Aantekening mondeling arrest, artt. 327 Sv, 425 Sv en 426 Sv

Hoge Raad 8 mei 2012, LJN BW3692


Het proces-verbaal waarin het arrest, strekkende tot niet-ontvankelijkheidverklaring van verdachte, is aangetekend is niet ondertekend door de raadsheer die over de zaak heeft geoordeeld. In casu is de inhoud van de aantekening mondeling arrest in dat proces-verbaal gelijkluidend aan de aantekening van het mondeling arrest dat op grond van art. 426.4 Sv moet worden doorgehaald (zogenaamd stempelarrest) als alsnog beroep in cassatie wordt ingesteld. De omstandigheid dat het proces-verbaal ter terechtzitting bij ontstentenis van de raadsheer die over de zaak heeft geoordeeld niet meer overeenkomstig art. 427 Sv door deze kon worden vastgesteld en ondertekend, behoeft niet tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak te leiden.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF