'Reforming the legal regime for search and seizure of computer data'

On 6 June 2014, the Dutch Ministry of Security and Justice published several ‘discussion documents’ about reforming Dutch criminal procedural law. Of particular interest to this blog post is the document relating to search and seizure(in Dutch). The authors of this discussion document suggest amending the legislation with regard to the search and seizure of data on computer systems. In the view of Jan Jaap Oerlemens, that is a very good idea considering the old-fashioned approach we now have towards search and seizure of computer systems.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Wetgevingsoverleg Wetsvoorstel financieel-economische criminaliteit

Gisteren vond een Wetsgevingsoverleg plaats over het Wetsvoorstel financieel-economische criminaliteit. Met het wetsvoorstel komen er meer mogelijkheden voor de opsporing, vervolging en bestraffing van fraude, omkoping, corruptie en witwassen. Terecht, vinden Van Oosten (VVD) en Recourt (PvdA). Een stap in de goede richting, maar onvoldoende, zegt Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren). De pakkans en de straffen blijven volgens hem te laag. Met Helder (PVV) is hij voor de invoering van minimumstraffen. Niet strenger, maar effectiever straffen, bepleit Berndsen (D66). De minister benadrukt het belang van de afschrikkende werking van een verhoogde pakkans en de dreiging van een zwaardere straf.

De pakkans moet omhoog 

De Kamer en minister onderstrepen het belang van een verhoging van de pakkans. Helder vraagt de minister hoe hij die verhoging wil bereiken. Verbeter in ieder geval de samenwerking tussen de verschillende instanties, zegt Gesthuizen (SP). Berndsen en Van Oosten pleiten daarnaast voor een betere informatievoorziening: het is goed om de pakkans te verhogen, maar daarover moeten dan wel gegevens voorhanden zijn. Opstelten noemt drie instrumenten om de pakkans te verhogen: eenvoudiger delictsom- schrijvingen, langere verjaringstermijnen en een betere inzet van opspo- ringsinstrumenten. Daarnaast breidt hij de capaciteit bij politie en justitie voor fraudebestrijding verder uit.

Flexibel boeteplafond 

De boete voor bedrijven die strafbare feiten plegen wordt maximaal 10% van hun jaaromzet. Een grote stap voorwaarts, vindt Recourt, want de huidige boetemaxima zijn te laag in verhouding tot de soms grote bedragen die met de fraude worden binnengehaald. De verhoudingen waren soms totaal zoek, zegt ook Helder. Berndsen erkent dat, maar vraagt waarom de strafmaxima dan niet gewoon worden verhoogd. De draagkracht van het bedrijf staat voorop, reageert Opstelten. Bij het bepalen van de boete zal worden uitgegaan van de nettojaaromzet in het voorafgaande jaar.

Aandacht voor de bestrijding van witwassen 

Het feit dat iemand over crimineel vermogen beschikt, is volgens de Hoge Raad onvoldoende reden voor een veroordeling. Van Oosten vraagt de minister wat dit betekent voor de bestrijding van witwaspraktijken. De minister vindt het ongewenst dat met de uitspraak van de Hoge Raad veroordelingen onmogelijk worden en criminele winsten ongemoeid moeten worden gelaten. Daarom werkt hij in overleg met het Openbaar Ministerie aan een oplossing, opdat ernstige misdrijven niet onbestraft blijven.

Moties

Tijdens het Wetgevingsoverleg zijn een drietal moties ingediend:

  1. Helder verzoekt de regering om de strafverzwarende grond (recidive) ook te realiseren voor de misdrijven genoemd in art. 1 sub 1 of art. la sub 1 Wet op de economische delicten (Wed) en de overtredingen;
  2. Bontes verzoekt minimumstraffen voor financieel-economische criminaliteit in te voeren;
  3. Berndsen-Jansen verzoekt de verruimde mogelijkheden voor de bestrijding van financieel-economische criminaliteit na drie jaar te evalueren op effectiviteit, uitvoerbaarheid en behaalde resultaten en de Kamer over de uitkomsten te informeren.

Vervolg

De Kamer stemt op 24 juni over het wetsvoorstel en de ingediende moties.

Print Friendly and PDF ^

Ministerraad akkoord met Wijziging Wetboek van Strafvordering i.v.m. eigen bijdrage van daders aan kosten strafproces

Afgelopen donderdag 12 juni heeft de Ministerraad ingestemd met de wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de eigen bijdrage aan kosten voor strafvordering en slachtofferzorg. Het wetsvoorstel strekt ertoe waar mogelijk de kosten van het strafproces op de daders te verhalen.

 

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders aangehouden

De Eerste Kamer heeft gisteren gedebatteerd over de Wet Huis voor klokkenluiders met de initiatiefnemers en minister Plasterk. Als adviseur van de initiatiefnemers was de heer Pieter van Vollenhoven aanwezig. Aan het begin van de eerste termijn aan de kant van de initiatiefnemers en de regering werd besloten de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden voor nader beraad over de in de Eerste Kamer geuite bezwaren.

Deze bezwaren zagen met name op het onderbrengen van het Huis voor klokkenluiders bij de Nationale Ombudsman. Dit zou in strijd zijn met artikel 78a van de Grondwet. Ook werden er bezwaren geuit over het samen- brengen van een onderzoek- en een adviesfunctie in één orgaan en het feit dat het Huis openstaat voor meldingen uit zowel de publieke als de private sector.

De initiatiefnemers stelden dat de Eerste Kamer geuite bezwaren over het wetsvoorstel hun aanleiding geven tot nader beraad. Zij vroegen de Kamer om de behandeling van het wetsvoorstel voor onbepaalde tijd aan te houden. Initiatiefnemer Van Raak stelde dat de initiatiefnemers erkennen dat Eerste Kamer een bijzondere rol speelt bij het waken voor strijdigheid met de Grondwet. De initiatiefnemers gaan onderzoeken of het Huis kan worden ingericht als bijzonder zelfstandig bestuursorgaan en komen binnen afzienbare tijd met een wetswijzigingsvoorstel. Ook zal worden onderzocht op welke wijze de advies- en de onderzoekstaak wettelijk naar taak en verantwoordelijkheid kan worden gescheiden, zonder dat er aparte instituten hoeven worden opgericht. Daarnaast zal het samenbrengen van misstanden in de publieke en de private sector nader worden bekeken.

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaf aan dat hij de volle bereidheid heeft om met de initiatiefnemers zowel over de vorm als over de inhoud van bescherming van klokkenluiders in overleg te treden. De minister stelde dat hij vooralsnog geen voorstander is van het onderbrengen van advies en onderzoek in één instituut en dat ook de inter- ferentie met markttoezichthouders nader moet worden bekeken.

Bron: Eerste Kamer

Print Friendly and PDF ^

Internetconsultatie Boetebeleidsregel ACM 2014

Afgelopen vrijdag zijn de Boetebeleidsregels ACM 2014 ter internetconsultatie voorgelegd.

De boetebeleidsregels zijn nu nog geregeld in de boetebeleidsregels 2013, gebaseerd op de Instellingswet ACM. Deze beleidsregels voorzien niet in harmonisering van alle bestaande regels omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete. De Wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de ACM te houden markttoezicht voorziet daar wel in.

In de boetebeleidsregels wordt bepaald hoe de ACM de hoogte van een bestuurlijke boete moet vaststellen. Doel van de beleidsregel is het wegnemen van bestaande sectorale verschillen in de systematiek van boeteoplegging. De boetebeleidsregels kennen een onderscheid in boetecategorieën, afhankelijk van de aard van de overtreding en het wettelijk boetemaximum dat op die boete is gesteld. Bepalingen met betrekking tot de boeteoplegging op grond van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied worden, net als in de boetebeleidsregels 2013, in een afzonderlijk hoofdstuk geregeld. Zij kennen een eigen systematiek. Ook wordt de reikwijdte van de beleidsregel uitgebreid tot alle wetgeving die onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken valt.

De introductie van het onderscheid in drie boetesystematieken en de uitbreiding van de reikwijdte leiden niet tot significante materiële wijzigingen ten opzichte van de boetebeleidsregels 2013. De algemene doelstelling blijft dezelfde, namelijk dat de hoogte van de boete evenredig is met het oog op de gepleegde overtreding en voldoende afschrikwekkend is voor zowel de overtreder als andere potentiële overtreders.

De maatregelen ter verhoging van de wettelijke boetemaxima, die de Minister van EZ heeft aangekondigd in zijn brief van 11 februari 2014 (Kamerstukken II 2013/14, 33 622, nr. 19), is uitdrukkelijk niet verwerkt in deze beleidsregel. Dat gebeurt op het moment dat het daartoe strekkende wetsvoorstel van kracht wordt.

Print Friendly and PDF ^