Initiatiefvoorstel voor een Huis voor klokkenluiders aangenomen door Tweede Kamer

Op 2 juli jl. is het (aangepaste) initiatiefvoorstel voor een Huis voor klokkenluiders met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) bespreekt op 7 juli 2015 de procedure. Bepaald wordt dan op welke manier het voorbereidend onderzoek zal plaatsvinden alsook hoe de verdere voorbereiding zal verlopen.

Het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Van Raak (SP), Fokke (PvdA), Schouw (D66), Voortman (GroenLinks), Segers (ChristenUnie), Ouwehand (PvdD) en Klein (50PLUS/Klein) heeft tot doel de voorwaarden voor het melden van maatschappelijke misstanden binnen organisaties te verbeteren, door onderzoek naar misstanden mogelijk te maken en melders van misstanden beter te beschermen.

Aangepast voorstel

Eind 2013 stemde de Tweede Kamer in met de instelling van een Huis voor klokkenluiders, bedoeld om onderzoek naar misstanden mogelijk te maken en melders van misstanden beter te beschermen. Bij de behandeling in de Eerste Kamer, mei 2014, bleken er nog bezwaren te zijn.

Het door de initiatiefnemers aangepaste wetsvoorstel moest weer door de Tweede Kamer worden behandeld en is nu dus aangenomen.

Wijzigingen ten opzichte van het eerdere voorstel hebben onder meer betrekking op de vormgeving van het Huis als bijzonder zelfstandig bestuursorgaan, een algemeen benadelingsverbod voor de klokkenluider, de samenloop van verschillende onderzoeken, de plicht om eerst intern te melden en de scheiding van advies en onderzoek.

Klik hier om naar het dossier op Overheid.nl te gaan.

Print Friendly and PDF ^

Verlenging van Tijdelijk besluit Adviespunt Klokkenluiders tot uiterlijk 1 juli 2016

Het Adviespunt Klokkenluiders functioneert sinds 1 oktober 2012 op grond van het Tijdelijk besluit Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden. Dit besluit expireert op 1 juli 2015. De intentie is steeds geweest deze voorziening voor klokkenluiders op termijn een wettelijke basis te geven, namelijk in de Wet Huis voor klokkenluiders. Naar verwachting zal de parlementaire behandeling van dit initiatiefvoorstel echter niet zijn afgerond op een zodanig moment dat op 1 juli 2015 reeds duidelijk is, of en zo ja, op welke wijze de kennis en ervaring van het Adviespunt Klokkenluiders ingebracht kan worden in het Huis voor klokkenluiders. Om deze reden is het van belang dat het Adviespunt Klokkenluiders ook na 1 juli 2015 kan blijven functioneren.

De datum waarop het tijdelijk besluit vervalt is om die reden bepaald op 1 juli 2016 of, indien het voorstel van wet houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders tot wet wordt verheven en eerder in werking treedt dan 1 juli 2016, op het tijdstip waarop die wet in werking treedt. Voor deze formulering van de werkingsduur van dit tijdelijke besluit is gekozen, omdat het tijdstip waarop het besluit dient te vervallen niet vooraf kan worden vastgesteld.

 

Print Friendly and PDF ^

Kamer neemt wetsvoorstellen van bewindslieden Veiligheid en Justitie aan

De Tweede Kamer heeft vandaag ingestemd met enkele wetsvoorstellen op het terrein van Veiligheid en Justitie. Zo werd het wetsvoorstel aangenomen dat regelt dat een malafide bestuurder maximaal vijf jaar geen rechtspersoon meer mag besturen - of daar commissaris mag blijven of worden - als de rechter een civiel bestuursverbod heeft opgelegd. Minister Van der Steur wil verhinderen dat malafide bestuurders hun activiteiten kunnen blijven voortzetten door hun fraudeleuze activiteiten te maskeren via een web van rechtspersonen of door steeds nieuwe ondernemingen op te richten en deze vervolgens failliet te laten gaan.

Daarnaast stemde de Kamer in met een wetsvoorstel van de bewindsman dat de strafrechtelijke mogelijkheden verruimt om effectiever en harder op te treden tegen frauduleuze faillissementen. Fraudeurs ontspringen nu vaak de dans als de curator een lege boedel aantreft. Activa van de onderneming blijken voor het intreden van het faillissement al weggesluisd en er is opzettelijk geen administratie gevoerd. Dit maakt 'terugrechercheren' moeilijk. Om faillissementsfraude beter te kunnen aanpakken komt er daarom onder andere een aparte strafbaarstelling van overtreding van de administratieplicht bij faillissement. De beide maatregelen maken onderdeel uit van het wetgevingsprogramma ‘Herijking Faillissementsrecht’.

Verder werden twee wetsvoorstellen aanvaard die het mogelijk maken een deel van de kosten die de overheid maakt voor de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten en voor het verblijf in een justitiële inrichting op daders te verhalen. De maatregelen vloeien voort uit het regeerakkoord. Ook gaan daders een bijdrage leveren in de kosten van de zorg aan slachtoffers van strafbare feiten. Daarom gaat een gedeelte van de opbrengsten naar slachtofferzorg.

Het eerste wetsvoorstel is van minister Van der Steur en regelt dat veroordeelden, waarvan de straf onherroepelijk is geworden, een bijdrage in de kosten van de strafvordering en de slachtofferzorg betalen. Daarbij gaat het om een vast (forfaitair) bedrag, waarvan de hoogte varieert. Dat hangt bijvoorbeeld af van wie de verdachte veroordeelt, een enkelvoudige of meervoudige kamer. Het andere wetsvoorstel is van staatssecretaris Dijkhoff en bepaalt dat gedetineerden, tbs-gestelden en ouders van veroordeelde jeugdigen een eigen bijdrage betalen voor verblijf in een inrichting. Er zal een bijdrage gelden van € 16 per dag, met een maximum van 2 jaar.

Bron: Rijksoverheid

 

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel Wet Computercriminaliteit III wordt na zomerreces ingediend

Door de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie zijn naar aanleiding van het Jaarverslag Ministerie van Veiligheid en Justitie 2014 vragen ter beantwoording aan de regering voorgelegd. Uit de beantwoording van die vragen blijkt dat het wetsvoorstel Wet Computercriminaliteit III waarschijnlijk kort na het zomerreces kan worden ingediend, althans dat is het streven.

Achtergrond

Dit wetsvoorstel beoogt het juridische instrumentarium voor de opsporing en vervolging van computercriminaliteit te verbeteren en te versterken.

Het wetsvoorstel regelt vier onderwerpen:

  1. Onderzoek in een geautomatiseerd werk ingeval van verdenking van een ernstig strafbaar feit, ten behoeve van bepaalde doelen op het gebied van de opsporing.
  2. Herziening van de bestaande regeling van artikel 54a Sr over het ontoegankelijk maken van gegevens.
  3. Het decryptiebevel aan de verdachte ingeval van verdenking van bepaalde zeer ernstige strafbare feiten.
  4. Strafbaarstelling van het wederrechtelijk overnemen en 'helen' van gegevens.

 

 

Print Friendly and PDF ^

Omgevingswet krijgt steun

De nieuwe Omgevingswet, waarin een groot aantal bestaande wetten opgaan, is gericht op duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Schultz ziet grote voordelen in integrale besluitvorming over ruimtelijke projecten "van dakkapel tot Tweede Maasvlakte". Met de nieuwe wet wordt het beleid volgens de minister inzichtelijker, komt er meer ruimte voor lokale oplossingen en kunnen besluiten sneller worden genomen. De Vries (PvdA) is enthousiast: het wordt niet alleen makkelijker, sneller en goedkoper, maar ook mooier en met meer draagvlak. Goed dat er rijksregels vervallen, vindt ook Veldman (VVD), maar voorkom wel dat er vervolgens lokaal weer "een heel regelhuis" wordt opgebouwd.

Decentralisatie de norm

In principe zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Omgevingswet: "decentraal, tenzij". Alleen als aan bepaalde criteria wordt voldaan, gaat die verantwoordelijkheid naar provincie of Rijk. Schultz ziet weinig in het voorstel van Ronnes (CDA) om in de wet op te nemen dat dat alleen mag als sprake is van een "aanmerkelijk belang". Zij wijst op de betrokkenheid van gemeenten en provincies bij de totstandkoming van de wet en voegt toe dat het vooral om houding en cultuur van de bestuursorganen gaat. Overigens kan zij leven met een verplichting voor gemeenten om een omgevingsvisie op te stellen, zoals Dik (ChristenUnie) wil.

Flexibiliteit

Bestuursorganen willen meer afwegingsruimte, burgers en bedrijven willen meer handelingsruimte. Daarom bevat de wet volgens Schultz meer doelvoorschriften dan middelvoorschriften. Ook kan er gebiedsgericht maatwerk worden geleverd. Zo mogen gemeenten bijvoorbeeld strengere geurnormen stellen. Daarnaast kan een gemeente individueel maatwerk bieden: een bedrijf in een kwetsbaar gebied kan strengere lozingsnormen krijgen opgelegd. Er is "niks mis mee" als daardoor verschillen tussen gemeenten ontstaan, zegt Schultz in reactie op de angst van Madlener (PVV) voor willekeur. Van Veldhoven (D66) stelt voor om te monitoren in hoeverre de flexibiliteit van de nieuwe wet leidt tot meer of minder rechtszaken. De voorspelbaarheid van de uitkomst van geschillen wordt kleiner, denkt Smaling (SP).

Normen in AMvB's

De omgevingsnormen zullen in zogenaamde Algemene Maatregelen van Bestuur worden opgenomen. Schultz wijst erop dat het op dit moment "een rommeltje" is: sommige normen staan in wetten, andere in AMvB's. Burgers en bedrijven zullen snel weten waar zij aan toe zijn, zegt de minister. Zij verzekert de Kamer dat normen in AMvB's net zo zwaar wegen als normen in de wet. Dat bestrijdt Van Tongeren (GroenLinks): AMvB's zijn makkelijker te wijzigen. Zij hamert op het optimaal beschermen van "kwetsbare belangen". Van Veldhoven wil de garantie dat de Kamer in de toekomst toch kan besluiten om de normen in de wet vast te leggen. Het eindoordeel is en blijft aan de Kamer, antwoordt Schultz.

Verstedelijkingsladder

Voor duurzame stedelijke ontwikkeling moeten overheden in de huidige situatie de zogenaamde ladder voor duurzame verstedelijking gebruiken. Zo moet voorkomen worden dat lege weilanden worden volgebouwd, terwijl er nog ruimte is in het stedelijk gebied. Met de nieuwe Omgevingswet lijkt die ladder overbodig geworden, zeggen Veldman en onafhankelijk Kamerlid Houwers. De ladder is erg gedetailleerd en vraagt om veel onderzoek, erkent de minister, die het "iets vrijer" wil maken. Zij wil de evaluatie van het instrument afwachten voordat zij verdere stappen zet. Als in de tussentijd quick wins te maken zijn, wil zij daar zeker gebruik van maken.

De Kamer zet de behandeling van de Omgevingswet op een nader te bepalen moment voort. Zij sprak er eerder over op 1 juni. Minister Schultz heeft in reactie daarop schriftelijke antwoorden aan de Kamer gestuurd.

Bron: Tweede Kamer

 

Print Friendly and PDF ^