Wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders aangehouden

De Eerste Kamer heeft gisteren gedebatteerd over de Wet Huis voor klokkenluiders met de initiatiefnemers en minister Plasterk. Als adviseur van de initiatiefnemers was de heer Pieter van Vollenhoven aanwezig. Aan het begin van de eerste termijn aan de kant van de initiatiefnemers en de regering werd besloten de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden voor nader beraad over de in de Eerste Kamer geuite bezwaren.

Deze bezwaren zagen met name op het onderbrengen van het Huis voor klokkenluiders bij de Nationale Ombudsman. Dit zou in strijd zijn met artikel 78a van de Grondwet. Ook werden er bezwaren geuit over het samen- brengen van een onderzoek- en een adviesfunctie in één orgaan en het feit dat het Huis openstaat voor meldingen uit zowel de publieke als de private sector.

De initiatiefnemers stelden dat de Eerste Kamer geuite bezwaren over het wetsvoorstel hun aanleiding geven tot nader beraad. Zij vroegen de Kamer om de behandeling van het wetsvoorstel voor onbepaalde tijd aan te houden. Initiatiefnemer Van Raak stelde dat de initiatiefnemers erkennen dat Eerste Kamer een bijzondere rol speelt bij het waken voor strijdigheid met de Grondwet. De initiatiefnemers gaan onderzoeken of het Huis kan worden ingericht als bijzonder zelfstandig bestuursorgaan en komen binnen afzienbare tijd met een wetswijzigingsvoorstel. Ook zal worden onderzocht op welke wijze de advies- en de onderzoekstaak wettelijk naar taak en verantwoordelijkheid kan worden gescheiden, zonder dat er aparte instituten hoeven worden opgericht. Daarnaast zal het samenbrengen van misstanden in de publieke en de private sector nader worden bekeken.

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaf aan dat hij de volle bereidheid heeft om met de initiatiefnemers zowel over de vorm als over de inhoud van bescherming van klokkenluiders in overleg te treden. De minister stelde dat hij vooralsnog geen voorstander is van het onderbrengen van advies en onderzoek in één instituut en dat ook de inter- ferentie met markttoezichthouders nader moet worden bekeken.

Bron: Eerste Kamer

Print Friendly and PDF