Wijzigingen van de WWFT per 1 januari 2013

Met ingang van 1 januari 2013 zijn enkele bepalingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) aangepast. Hieronder worden de wijzigingen op hoofdlijnen aangegeven. Op hoofdlijnen vinden de volgende veranderingen plaats:

Het cliëntenonderzoek dat door de instellingen dient te worden verricht, wordt aangescherpt. Dit heeft ondermeer te maken met het gebruik van stromannen, de rol van de uiteindelijk belanghebbende/ultimate benificial owner (UBO) en de politiek prominente personen (PEP). De laatste twee (PEP en UBO) zijn geherdefinieerd.

Het transactiebegrip is aangepast en betreft nu: een handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt, waarvan de instelling ten behoeve van haar dienstverlening aan die cliënt heeft kennisgenomen. Een direct of causaal verband tussen de ongebruikelijke transactie en de werkzaamheden van de instelling is geen vereiste. Het is voor de meldingsplicht in beginsel niet relevant wanneer een ongebruikelijke transactie heeft plaatsgevonden.

De definitie van UBO is opnieuw vastgesteld. Nu valt ook de natuurlijke persoon die begunstigde is van 25% of meer van het vermogen van een cliënt of trust onder de werking van de WWFT.

De term “meldpunt ongebruikelijke transacties” wordt gewijzigd in de Financiële inlichtingen eenheid (FIE). Hiermee wordt aangesloten bij de terminologie die wordt gehanteerd binnen de Europese Unie. De term FIE komt voor in de derde anti-witwas Richtlijn (2005/60/EG) en in de Verordening nr. 2006/1781/EG. Het voormalige meldpunt ongebruikelijke transacties bestaat al enige tijd niet meer en is de FIU-Nederland geworden. Ondanks de nieuw geïntroduceerde term FIE, blijft het de Financial Intelligence Unit Nederland (FIUNederland) heten.

Een melding van een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie dient onverwijld plaats te vinden, nadat het ongebruikelijke karakter van die transactie bekend is geworden. De maximale periode van 14 dagen is komen te vervallen. Ook zijn er een derde en vierde lid aan toegevoegd. Het derde lid heeft betrekking op de taxateur. Het vierde lid breidt het begrip voorgenomen transactie uit, door hieronder ook te verstaan een beoogde transactie.

Om voor een strafrechtelijke vrijwaring ten aanzien van een gemelde transactie in aanmerking te komen en daarnaast niet civielrechtelijk hiervoor aansprakelijk te worden gesteld, is nu expliciet de voorwaarde verbonden dat een melding te goeder trouw dient te zijn verricht.

Daarnaast geldt hetzelfde voor de gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt op grond van artikel 17.

Naast de strafrechtelijke vrijwaring voor antwoorden op zogenaamde artikel 17 vragen (die te goeder trouw zijn gegeven) is de aangezochte instelling tevens niet civielrechtelijk aansprakelijk te stellen. Dit ontbrak in de oude WWFT en is nu opgenomen in artikel 20 lid 1.

De omschrijving van feedback (artikel 13 onder c) is gewijzigd. Daaronder wordt nu verstaan dat een instelling wordt bericht over:

  • de ontvangst van een melding gedaan door die instelling;
  • de ontvangst van nadere gegevens of inlichtingen verstrekt
  • door die instelling;
  • alsmede over trends en fenomenen die naar voren
  • komen uit ontvangen meldingen;
  • en in voorkomende gevallen door tussenkomst van het
  • openbaar ministerie, over de betekenis van een melding
  • door die instelling voor de vervolging van strafbare feiten.

Benadrukt is dat, in het kader van de terugkoppeling, met name de waarnemingen van de FIU-Nederland, in de vorm van een analyse en/of rapportage, in belang toenemen. Meldende instellingen worden op geaggregeerd niveau geïnformeerd over gedetecteerde trends en opvallende fenomenen. Dit zodat een bepaald type transactie anders en nader kan worden bekeken of zij een risico vormt, ongebruikelijk is en gemeld moet worden.

Introductie informatie uitwisselingsregeling toezichthouders. Tussen toezichthouders onderling, maar ook in internationaal verband, wordt uitwisseling beter mogelijk gemaakt voor uitsluitend toezichthoudende taken. De geheimhoudingsbepalingen zijn hiertoe uitgebreid.

Een instelling dient (ongebruikelijke) transactiegegevens deugdelijk vast te stellen, op te slaan en voor 5 jaar te bewaren zodat de transactie reconstrueerbaar is.

De instelling dient periodiek opleidingen te verzorgen om cliëntenonderzoek naar behoren te verrichten en om ongebruikelijke transacties te herkennen.

 

Bron: Financial Intelligence Unit - Nederland

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF