Beklag & beslag: Opeisen eigendom binnen termijn ex art. 3:86.3 BW door verzekeringsmaatschappij

Hoge Raad 27 mei 2014, ECLI:NL:HR:2013:2558

De Rechtbank te Amsterdam heeft bij beschikking van 13 december 2011 het beklag van klager, strekkende tot teruggave van de onder hem inbeslaggenomen horlogeband, ongegrond verklaard.

Middel

Het middel klaagt dat art. 3:86 lid 3 BW is geschonden, althans dat ontoe- reikend is gemotiveerd waarom de horlogeband niet aan klager als verkrijger te goede trouw dient te worden teruggegeven.

Beoordeling Hoge Raad

De Rechtbank heeft met juistheid overwogen dat zij moet beoordelen of de verzekeringsmaatschappij aan wie de Officier van Justitie de horlogeband wil doen teruggeven, redelijkerwijs als rechthebbende van die horlogeband kan worden aangemerkt. Daarbij gaat het om een voorlopig oordeel omtrent de eigendoms- en bezitsrechten ten aanzien van die horlogeband (vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654).

Het middel klaagt in het bijzonder over het oordeel van de Rechtbank dat de verzekeringsmaatschappij binnen de in art. 3:86, derde lid, BW gestelde termijn de horlogeband als haar eigendom heeft opgeëist.

In de overwegingen van de Rechtbank ligt als haar oordeel besloten dat het vereiste dat de verzekeringsmaatschappij binnen drie jaar na de diefstal de horlogeband als haar eigendom heeft opgeëist, niet meebrengt dat de verzekeringsmaatschappij binnen die termijn een daad van rechtsvervolging moet hebben verricht waarmee zij de gestolen zaak als haar eigendom opeist, maar dat voldoende is dat de verzekeringsmaatschappij zich binnen de vervaltermijn van drie jaren tot de Duitse politie of justitie heeft gewend en te kennen heeft gegeven de inbeslaggenomen horlogeband als haar eigendom te willen opeisen. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Uit het e-mailbericht van 14 juli 2009 van de verzekeringsmaatschappij aan de Duitse politiecommissaris volgt, naar het oordeel van de Rechtbank, dat de verzekeringsmaatschappij zich binnen de vervaltermijn van drie jaren tot de Duitse politie heeft gewend en te kennen heeft gegeven het gestolen horloge, waaronder moet worden begrepen ook de bij dat horloge behorende horlogeband, als haar eigendom te willen opeisen. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF