Nieuwe protocol AAFD per 1 juli 2015 in werking getreden

De richtlijnen voor de Aanmelding en Afhandeling Fiscale Delicten (‘AAFD-richtlijnen’) zijn in het leven geroepen om te beschrijven hoe een belastingambtenaar mogelijke delicten op de gebieden van belastingen, toeslagen en douane dient aan te melden bij justitie. Ook beschrijven de richtlijnen hoe zaken door de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie worden ‘uitverkozen’ voor strafrechtelijke afdoening. Op 25 juni 2015 is het besluit gepubliceerd met het nieuwe protocol AAFD dat op 1 juli 2015 in werking is getreden. De richtlijnen die tot 1 juli 2015 golden zijn te verdelen in drie fases:

  • Fase 1: aanmeldingsfase. Een ambtenaar moet vermoedens van een strafbaar feit melden bij de boete-fraudecoördinator indien het fiscaal nadeel ten minste € 10.000 voor een particulier bedraagt en € 15.000 voor een onderneming. De boete-fraudecoördinator beoordeelt of sprake is van opzet en draagt in dat geval de aangemelde zaak voor in het selectieoverleg.
  • Fase 2: selectieoverleg. Dat overleg wordt gevormd door de FIOD, de contactambtenaar van de Belastingdienst en de boete-fraudecoördinator. In dit overleg wordt getoetst of een zaak terecht is aangemeld en het selectieoverleg adviseert of – op basis van de bewijsbaarheid – een zaak in aanmerking komt voor opsporing. De zaken worden verdeeld in twee categorieën. Categorie I betreft de zaken waarin het nadeel dat aan opzet is te wijten minder dan € 125.000 bedraagt. Categorie II betreft de zaken waarin het nadeel dat aan opzet te wijten is meer dan € 125.000 bedraagt. Categorie I zaken worden bestuurlijk afgedaan door de Belastingdienst als geen sprake is van één van de indicatoren uit de richtlijnen. Indien sprake is van één of meer indicatoren zal de zaak doorgaan naar fase 3. Categorie II zaken komen ook zonder een van deze indicatoren in aanmerking voor de volgende fase.
  • Fase 3: tripartiete overleg (TPO) tussen de officier van justitie, de contactambtenaar, de boete-fraudecoördinator en de FIOD. In het TPO wordt getoetst of een zaak voldoet aan de Richtlijnen voor strafrechtelijke afdoening. Indien dat het geval is zal een opsporingsonderzoek worden ingesteld, anders gaat de zaak terug naar de Belastingdienst voor bestuurlijke afdoening.

Het nieuwe protocol moet voorkomen dat administratieve handelingen moeten worden verricht waarvan eigenlijk al bij voorbaat vaststaat dat deze niet strafrechtelijk maar bestuursrechtelijk moeten worden afgedaan. Daarom is de hoogte van de drempelbedragen geregeld in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB). De aanmeldingscriteria in het nieuwe protocol zijn dat – bij een nadeelbedrag van € 100.000 – de zaak wordt aangemeld voor (mogelijke) strafrechtelijke vervolging indien sprake is van een vermoeden van opzet. Indien het nadeel minder is dan € 100.000, dan wordt de zaak alleen aangemeld als sprake is van een vermoeden van opzet en indien een of meerdere van de ‘aanvullende wegingscriteria’ daartoe aanleiding geven. Deze wegingscriteria zijn de indicatoren uit de vervangen richtlijnen – waarvan de toelichting daarop op onderdelen is aangepast – en daaraan is als factor toegevoegd de vraag of sprake is van ‘thematische aanpak’ door justitie. In die gevallen is bijvoorbeeld sprake van een actie gericht op specifieke groepen belanghebbenden of fiscale onderwerpen

De wijzigingen brengen met zich mee dat gevallen waarin sprake is van een (relatief) laag nadeel, minder snel worden betrokken in een strafrechtelijk traject. Anderzijds kunnen zaken die voorheen in categorie I vielen toch voor strafrechtelijke afdoening in aanmerking komen als de zaak past binnen een thema waar justitie op dat moment haar pijlen op richt.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Initiatiefvoorstel voor een Huis voor klokkenluiders aangenomen door Tweede Kamer

Op 2 juli jl. is het (aangepaste) initiatiefvoorstel voor een Huis voor klokkenluiders met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) bespreekt op 7 juli 2015 de procedure. Bepaald wordt dan op welke manier het voorbereidend onderzoek zal plaatsvinden alsook hoe de verdere voorbereiding zal verlopen.

Het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Van Raak (SP), Fokke (PvdA), Schouw (D66), Voortman (GroenLinks), Segers (ChristenUnie), Ouwehand (PvdD) en Klein (50PLUS/Klein) heeft tot doel de voorwaarden voor het melden van maatschappelijke misstanden binnen organisaties te verbeteren, door onderzoek naar misstanden mogelijk te maken en melders van misstanden beter te beschermen.

Aangepast voorstel

Eind 2013 stemde de Tweede Kamer in met de instelling van een Huis voor klokkenluiders, bedoeld om onderzoek naar misstanden mogelijk te maken en melders van misstanden beter te beschermen. Bij de behandeling in de Eerste Kamer, mei 2014, bleken er nog bezwaren te zijn.

Het door de initiatiefnemers aangepaste wetsvoorstel moest weer door de Tweede Kamer worden behandeld en is nu dus aangenomen.

Wijzigingen ten opzichte van het eerdere voorstel hebben onder meer betrekking op de vormgeving van het Huis als bijzonder zelfstandig bestuursorgaan, een algemeen benadelingsverbod voor de klokkenluider, de samenloop van verschillende onderzoeken, de plicht om eerst intern te melden en de scheiding van advies en onderzoek.

Klik hier om naar het dossier op Overheid.nl te gaan.

Print Friendly and PDF ^

Verlenging van Tijdelijk besluit Adviespunt Klokkenluiders tot uiterlijk 1 juli 2016

Het Adviespunt Klokkenluiders functioneert sinds 1 oktober 2012 op grond van het Tijdelijk besluit Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden. Dit besluit expireert op 1 juli 2015. De intentie is steeds geweest deze voorziening voor klokkenluiders op termijn een wettelijke basis te geven, namelijk in de Wet Huis voor klokkenluiders. Naar verwachting zal de parlementaire behandeling van dit initiatiefvoorstel echter niet zijn afgerond op een zodanig moment dat op 1 juli 2015 reeds duidelijk is, of en zo ja, op welke wijze de kennis en ervaring van het Adviespunt Klokkenluiders ingebracht kan worden in het Huis voor klokkenluiders. Om deze reden is het van belang dat het Adviespunt Klokkenluiders ook na 1 juli 2015 kan blijven functioneren.

De datum waarop het tijdelijk besluit vervalt is om die reden bepaald op 1 juli 2016 of, indien het voorstel van wet houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders tot wet wordt verheven en eerder in werking treedt dan 1 juli 2016, op het tijdstip waarop die wet in werking treedt. Voor deze formulering van de werkingsduur van dit tijdelijke besluit is gekozen, omdat het tijdstip waarop het besluit dient te vervallen niet vooraf kan worden vastgesteld.

 

Print Friendly and PDF ^

Kamer neemt wetsvoorstellen van bewindslieden Veiligheid en Justitie aan

De Tweede Kamer heeft vandaag ingestemd met enkele wetsvoorstellen op het terrein van Veiligheid en Justitie. Zo werd het wetsvoorstel aangenomen dat regelt dat een malafide bestuurder maximaal vijf jaar geen rechtspersoon meer mag besturen - of daar commissaris mag blijven of worden - als de rechter een civiel bestuursverbod heeft opgelegd. Minister Van der Steur wil verhinderen dat malafide bestuurders hun activiteiten kunnen blijven voortzetten door hun fraudeleuze activiteiten te maskeren via een web van rechtspersonen of door steeds nieuwe ondernemingen op te richten en deze vervolgens failliet te laten gaan.

Daarnaast stemde de Kamer in met een wetsvoorstel van de bewindsman dat de strafrechtelijke mogelijkheden verruimt om effectiever en harder op te treden tegen frauduleuze faillissementen. Fraudeurs ontspringen nu vaak de dans als de curator een lege boedel aantreft. Activa van de onderneming blijken voor het intreden van het faillissement al weggesluisd en er is opzettelijk geen administratie gevoerd. Dit maakt 'terugrechercheren' moeilijk. Om faillissementsfraude beter te kunnen aanpakken komt er daarom onder andere een aparte strafbaarstelling van overtreding van de administratieplicht bij faillissement. De beide maatregelen maken onderdeel uit van het wetgevingsprogramma ‘Herijking Faillissementsrecht’.

Verder werden twee wetsvoorstellen aanvaard die het mogelijk maken een deel van de kosten die de overheid maakt voor de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten en voor het verblijf in een justitiële inrichting op daders te verhalen. De maatregelen vloeien voort uit het regeerakkoord. Ook gaan daders een bijdrage leveren in de kosten van de zorg aan slachtoffers van strafbare feiten. Daarom gaat een gedeelte van de opbrengsten naar slachtofferzorg.

Het eerste wetsvoorstel is van minister Van der Steur en regelt dat veroordeelden, waarvan de straf onherroepelijk is geworden, een bijdrage in de kosten van de strafvordering en de slachtofferzorg betalen. Daarbij gaat het om een vast (forfaitair) bedrag, waarvan de hoogte varieert. Dat hangt bijvoorbeeld af van wie de verdachte veroordeelt, een enkelvoudige of meervoudige kamer. Het andere wetsvoorstel is van staatssecretaris Dijkhoff en bepaalt dat gedetineerden, tbs-gestelden en ouders van veroordeelde jeugdigen een eigen bijdrage betalen voor verblijf in een inrichting. Er zal een bijdrage gelden van € 16 per dag, met een maximum van 2 jaar.

Bron: Rijksoverheid

 

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel Wet Computercriminaliteit III wordt na zomerreces ingediend

Door de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie zijn naar aanleiding van het Jaarverslag Ministerie van Veiligheid en Justitie 2014 vragen ter beantwoording aan de regering voorgelegd. Uit de beantwoording van die vragen blijkt dat het wetsvoorstel Wet Computercriminaliteit III waarschijnlijk kort na het zomerreces kan worden ingediend, althans dat is het streven.

Achtergrond

Dit wetsvoorstel beoogt het juridische instrumentarium voor de opsporing en vervolging van computercriminaliteit te verbeteren en te versterken.

Het wetsvoorstel regelt vier onderwerpen:

  1. Onderzoek in een geautomatiseerd werk ingeval van verdenking van een ernstig strafbaar feit, ten behoeve van bepaalde doelen op het gebied van de opsporing.
  2. Herziening van de bestaande regeling van artikel 54a Sr over het ontoegankelijk maken van gegevens.
  3. Het decryptiebevel aan de verdachte ingeval van verdenking van bepaalde zeer ernstige strafbare feiten.
  4. Strafbaarstelling van het wederrechtelijk overnemen en 'helen' van gegevens.

 

 

Print Friendly and PDF ^