Wet van 18 juni 2012 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met een hervorming van de regeling betreffende herziening ten voordele van de gewezen verdachte


De Wet hervorming herziening ten voordele is een feit.
Op een bij koninklijk besluit nader te bepalen tijdstip zal de wet in werking treden.

Klik hier voor de volledige tekst van de wet.

Bron: Stb. 2012, 275

Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstel ter implementatie AIFM-richtlijn



Dit wetsvoorstel strekt tot implementatie van de Alternative Investment Fund Managers Directive (de AIFM-richtlijn). De richtlijn biedt een regelgevend kader voor beheerders van beleggingsinstellingen, niet zijnde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) die tot dusver niet onder een Europees kader vielen. Een deel van deze beheerders viel in Nederland wel onder het ‘nationale regime’ voor beleggingsinstellingen. De richtlijn geeft maximumharmonisatie voor beheerders van beleggingsinstellingen die enkel rechten van deelneming aanbieden aan professionele beleggers. De richtlijn is daartegen minimumharmonisatie voor beheerders die rechten van deelneming aanbieden aan niet-professionele beleggers. Dat betekent dat lidstaten naast de regels van de richtlijn voor deze groep aanvullende nationale regels mogen stellen. Nederland kiest er vanuit het oogpunt van beleggersbescherming (bij niet-professionele beleggers gaat het immers veelal om consumenten) voor om van deze mogelijkheid gebruik te maken.


Klik hier voor meer informatie.

Print Friendly and PDF ^

Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen aangenomen

De Eerste Kamer heeft op 5 juni 2012 met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie gedebatteerd over het voorstel Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen (33.058).
Het voorstel is vandaag na stemming bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen.
Het wetsvoorstel wijzigt de Wet op het financieel toezicht en de Wet financiële markten BES en stelt zowel een expliciete wettelijke beperking van de aansprakelijkheid van de Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) als een bonusverbod voor staatsgesteunde ondernemingen voor.
In de huidige wet- en regelgeving is niet voorzien in een bijzondere regeling voor de aansprakelijkheid van de financiële toezichthouders, DNB en de AFM. De aansprakelijkheid wordt volgens het algemene regime van artikel 162 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) beoordeeld. Wel is in de jurisprudentie het handelen van de financiële toezichthouder enkele malen getoetst aan de specifieke norm van de ‘behoorlijk en zorgvuldig handelende toezichthouder’. Dit wetsvoorstel introduceert een expliciete wettelijke beperking van de aansprakelijkheid ten opzichte van het huidige aansprakelijkheidsregime voor de toezichthoudende taken van DNB en de AFM die voortvloeien uit Wft.
Tevens wordt met dit voorstel vastgelegd dat wanneer een financiële onderneming ten laste van de publieke middelen steun geniet, het uitkeren van variabele beloningen (bonussen) aan de bestuurders van die onderneming niet is toegestaan, alsmede dat de overige delen van de beloning worden bevroren. Dit voorstel heeft betrekking op zowel nieuwe als bestaande gevallen van steunverlening. Voor de bestaande gevallen is daarbij in overgangsrecht voorzien, waarin rekening is gehouden met de mate waarin de nieuwe regels voorzienbaar waren voor gesteunde ondernemingen en hun bestuurders.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Bron: website van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Klik hier voor meer informatie.
Print Friendly and PDF ^

Eerste Kamer akkoord met wetsvoorstel herziening ten voordele

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot wijziging van de regeling voor herziening ten voordele van gewezen verdachten. Het wetsvoorstel herziet in het Wetboek van Strafvordering de regeling voor herziening ten voordele van de gewezen verdachten. Hierdoor wordt de rechtsbescherming van burgers die ten onrechte zijn veroordeeld verbeterd.

Hoofdlijnen

  • Bij het novum wordt beter rekening gehouden met nieuwe forensische expertise.
  • De mogelijkheid van herziening op grond van een gebleken schending van het EVRM wordt verruimd.
  • De Hoge Raad blijft herzieningsrechter. De bestaande herzieningsprocedure wordt aangepast om beter feitelijk onderzoek mogelijk te maken, waarbij ook de inbreng van deskundigen kan worden benut. Als het om ernstige misdrijven gaat kan een gewezen verdachte, ter voorbereiding van zijn herzieningsaanvraag bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad een verzoek indienen tot een nader feitelijk onderzoek.
  • Bij zo een een diepgravend feitenonderzoek kunnen een commissie, een onderzoeksteam en een rechter-commissaris betrokken worden.
  • Om lichtvaardige herzieningsaanvragen te voorkomen is procesvertegenwoordiging verplicht.
  • Als de herziening leidt tot een vrijspraak dan betaalt niet het slachtoffer maar de Staat de achteraf dus onverschuldigde schadevergoedingen aan het slachtoffer terug aan de ten onrechte veroordeelde. Behalve als de rechterlijke dwaling te wijten is aan het gedrag van het slachtoffer.
  • Het slachtoffer krijgt bovendien recht op informatie over de strafzaak.
Klik hier voor meer informatie.
Print Friendly and PDF ^

Richtlijn voor strafvordering Wet personenvervoer 2000

Op 1 juni 2012 is de richtlijn in werking getreden. Deze richtlijn vervangt de gelijknamige richtlijn uit 2010 (2010R002).

Deze richtlijn bevat het strafvorderingsbeleid van het OM inzake overtredingen bepaald bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), die in artikel 1 van de Wet op de economische delicten (WED) als economisch delict zijn aangemerkt.

Deze richtlijn is aangepast vanwege de wijziging van de Wp 2000 en het Bp 2000 per 1 oktober 2011waarbij regels ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer zijn gesteld.

Met het oog op de gewenste eenheid in het strafvorderingsbeleid inzake economische strafzaken heeft het College van procureurs-generaal de in deze richtlijn opgenomen tarieflijst vastgesteld die landelijk als uitgangspunt dient voor de bepaling van de bedragen, welke als transactie of als geldboete (in het kader van een OM-strafbeschikking) worden gehanteerd.


Klik hier voor de geldende versie van de Richtlijn.

Print Friendly and PDF ^