Twaalf panden doorzocht in omvangrijke PGB-fraude zaak

De directie Opsporing van de Inspectie SZW  heeft in een strafrechtelijk onderzoek naar fraude met persoonsgebonden budgetten (PGB) op woensdag 25 juni vier panden in Zuid-Holland en acht panden in Overijssel doorzocht. Daarbij is beslag gelegd op onder meer administratie en woningen. Het wederrechtelijke voordeel voor de verdachten wordt geschat op enkele miljoenen euro’s. Het onderzoek van de Inspectie SZW staat onder leiding van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie.

Het onderzoek richt zich op een overkoepelende zorgonderneming die PGB-gelden declareerde.  Het vermoeden bestaat dat de verkregen PGB-gelden niet of slechts gedeeltelijk werden aangewend voor de zorg aan cliënten.

De feitelijke zorg werd door de overkoepelende zorgonderneming uitbesteed aan zorgverlenende relaties. De cliënt ging de zorgovereenkomst aan met de overkoepelende zorgaanbieder. De cliënten zijn vooral mensen met een verslavingsprobleem.

De Inspectie SZW is met dit onderzoek begonnen naar aanleiding van een eerder ingesteld strafrechtelijk onderzoek naar één van de zorgverlenende relaties, en een aangifte.

Speciaal PGB-fraude team

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een team dat speciaal is opgericht om PGB- fraude aan te pakken. Het team is operationeel sinds 1 januari 2013 bij de directie Opsporing van de Inspectie SZW en wordt  gefinancierd door het ministerie van VWS.  Een PGB is een geldbedrag waarmee iemand die zorg, begeleiding of hulp behoeft, deze kan inkopen. Een zorgbehoevende vraagt bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om indicatie voor zorg. Vervolgens kan dan door het zorgkantoor zorg in natura of een PGB worden verstrekt. Met een PGB koopt een zorgbehoevende zelfstandig de noodzakelijke zorg in. Het geld is alleen bedoeld voor zorg en mag niet worden uitgegeven aan andere zaken.  Fraude met PGB ondermijnt de verzorgingsstaat.

Bron: Rijksoverheid

Print Friendly and PDF ^

Politierechter acht bewezen dat verdachte zijn inlichtingenplicht heeft geschonden

Rechtbank Amsterdam 23 oktober 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:7167

Verdachte ontving een bijstandsuitkering en had moeten melden dat hij, door het overlijden van zijn vader, tezamen met zijn zusters het vruchtgebruik over de hem en zijn zusters in eigendom geschonken ouderlijke woning verkreeg. De politierechter passeert het verblijvingsbeding, aangezien niet is gebleken dat hierop tegenover verdachte een beroep is gedaan. Dat de woning pas is verkocht nadat verdachte 65 jaar werd, doet aan dit alles niet af.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 60 uren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens langdurige uitkeringsfraude

Rechtbank Limburg 10 september 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:5303

De verdachte heeft in de periode vanaf 23 augustus 2001 tot 1 juni 2011 in Nederland een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen van het UWV en het GAK. Deze uitkering was tot 2 oktober 2007 gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.Op 26 juli 2007 vond een arbeidskundig onderzoek plaats naar de mate van arbeids(on)geschiktheid, in het kader van de wettelijke eenmalige herbeoordeling WAO voor personen in de leeftijd van 40 tot 50 jaar. In een telefonisch gesprek met de arbeidsdeskundige gaf de verdachte aan dat hij op dat moment geen werkzaamheden verrichte en dat hij in het geheel geen werkzaamheden meer kon verrichten. De arbeidsongeschiktheid van verdachte werd naar aanleiding van het arbeidskundig onderzoek per 2 oktober 2007 vastgesteld op 45-55%.

Verdachte heeft op 2 oktober 2002, 15 september 2003, 5 september 2005, 16 augustus 2006 en 12 januari 2010 het formulier ‘Actuele gegevens arbeidsongeschiktheidsverzekering’, afkomstig van het UWV/GAK, ingevuld en ondertekend in zijn woonplaats in Duitsland.

Op deze door verdachte ingevulde en ondertekende formulieren staat onder het kopje ‘toelichting’ vermeld dat wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de uitkering of toeslag, op eigen initiatief aan het UWV/GAK moeten worden gemeld. Ook staat vermeld dat eventuele wijzigingen in het inkomen en andere uitkeringen onmiddellijk moeten worden gemeld. De verdachte heeft op de formulieren telkens ingevuld dat hij in dat jaar of het jaar daarvoor niet heeft gewerkt en dat hij naast de arbeidsongeschiktheidsuitkering geen andere uitkering heeft ontvangen.

Op 22 juli 2010 is bij het UWV een brief binnen gekomen van het Caisse Nationale d’Assurance Pension (CNAP) te Luxemburg. Uit deze brief blijkt dat verdachte vanaf 11 februari 2002 tot 31 mei 2004 werkzaam is geweest bij de firma ‘bedrijf 1’ en vanaf 1 september 2005 tot 21 juni 2009 bij de firma ‘bedrijf 2’.

Het UWV heeft vervolgens aan voornoemde firma’s een vragenformulier toegestuurd met het verzoek daarop onder meer in te vullen hoeveel uren de verdachte had gewerkt en hoe hoog zijn brutoloon was. Uit de geretourneerde vragenformulieren bleek dat verdachte bij beide firma’s 173 uren per maand had gewerkt en daarmee ongeveer tussen € 2.559,00 en € 3.253,00 bruto per maand had verdiend.

Voorts bleek uit een brief van het CNAP van 6 april 2011 dat verdachte vanaf 22 juni 2009 in Luxemburg een “invalidenpension” ontving.

De rechtbank concludeert uit bovenstaande bewijsmiddelen dat de verdachte in de tenlastegelegde periode inkomsten uit werkzaamheden en een uitkering heeft genoten in Luxemburg en dat hij dit niet heeft gemeld aan het UWV en het GAK, terwijl die informatie relevant was voor de uitkerende instanties om zijn recht op een WAO-uitkering te kunnen beoordelen. Gelet op de toelichting op de formulieren ‘Actuele gegevens arbeidsongeschiktheidsverzekering’ die de verdachte meermalen heeft ingevuld, ondertekend en geretourneerd, was hij wel verplicht deze werkzaamheden en inkomsten te melden bij het UWV en het GAK. Nu hij dit niet heeft gedaan acht de rechtbank het tenlastegelegd feit wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

Aanhoudingen voor stelselmatige fraude met PGB-budgetten

De rechter-commissaris van de rechtbank Den Bosch heeft gisteren een 52-jarige vrouw uit Eindhoven in bewaring gesteld. Zij is maandag door de directie opsporing van de Inspectie SZW aangehouden, samen met een 53-jarige man uit Eindhoven en een 27-jarige vrouw uit Rotterdam. Het drietal wordt verdacht van stelselmatige fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB) en het witwassen van daarmee verdiende gelden. Er is vermoedelijk gefraudeerd voor circa 2.000.000 euro.

De verdachten zaten in het bestuur van een stichting in Zuid Oost Brabant die zich richt op het opvangen en ondersteunen van jongeren uit minderheidsgroeperingen. De 52-jarige vrouw uit Eindhoven is de voorzitter van de stichting. Uit onderzoek komt naar voren dat zij vermoedelijk sinds 2007 personen benaderde, die zich gezien hun sociale omstandigheden en gezondheidstoestand in een kwetsbare positie bevonden. Zij zou die mensen haar hulp hebben aangeboden, door voor hen een PGB aan te vragen. De verdachten deden vervolgens de PGB administratie, bemiddelden in zorgverleners en konden over de bankrekeningen van de PGB-aanvragers beschikken. Het vermoeden is dat de personen voor wie PGB werd aangevraagd niet wisten hoeveel PGB voor hen werd aangevraagd en zij wisten niet wat er met het aangevraagde PGB gebeurde. Vermoedelijk is een groot deel van het geld naar verdachten gegaan. Dat geld is niet besteed aan zorg.

Het onderzoek startte naar aanleiding van een aangifte door de zorgverzekeraar CZ. De Inspectie SZW heeft de drie woningen van de verdachten doorzocht. Er is beslag gelegd op administratie,  een auto, 10.000 euro contant geld en onroerend goed.

Fraude met PGB ondermijnt verzorgingsstaat

Een PGB is een geldbedrag waarmee iemand die zorg, begeleiding of hulp behoeft, deze kan inkopen. Een zorgbehoevende vraagt bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om indicatie voor zorg. Vervolgens kan dan door het zorgkantoor zorg in natura of een PGB worden verstrekt. Met een PGB koopt een zorgbehoevende zelfstandig de noodzakelijke zorg in. Het geld is alleen bedoeld voor zorg en mag niet worden uitgegeven aan andere zaken.

Bron: OM

Print Friendly and PDF ^

Rapportage over het afwikkelen van fraudesignalen en de oplegging en de inning van boetes en terugvorderingen door gemeenten, UWV en de SVB

Met de per 1 januari 2013 ingevoerde ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ (Fraudewet) zal de uitvoeringspraktijk naar verwachting wijzigen. Het uitgangspunt van deze wet is om fraude strenger te sanctioneren.

De inspectie heeft op basis van onderzoek bij UWV, SVB en twaalf gemeenten een aantal bevindingen bij de huidige handhavingspraktijk.

De inspectie schetst een positief beeld van de uitvoeringspraktijk door UWV. UWV heeft het lik-op-stukbeleid geconcretiseerd waardoor het mogelijk is om te sturen op doorlooptijden. Dit leidt tot positieve resultaten. De inspectie concludeert dat bij UWV de uitvoering op de onderdelen boeteoplegging en incasso zodanig op orde is dat zij weinig mogelijkheden ziet voor verdere verbeteringen. Over SVB oordeelt de inspectie dat zij op het terrein van incasso zeer succesvol is.

Bij de onderzochte gemeenten constateert de inspectie onderlinge verschillen op de onderzochte onderdelen. Veel gemeenten kunnen volgens de inspectie vooruitgang boeken, waardoor de effectiviteit van de handhavingsinspanningen kan toenemen. Van de twaalf onderzochte gemeenten hanteren bijvoorbeeld slechts enkele normtijden, waardoor in geringe mate wordt gestuurd op het beperken van de periode tussen overtreding en afronding van het onderzoek. Voor wat betreft de incassoactiviteiten heeft de inspectie onderscheid kunnen maken tussen gemeenten waarvan beleid en uitvoering kan worden gekwalificeerd als strikt of coulant. Strikte gemeenten benutten een hogere aflossingscapaciteit. Hierdoor laten coulante gemeenten in de huidige uitvoeringspraktijk kansen liggen op het gebied van terugvordering en incasso.

De Inspectie SZW constateert dat bij UWV en SVB de uitvoering op onderdelen zodanig op orde is dat zij weinig mogelijkheden ziet voor verbeteringen. Er wordt echter gestreefd naar verdere versterking van de handhavingspraktijk. In dit kader biedt het Regeerakkoord UWV en SVB de mogelijkheid om businesscases te ontwikkelen waarin het toezicht wordt versterkt.

Het onderzoek laat een wisselend beeld zien van de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Dit sluit aan bij de beleidsvrijheid die gemeenten hebben om invulling te geven aan het handhavingsbeleid. Het onderzoek onder de twaalf gemeenten laat zien dat er verschil is tussen strikte en coulante gemeenten. Dit kan betekenen dat bij sommige gemeenten ruimte voor verbetering aanwezig is. Met de invoering van de Fraudewet wordt voorzien in het harmoniseren en aanscherpen van de uitvoeringspraktijk waardoor grote onderlinge verschillen tussen gemeenten tot het verleden moeten gaan behoren. Ook het incassoproces van de ‘coulante’ gemeenten zal hierdoor aangescherpt worden. Gemeenten zijn vanaf 2013 (zoals dat bij UWV en SVB al het geval was) verplicht om bij fraude terugvordering in te stellen en zij moeten fraudevorderingen vervolgens tien jaar lang incasseren. Gezien de bevindingen van de inspectie en de invoering van de Fraudewet zien wij aanleiding om gemeenten nogmaals te wijzen op het belang van het incasseren van fraudevorderingen. Wij zullen dit onderwerp op korte termijn aan de orde stellen in het bestuurlijk overleg met de VNG en in de Verzamelbrief gemeenten.

De Inspectie SZW geeft voorts aan dat de uitvoering van de Fraudewet in grote mate afhangt van de wijze waarop gemeenten omgaan met het beoordelen van de verwijtbaarheid van geconstateerde overtredingen. Het is goed te benoemen dat gemeenten ook na invoering van de Fraudewet de beleidsvrijheid hebben om hierbij maatwerk te leveren.

Print Friendly and PDF ^