Artikel: ToeslagenGate

Jesse Frederik biedt in zijn boek Zo hadden we het niet bedoeld. De tragedie achter de toeslagenaffaire een zeldzaam goed afgewogen bespreking van een haast onontwarbare beleidskluwen. Het is een ontnuchterend relaas van ontluisterende ontwikkelingen binnen politiek, bestuur en rechtspraak, en de desastreuze gevolgen voor ouders.
Frederik neemt de vier machten de maat, de pilaren waarop het laaglandse politieke bedrijf rust. De top van het ministerie van Financiën poogt het ene masterplan na het andere door de Belastingdienst heen te rollen, volksvertegenwoordigers maken zich vooral druk over fraude-incidenten (waaronder de commotie rondom frauderende Bulgaren), de pers wil reputaties onderuithalen en is overwegend op zoek naar schuldigen, en de juristen van de Raad van State kijken weg. Frederik geeft veel aandacht aan de verontwaardiging van politici nadat zich wederom een affaire of crisis lijkt aan te dienen. Ze zijn geregeld voorstander van hard optreden tegen de veronderstelde groepen fraudeurs. Enkele jaren later werpen zij zich echter op als beschermers van de ouders die grof onrecht te verduren hadden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Kafkaësk algoritmisch bestuur

In zijn jacht op mogelijke fraudeurs pakte de Belastingdienst vooral kwetsbare groepen (vooral alleenstaande moeders) met lage inkomens (meer dan 80% had een huishoudinkomen van minder dan € 20.000 per jaar) en mensen met een tweede nationaliteit (meer dan 70% had een migratieachtergrond). De Belastingdienst ontwierp een algoritmisch systeem waarin een laag inkomen werd gezien als een hoog risico op fraude, terwijl een hoog inkomen als een laag risico werd beschouwd. Het algoritme was dus systematisch bevooroordeeld in de geautomatiseerde ambtelijke controle op fraude. Daarnaast kregen in dit systeem mensen die kleine fouten in hun aanvraag voor toeslag hadden gemaakt al snel de kwalificatie van ‘grove schuld’. Zij werden zwaar gestraft. Zo werden tienduizenden ouders en kinderen op grove wijze geslachtofferd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De aanpak van ondermijning ondermijnd

Toen fastfoodketen McDonalds in 1971 het eerste Europese restaurant in Zaandam vestigde, trok dat veel publieke aandacht. McDonalds is echter al lang geen bijzonderheid meer, want inmiddels heeft McDonalds meer dan 250 restaurants in Nederland en wereldwijd telt de franchise bijna 40.000 vestigingen verspreid over meer dan 100 landen. Wat mensen naar de golden arches blijft lokken is niet nieuwsgierigheid of het willen hebben van een nieuwe verrassende ervaring, maar juist het tegenovergestelde, namelijk dat je van tevoren altijd precies weet wat je krijgt, of je nu in Amsterdam of Maastricht, Nederland of Japan bent. McDonalds benadrukt dit ook op de website van het concern: ‘[…] de formule is steeds hetzelfde gebleven: een vriendelijke en snelle bediening, producten van hoge kwaliteit, een brandschoon restaurant en een aantrekkelijke prijs’ (www.mcdonalds.com).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Double Big Mac

De afgelopen 25 jaar heeft binnen de politie en politiewetenschap, vooral in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, het evidence-based gedachtegoed sterk aan invloed gewonnen. In deze landen zijn ruime hoeveelheden financiën beschikbaar gekomen voor onderzoek dat in dit kader plaatsvindt en is een uitgebreide organisatorische infrastructuur opgebouwd rond dit gedachtegoed. Deze ontwikkeling is ingegeven door de hoge ambities en beloften die aan evidence-based policing zijn verbonden, waaronder de belofte de politie goedkoper en effectiever te maken en haar democratische karakter te versterken (Bullock, Fielding & Holdaway, 2020). Met de claim op eenduidig en hard wetenschappelijk bewijs (evidence) slaagt deze beweging erin gezag en vertrouwen op te bouwen, waarbij zij schijnbaar waardegeladen en politiek gevoelige discussies weet te vermijden.

Evidence-based policing belooft bovendien een einde te maken aan onprofessionele en ineffectieve praktijken van de politie, waarbij als inferieur beschouwde praktijkkennis van politiemensen wordt vervangen door eenduidig wetenschappelijk bewijs. Deze retoriek heeft blijkbaar een grote mate van overtuigingskracht. Immers, wie zou tegen het ‘beste’ wetenschappelijk bewijs kunnen zijn als grondslag voor politieoptreden? Of in de woorden van Moore (2006: 322): ‘It is impossible to be against a movement that supports “evidence-based policing”.’

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: McDonaldisering in de Nederlandse straf­rechtspraak

Een McDonalds en een rechtbank hebben op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen. De één is gesitueerd in een winkelstraat of langs een snelweg en is vol lawaai, neonlicht en op voedsel kauwende mensen. De ander huist in een statig gebouw vol zittingszalen waar orde heerst en onder de bezielende leiding van een rechter serieuze zaken worden besproken. Anders dan een McDonalds opereert een rechtbank niet in een concurrerende markt en hoeft zij geen winst te maken. Buiten de druk die uitgaat van kinderen die op de achterbank zeuren om een ‘Happy Meal’, kiest een klant vrijwillig voor een bezoek aan een McDonalds. Dat kan meestal niet gezegd worden over een partij in een rechtszaak en zeker niet over een verdachte in een strafzaak, al kan die er wel voor kiezen om niet bij de behandeling van de zaak of uitspraak aanwezig te zijn. Toch zijn er ook overeenkomsten tussen de rechtbank en de McDonalds. De centrale actoren dragen herkenbare bedrijfskleding en er wordt gewerkt met gereguleerde procedures om op een economische manier te komen tot zo veel mogelijk ‘producten’. Dat het ‘product’ bij de rechter een vonnis is dat wordt uitgesproken tegen een (al dan niet aanwezige) verdachte en bij de McDonaldsmedewerker een hamburger die in een doosje aan de klant wordt overhandigd, doet niet af aan de opmerkelijke overeenkomsten en de achterliggende principes waarop ze gebaseerd zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^