Belgische politie heeft bij het verhoor van de aangehouden verdachte, naar aanleiding van een België gepleegd strafbaar feit, de Salduz voorschriften niet nageleefd

Rechtbank Limburg 17 februari 2015, ECLI:NLRBLIM:2015:1478

Verdachte en zijn twee mededaders, allen 13 jaar, komen met elkaar in contact en maken plannen om de woning van de vader van een van de mededaders (hierna: de zoon) te overvallen. De zoon weet dat zijn vader binnenkort op vakantie gaat en dat in de kluis van zijn vader geld en sieraden liggen. Hij weet ook de code van deze kluis. Kort voor de daadwerkelijke overval op de woning van de vader, hebben verdachte en zijn medeverdachten via Facebook en Whatsapp contact over hoe zij die overval zullen gaan plegen. Zij maken plannen over de aanschaf van stroomstootwapens, pepperspray en bivakmutsen. De zoon koopt voornoemde spullen via internet. Ook spreken zij af hoe zij tijdens de overval te werk zullen gaan, waarbij de zoon al heeft aangegeven dat niet zijn ouders maar wel de oppas in de woning aanwezig is.

Op 28 maart 2014 gaat de zoon de woning van zijn vader binnen. De oppas en zijn jongere broertje (4 jaar) bevinden zich in de woning. Verdachte en zijn mededader bellen aan, waarna de deur door de zoon wordt geopend. Verdachte en zijn mededader betreden de woning en bedreigen de oppas en het jongere broertje. Verdachte gaat, terwijl zijn mededader de oppas en het broertje onder bedwang houdt met een stroomstootwapen, met de zoon naar boven naar de kluis en haalt daaruit geld en sieraden. Als hij met de zoon weer naar beneden komt met de buit, slaat hij met zijn mededader op de vlucht.

Het onderzoek naar de overval is door de Belgische politie gedaan. De Belgische politie heeft echter de Salduz voorschriften niet nageleefd.  Daarop wordt de afhandeling van de zaak overgedragen aan Nederland en wordt verdachte nogmaals, daartoe uitgenodigd door de Nederlandse politie, alsnog gehoord. Ook hierbij worden de Salduz voorschriften niet nageleefd.

Salduz-verweer

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het Belgische onderzoek door de Nederlandse rechter kan worden geëerbiedigd. Op grond van artikel 359a Sv kan de verklaring afgenomen door de Belgische politie niet bijdragen aan het bewijs, vanwege het niet in acht nemen van de Salduz norm. De politie heeft geen advocaat kunnen vinden voor de 13-jarige verdachte. De oma van verdachte is gebeld maar deze kon niet naar Lanaken komen. De politie had op dat moment pas op de plaats moeten maken, nu verdachte gelet op zijn leeftijd geen afstand kon doen van zijn consultatierecht.

Ten aanzien van het onderzoek in Nederland oordeelt de raadvrouw dat de verdachte in Nederland niet is aangehouden, waardoor de Salduz voorschriften strikt genomen niet gelden. Het is echter niet correct wat er is gebeurd. De Nederlandse politie had kunnen zien dat er geen advocaat is geraadpleegd. De in Nederland afgelegde verklaring van verdachte mag daarom niet gebruikt worden voor het bewijs.

Oordeel Rechtbank

De rechtbank is het met de raadsvrouw eens dat de verklaring die door verdachte bij de Belgische politie is afgelegd op grond van schending van de Salduz voorschriften, uitgesloten dient te worden voor het bewijs.

Ten aanzien van de bij de Nederlandse politie afgelegde verklaring is de rechtbank van oordeel dat, nu verdachte niet is aangehouden, er op zich geen sprake kan zijn van het overtreden van de Salduz voorschriften. De rechtbank is echter ook van oordeel dat het, bij een verdachte van de zeer jonge leeftijd (13 jaar) van de verdachte en bij de verdenking van een dergelijk ernstig feit, - ook als er geen sprake is van een aanhouding - wenselijk is dat die verdachte bijstand heeft van een raadsman tijdens het verhoor. De verdachte valt gelet op zijn nog jonge leeftijd en de ernst van het gepleegde delict, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten in de categorie A van de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor.

Echter nu niet alleen de verdachte maar ook de oma (die de dagelijkse zorg voor de verdachte heeft) en zijn voogd op de hoogte waren van de mogelijkheid om een advocaat aanwezig te laten zijn bij het verhoor maar zij hierop geen beroep hebben gedaan is de rechtbank van oordeel dat de verdachte door deze handelswijze niet in zijn belang is geschaad. De rechtbank merkt daarbij op dat de oma wel aanwezig was bij het verhoor. Voorts is verdachte, ook ter zitting, gebleven bij zijn bij de politie afgelegde bekennende verklaring.

 Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF