is gebleken dat de stuurinrichting toen wel werkte.  “Maar in feite is dit een vraagpunt van zeer beperkte relevantie. Het insturen van de achterwielen is immers helemaal niet noodzakelijk voor het schadevrij afronden van de bocht voor het publiek langs”, aldus de officier van justitie. “Uit berekening van de draaicirkel van de truck blijkt dat ook zonder gebruik van de achterwielaansturing de truck, weliswaar op marginale afstand, voor het publiek langs kon rijden.”

Er werd gesproken over het gaspedaal dat zou zijn blijven hangen door een glassplinter die in de gas-inrichting terecht zou zijn gekomen. Uit onderzoek blijkt dat er geen enkele aanleiding is om te veronderstellen dat een eventuele glassplinter van invloed is geweest op de toevoer van het gas bij het ongeval.

De officier spreekt in zijn requisitoir ook over het voorzien van eventuele gebreken. Zowel de chauffeur als zijn technische hulp hebben aangeven dat er regelmatig mankementen aan de truck optreden tijdens en na stunts. “De chauffeur realiseert zich dat wel, maar handelt er totaal niet naar. Hij zorgt niet voor de juiste ruimte en extra veiligheidsmaatregelen. Hij neemt het risico, hij denkt ‘het zal wel goed zitten’”.

Stichting Sterevenementen Haaksbergen

Het vervolgen van de Stichting Sterevenementen Haaksbergen heeft veel vragen opgeroepen. De stichting deed immers niet meer dan haar best en ging uit van de expertise van het gecontracteerde bedrijf, ook ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid van het publiek. Echter op een organisator van een evenement als AutoMotorSportief rust ook een grote eigen verantwoordelijkheid. Als aanvrager van een vergunning dient zij de gegevens en stukken te verschaffen die voor de gemeente nodig zijn om een beslissing te nemen over de vergunning.

Dat geldt in het bijzonder voor informatie die de veiligheid van belangstellenden voor het evenement raakt. Bij het contracteren van het bedrijf van de monstertruck heeft de stichting weinig aandacht besteed aan veiligheid. Ze hebben zich niet laten informeren over de daadwerkelijke uitvoering van de stunt, ze hebben zich niet bekommerd over de veiligheidsmaatregelen, ze hebben zich niet op voorhand laten informeren over bestaande regels aangaande soortgelijke evenementen en ze hebben de gemeente buiten spel gezet door hen niet van adequate informatie te voorzien.

Het gebrek aan aandacht voor veiligheid was geen onwil. Het bestuur van de stichting bestaat uit vrijwilligers met een beperkte kennis van de risico’s die met een dergelijk evenement zijn gemoeid. Het OM realiseert zich dat, daarom zijn de bestuurders in kwestie niet persoonlijk vervolgd. Voor de stichting als organisator met eigen verantwoordelijkheden is dat wezenlijk anders. Organisatoren van gevaarlijke evenementen zijn in die zin verantwoordelijk voor de veiligheid van bezoekers, bij onvoldoende zorg kan dat ook strafrechtelijke consequenties hebben.

Impact

Het ongeval heeft onvoorstelbare gevolgen gehad voor heel veel mensen. Er zijn drie dodelijke slachtoffers te betreuren, 24 mensen zijn zwaar gewond geraakt en er zijn meerdere mensen licht gewond geraakt. Daarnaast zijn er veel toeschouwers die voor hun ogen familieleden en bekenden gewond zagen raken en voor wie dat zonder twijfel een traumatische ervaring is geworden.

Strafeis

Alles afwegende komt de officier van justitie tot een strafeis van 18 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de chauffeur en een beroepsverbod van 10 jaar voor zijn werk als stuntman en een voorwaardelijke geldboete van 25.000 euro voor de SSH. De officier van justitie: “De verdachten hebben de gevolgen nooit gewild, maar tegelijkertijd in zekere zin wel kunnen voorzien. Ze worden daarom vervolgd voor een schulddelict. Ik vind het verwijt dat gemaakt kan worden stevig, heel stevig. Veiligheid onderaan de lijst van prioriteiten, zowel bij de chauffeur als bij de SSH.”

Rol gemeente

Voor de gemeente Haaksbergen (en/of betrokken gemeenteambtenaren) geldt dat deze niet kunnen worden vervolgd ten aanzien van specifieke overheidstaken, waaronder ook het verlenen van vergunningen valt. Vanwege deze strafrechtelijke immuniteit van de overheid en haar ambtenaren heeft het OM geen recht om te vervolgen.

Bron: OM

 

Print Friendly and PDF