Belastingfraude & Strafmaat

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 1 juli 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:2338

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:

  • parketnummer 01-997534-10 feit 1 primair: medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven of feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
  • parketnummer 01-997534-10 feit 2: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven of feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
  • parketnummer 01-997534-10 feit 3: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven of feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
  • parketnummer 01-994063-12 feit 1: medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven of feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
  • parketnummer 01-994063-12 feit 2: medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven of feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;
  • parketnummer 01-994063-12 feit 3: medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven of feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf.

De verdachte heeft gedurende een zeer lange periode een groot aantal strafbare feiten gepleegd en heeft dat bewust en weloverwogen gedaan. Hij vervulde daarbij een leidinggevende rol en nam het initiatief tot het plegen van de strafbare feiten. De verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelden. In het bijzonder verwijt het hof de verdachte, dat hij langdurig en met bedrog omzetbelasting, die hij niet aan leveranciers of dienstverleners had betaald, toch bij de rijksbelastingdienst heeft teruggevraagd en dat hij van afnemers ontvangen omzetbelasting ten onrechte niet aan de rijksbelastingdienst heeft afgedragen en aldus de Staat heeft benadeeld door zich gelden toe te eigenen die hem niet toekwamen. Hij heeft grote materiële schade veroorzaakt door het plegen van die strafbare feiten en ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen in het financieel-economisch verkeer.

Het hof neemt de verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij na het plegen van de feiten in de zaak met parketnummer 01-997534-10 (pleegperiode januari 2006 – mei 2009) met een nieuwe rechtspersoon is voortgegaan met het plegen van soortgelijke feiten in de zaak met parketnummer 01-994063-12 (pleegperiode augustus 2010 – april 2012).

Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde – de verdachte heeft doel- bewust een valse bedrijfsadministratie opgezet om zijn verslavingen te kunnen bekostigen –, de lange pleegperiode en de veroorzaakte maatschap- pelijke schade, acht het hof, evenals de rechtbank, in beginsel een gevangenisstraf van 16 maanden passend en geboden.

In de ter terechtzitting in hoger beroep gebleken persoonlijke omstan- digheden van de verdachte ziet het hof aanleiding een groter deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen dan de rechtbank heeft gedaan.

Het hof zal de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van 16 maan- den, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Teneinde de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking te brengen, acht het hof daarnaast oplegging van een taakstraf van 240 uren aangewezen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF