Europese rechters op Haarlems plein | Interview met een douanerechter

De Haarlemse rechtbank heeft sinds 2005 een aparte douanekamer. Daar buigen rechters zich over kwesties rond de invoer van goederen via Schiphol of de Rotterdamse haven. De inzet: internationale afspraken over importtarieven en vergunningen, vertaald in codes van soms wel twaalf cijfers. Douanerechter Bert Roke (64) over de code van een printer en een borrelnoot. Wat doet een douanerechter?

"Wij behandelen geschillen over invoerrechten. Een heel enkel keertje zien we een particulier die verzuimd heeft iets aan te geven op Schiphol, verder hebben we altijd met professionele partijen te maken. Douanespecialisten, of in de haven gevestigde douane-expediteurs die aangifte doen voor importeurs en beroep aantekenen als ze het niet eens zijn met de beslissing van de douane. Stel: een bedrijf voert multifunctionele printers in, die ook kunnen scannen en kopiëren. Voor printers, scanners en kopieerapparaten gelden verschillende tarieven. En als zo’n apparaat deel uitmaakt van een computer, hoeft er niets betaald te worden, is internationaal afgesproken om de informatietechnologie te bevorderen. Dus: welk tarief geldt? Over die vraag gaat het meestal in de douanekamer."

Hoe bepaal je dat?

"Op basis van regels van de Wereld Douane Organisatie en de Europese Unie. Komen we er niet uit – met die multifunctionele printers bijvoorbeeld – dan vragen we het Hof van Justitie van de Europese Unie om uitleg van de regel. Douanerecht is Europees recht, de EU-lidstaten vormen samen één douane-unie, met een eigen wetboek. Alle goederen zijn voorzien van codes. Afspraken van de Wereldhandelsorganisatie over tarieven en bijkomende voorwaarden worden in zes cijfers vastgelegd en daar zijn de Europese afspraken – ook uitgedrukt in cijfers – achter geplakt. Nationaal recht speelt geen enkele rol, het wetboek van de douane-unie heeft directe werking. Wij zijn dus in feite eerstelijns rechters van de Europese Unie."

Europese rechters op het Haarlemse Stationsplein?

“Jazeker, we worden ook apart gefinancierd. Elke lidstaat mag 10 procent van de douanerechten houden, om de inningskosten te dekken. Nederland krijgt 25 procent, omdat een groot deel van de import in de EU via de Rotterdamse haven loopt. Van dat geld wordt ook onze kamer betaald. Op dit moment zijn er vier rechters die zich met douanezaken bezighouden.”

Is het interessant werk?

“Heel interessant. Ik heb bij de douane gewerkt, op het ministerie van Financiën en in Brussel, bij comité’s die adviseren over de uitvoering van douanewetgeving. Dit is de leukste job tot nu toe. Ik kan me nu echt verdiepen in beide kanten van een zaak. En naast de internationale aspecten en het feit dat er vaak miljoenen mee gemoeid zijn, gaat ons werk over heel concrete dingen. We krijgen regelmatig demonstraties van producten op de zitting, laatst nog van borrelnootjes. Vallen die onder pinda’s of deegwaren? Dat scheelt nogal voor het invoertarief. We kregen te zien over hoe ze gemaakt worden en er kwamen zakjes met verschillende smaken op tafel. Volgens de wet is bij samengestelde producten het kenmerkende deel bepalend. Bij de borrelnoot zijn dat naar ons oordeel deegwaren. Daar worden de kruiden aan toegevoegd die borrelnoten hun specifieke smaak geven. Als je trek hebt in pinda’s, koop je wel pinda’s.”

 

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF