Gasflessen (drukhouders) & etiketteringsvoorschrift

Hoge Raad 8 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:878

Feiten

Het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte op 28 februari 2012 wegens overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 5 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, opzettelijk begaan, veroordeeld tot een geldboete van € 1125 waarvan € 575 voorwaardelijk.

Verdachte heeft cassatie doen instellen. Mr. V.Q. Vallenduuk, advocaat te Zaandam, heeft een schriftuur ingezonden houdende twee middelen van cassatie.

Eerste Middel

Het middel richt zich met rechts- en motiveringsklachten tegen het oordeel van het Hof dat elke afzonderlijke drukhouder een gevaarsetiket diende te dragen.

Beoordeling Hoge Raad

Het Hof heeft vastgesteld dat een chauffeur in dienst van de verdachte met een vrachtwagen 29 in een kooi geplaatste drukhouders met propaan en/of butaan heeft vervoerd waarvan 7 nog gedeeltelijk waren gevuld en niet voorzien van een gevaarsetiket.

Voor de beoordeling van het middel gaat het meer in het bijzonder om de uit het ADR (Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route) volgende verplichting dat "elk voorwerp of elke stof, opgenomen in tabel A van hoofdstuk 3.2" bij het vervoer over de weg is voorzien van een etiket zoals nader vastgesteld in randnummer 5.2.2.1.1 van bijlage A bij het ADR. Propaan en butaan zijn in genoemd hoofdstuk 3.2 vermeld als gevaarlijke stoffen. Voor lege, ongereinigde drukhouders geldt dat zij mogen worden vervoerd met verouderde of beschadigde etiketten teneinde opnieuw gevuld dan wel onderzocht te worden en een nieuw etiket overeenkomstig de geldende voorschriften aan te brengen, of met het doel de drukhouders te verwijderen (randnummer 5.2.2.2.1.2).

In aanmerking genomen dat vorenbedoeld etiketteringsvoorschrift ertoe strekt dat met het oog op een doeltreffende bescherming van mens en milieu snel en eenvoudig kan worden vastgesteld of gevaarlijke stoffen worden vervoerd en zo ja welke, geeft 's Hofs oordeel dat elke gevulde althans niet geheel lege drukhouder diende te zijn voorzien van een gevaarsetiket en dat zulks niet anders is doordat alle houders dezelfde stof bevatten en in dezelfde kooi werden vervoerd, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel behoefde geen nadere motivering.

Het middel faalt.

Tweede Middel

Het middel klaagt dat het Hof de niet van een gevaarsetiket voorziene drukhouders ten onrechte niet als leeg heeft aangemerkt.

Het Hof heeft vastgesteld dat de in het middel bedoelde drukhouders gedeeltelijk gevuld waren met vloeistof. Kennelijk heeft het Hof geoordeeld dat van algemene bekendheid is dat propaan en butaan bij normale temperatuur en normale druk gasvormig zijn en dat derhalve uit de omstandigheid dat zich in de houders vloeistof bevond, moet worden afgeleid dat de inhoud van de houders nog onder druk stond. Tegen die achtergrond geeft het oordeel van het Hof dat niet kan worden gezegd dat de drukhouders leeg waren in de zin van het ADR, randnummer 5.2.2.2.1.2, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

Het middel kan niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF