Corruptieonderzoek: het duae viae-beginsel

Op 25 april 2013 wees Hof Den Bosch een opmerkelijk fiscaal arrest in een toch al opmerkelijke omkopingszaak. Het weigerde belasting te heffen op basis van een fiscale fictie, een fictieve interpretatie van ondernemingswinst als persoonlijk inkomen, die op zichzelf voortvloeide uit vermoedens van corruptie.

De feitelijke inhoud van het arrest blijkt fundamenteel in tegenspraak met een eerdere strafrechtelijke veroordeling én eerdere fiscale vonnissen over steeds dezelfde casus. De juridische inhoud van het arrest is opvallend.
 Het hof passeert de veroordeling voor omkoping en licht daarbij de wenselijkheid toe van het in de belastingheffing aansluiten bij wat betrokkenen ‘handelsrechtelijk’ zijn overeengekomen. Het hof volgt dus niet de strafrechtelijke interpretatie van datzelfde handelsverkeer die door de inspecteur standaard wordt voorgestaan en in eerste aanleg door zowel de strafrechter als de belastingrechter, parallel aan elkaar, was toegepast. Een nadere beschouwing lijkt op zijn plaats en daartoe strekt dit artikel.

Allereerst wordt in vogelvlucht de ontwikkelingen geschetst binnen de Nederlandse corruptiebestrijding in de laatste tien jaar, om daarna in te gaan op de voordelen van samenwerking door verschillende onderdelen van de Belastingdienst bij die bestrijding. Vervolgens wordt de speciale rol van het trafiteam van de Belastingdienst nader toegelicht. Tegen die achtergrond wordt dan kort de casus geschetst en de inbedding ervan in het strafrechtelijke én het fiscale traject.
 Afgesloten wordt met de duiding van het fiscale arrest vanuit vooral strafrechtelijk perspectief: zijn hier de grenzen bereikt van wat door samenwerking mogelijk is? Of heeft de inspecteur gewoon slecht geprocedeerd?

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF