Na kritisch debat neemt Eerste Kamer het Wetsvoorstel Uitbreiding gronden voor voorlopige hechtenis met ruime meerderheid van stemmen aan

De Eerste Kamer heeft gisteren het Wetsvoorstel Uitbreiding gronden voor voorlopige hechtenis aangenomen.

De plenaire behandeling door de Eerste Kamer vond plaats op 6 mei 2014. Het voorstel is op 13 mei 2014 na stemming bij zitten en opstaan aan- genomen. PVV, VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie en SGP stemden voor.

Dit wetsvoorstel voegt aan het Wetboek van Strafvordering een aantal gronden toe waar bij geweld in de openbare ruimte en geweld tegen per- sonen met een publieke taak voorlopige hechtenis opgelegd kan worden. De berechting van het misdrijf moet dan via het snelrecht binnen 17 dagen en 15 uren plaatsvinden.

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel elektronische processtukken in strafzaken ter advisering naar RvS

Het kabinet wil de stukkenstroom in het strafproces verbeteren en versnellen door over te stappen van papieren naar elektronische strafdossiers. Het uiteindelijk doel is een volledig elektronisch werkproces dat de voordelen van digitalisering binnen de strafrechtsketen maximaal benut. Dit staat in een wetsvoorstel waarmee de ministerraad op voorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft ingestemd.

Digitalisering is een belangrijke voorwaarde om strafzaken beter af te wikkelen. Dossiers komen daardoor sneller beschikbaar, de administratieve rompslomp vermindert en zaakstromen zijn beter te volgen. Dat zorgt voor meer kwaliteit in zaaksafhandeling, voor minder ongewenste uitstroom en past in het programma om de strafrechtsketen te verbeteren en versterken, een speerpunt in het beleid van het kabinet.

Het is de bedoeling dat het Openbaar Ministerie, de rechtspraak en de partners in de tenuitvoerlegging - zoals het CJIB - in 2016 processtukken elektronisch uitwisselen. In datzelfde jaar zullen naar verwachting ook de voorzieningen zijn gerealiseerd voor elektronische uitwisseling van processtukken door Openbaar Ministerie en rechtspraak met de burger en de advocatuur. Het wetsvoorstel maakt de stapsgewijze overgang van papieren naar elektronische processtukken mogelijk. Elektronische uitwisseling is in 2016 de norm, maar de burger kan desgewenst nog papieren stukken opsturen.

Een verdachte, zijn raadsman, een slachtoffer of een getuige, kunnen er baat bij hebben om via internet in contacten te leggen met het Openbaar Ministerie of het gerecht. Ze kunnen dan sneller en eenvoudiger communiceren, bijvoorbeeld om aangifte te doen, verzoeken in te dienen of in hoger beroep te gaan. Bij elektronische verzending moet vast te stellen zijn van wie het stuk afkomstig is en of het authentiek en betrouwbaar is. In het wetsvoorstel staan daarvoor regels. Het gebruik van een beveiligd webportaal is verplicht en, als er ondertekend moet worden, een elektronische handtekening die voldoende betrouwbaar is.

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State wordt verzonden. De tekst van het advies en van het wetsvoorstel worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Print Friendly and PDF ^

Inwerkingtreding Wet verbetering aanpak fraude identiteitsbewijzen

Vandaag is de Wet verbetering aanpak fraude identiteitsbewijzen in werking getreden.

Deze wet verbetert in het Wetboek van Strafrecht de mogelijkheden voor fraudebestrijding met identiteitsbewijzen en de identificatie van verdachten en veroordeelden. De regering wil hiermee fraude met identiteitsbewijzen terugdringen en de betrouwbaarheid van deze bewijzen handhaven.

Naast fraude met reisdocumenten wordt ook fraude met identiteitsbewijzen strafbaar. Daarnaast komt er een verbod van fraude met biometrische kenmerken en biometrische persoonsgegevens. Overheidsorganen krijgen in de strafrechtketen de mogelijkheid om het Burgerservicenummer te gebruiken voor het uitwisselen van informatie over justitiabele met instanties buiten de strafrechtsketen.

Print Friendly and PDF ^

Inwerkingtreding Wet ter verbetering van de aanpak van fraude met identiteitsbewijzen

Op 1 mei 2014 treedt de Wet ter verbetering van de aanpak van fraude met identiteitsbewijzen in werking. Deze wet verbetert in het Wetboek van Strafrecht de mogelijkheden voor fraudebestrijding met identiteitsbewijzen en de identificatie van verdachten en veroordeelden. De regering wil hiermee fraude met identiteitsbewijzen terugdringen en de betrouwbaarheid van deze bewijzen handhaven.

Naast fraude met reisdocumenten wordt ook fraude met identiteitsbewijzen strafbaar. Ook komt er een verbod van fraude met biometrische kenmerken en biometrische persoonsgegevens. Daarnaast krijgen overheidsorganen in de strafrechtketen de mogelijkheid om het Burgerservicenummer te gebruiken voor het uitwisselen van informatie over justitiabele met instanties buiten de strafrechtsketen.

Print Friendly and PDF ^

Marktmisbruik: EU stelt strafrechtelijke sancties vast om marktintegriteit te verdedigen

De Raad voor de Europese Unie heeft vandaag het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening over marktmisbruik en haar voorstel voor een richtlijn over strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik formeel goedgekeurd. Dit volgt op de stemmingen in de plenaire vergadering van het Europees Parlement waarmee de verordening en de richtlijn werden gesteund van respectievelijk 10 september 2013 en 4 februari 2014.

Vicevoorzitter Viviane Reding, EU-commissaris voor Justitie, en commissaris voor Interne Markt en Diensten, Michel Barnier, verklaarden: "De goedkeuring van vandaag is een krachtige zero tolerance-waarschuwing voor diegenen die zich schuldig maken handel met voorkennis en marktmanipulatie. Dit toont aan dat Europa vastbesloten is om de integriteit van zijn financiële markten te beschermen en criminelen die geld willen verdienen door opzettelijk informatie te manipuleren, af te schrikken. Administratieve autoriteiten zullen voortaan meer bevoegdheden hebben om marktmisbruik te onderzoeken en boetes op te leggen die miljoenen euro kunnen bedragen, terwijl degenen die schuldig worden bevonden aan marktmisbruik, zullen worden afgeschrikt door het vooruitzicht van een gevangenisstraf in de hele Unie. De tijd is gekomen om nu de wetgeving in de praktijk om te zetten: de lidstaten zouden deze nieuwe regels snel ten uitvoer moeten leggen zodat de criminelen zich nergens in Europa nog kunnen verstoppen."

Volgende stappen: Na de ondertekening van de verordening en de richtlijn door de voorzitters van het Europees Parlement en de Raad en de bekendmaking ervan in het Publicatieblad, naar verwachting aankomende juni, zal de Commissie over een periode van 24 maanden beschikken om uitvoeringsmaatregelen voor de verordening vast te stellen en zullen de lidstaten over die periode beschikken om de richtlijn in nationaal recht om te zetten.

De goedkeuring van de verordening betekent dat:

  • de bestaande regels inzake marktmisbruik worden uitgebreid tot misbruik van de elektronische handelsplatforms, die de afgelopen jaren snel in aantal zijn toegenomen;
  • via hoogfrequente handel uitgevoerde misbruikstrategieën duidelijk verboden zijn;
  • degenen die benchmarks zoals LIBOR manipuleren, zich schuldig maken aan marktmisbruik en aan hoge boetes worden onderworpen;
  • marktmisbruik dat zowel op grondstoffenmarkten als op aanverwante derivatenmarkten plaatsvindt, verboden is en de samenwerking tussen de voor het toezicht op de financiële en de grondstoffenmarkten verantwoordelijke autoriteiten wordt versterkt;
  • het afschrikkend effect van de wetgeving veel groter zal zijn dan nu, met de mogelijkheid van geldboetes van ten minste het drievoudige van de door marktmisbruik verkregen winst, of ten minste 15 % van de omzet van ondernemingen. De lidstaten kunnen beslissen om verder te gaan dan dit minimum.

De goedkeuring van de richtlijn betekent dat:

  • er voor de hele EU geldende definities komen van misdrijven van marktmisbruik, zoals handel met voorkennis, onwettige openbaarmaking van informatie en marktmanipulatie;
  • er gemeenschappelijke strafrechtelijke sancties komen, zoals boetes en vrijheidsstraffen van minstens vier jaar voor handel met voorkennis en marktmanipulatie en twee jaar voor onwettige openbaarmaking van interne informatie;
  • rechtspersonen (bedrijven) aansprakelijk worden gesteld voor marktmisbruik;
  • de lidstaten hun rechtsmacht moeten vestigen voor deze strafbare feiten als die op hun grondgebied plaatsvinden of als de dader een staatsburger is;
  • de lidstaten ervoor moeten zorgen dat justitie en politie voldoende zijn opgeleid om deze zeer complexe zaken te behandelen.

Voor meer informatie:

 

Print Friendly and PDF ^