De strafbaarstelling van publieke en private corruptie: wat mag wel en wat mag niet?

In mei 2012 heeft de minister van Veiligheid en Justitie een conceptwetsvoorstel voor advies naar de gebruikelijke instanties verstuurd, dat de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van financieel-economische criminaliteit wil vergroten. Met dit vooorstel wordt onder meer beoogd om de strafbepalingen betreffende publieke en private corruptie te verruimen en te actualiseren. In het verleden is regelmatig kritiek geuit op deze strafbepalingen. De huidige bepalingen zouden (onder meer) onvoldoende duidelijk zijn en daarom op gespannen voet staan met het lex certa beginsel. Hierdoor kunnen individuen en ondernemingen in concrete gevallen dikwijls niet (goed) beoordelen of zij zich, wanneer zij bepaalde gedragingen verrichten, al dan niet schuldig maken aan corruptie. Er bestaat, kortom, behoefte aan duidelijkheid.

Biedt het conceptwetsvoorstel deze duidelijkheid? In deze bijdrage worden de voorgestelde aanpassingen van de corruptiebepalingen vanuit deze invalshoek aan een kritische analyse onderworpen.

 

Door T.R. van Roomen en E. Sikkema in Delikt en Delikwent november 2012, DD 2012/75.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF