Artikel: Cassatie in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Deze bijdrage gaat over de voorgestelde wijzigingen en over enkele wenselijke wijzigingen die niet zijn voorgesteld. Een aantal van de voorgestelde veranderingen is inmiddels ook aan de orde gesteld door de president en de procureur-generaal bij de Hoge Raad in hun brief van 22 mei 2018 aan de minister van Justitie en Veiligheid.

Eerst komt aan de orde (de onwenselijkheid van) het rechtstreeks cassatieberoep: de Hoge Raad niet als derde maar als tweede instantie, dus zonder tussenkomst van een appelrechter. In dat verband zal in paragraaf 2 aandacht worden besteed aan de ingewikkelde cassatiedrempel in zaken betreffende overtredingen alsook aan het cassatieberoep in beklagzaken. Paragraaf 3 betreft het karakter van de cassatieprocedure. Daarin zal worden stilgestaan bij (voorstellen die lijken te schuren met) het schriftelijke karakter van het cassatiegeding alsook bij de mogelijkheid tot tegenspraak. In paragraaf 4 komt de regeling van de herstelbeslissing en de aanvulling langs. Paragraaf 5 bespreekt de nieuwe regeling van de cassatiegronden. Paragraaf 6 gaat over wat in het verschiet ligt. Dat betreft de invoering van een cassatiebalie, de prejudiciële vragen en de facultatieve conclusie van het parket. Dat alles natuurlijk voor zover van belang met het oog op de behandeling van strafzaken.

Lees verder:

 

 

Print Friendly and PDF