Veroordeling wegens langdurige uitkeringsfraude

Rechtbank Limburg 10 september 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:5303

De verdachte heeft in de periode vanaf 23 augustus 2001 tot 1 juni 2011 in Nederland een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen van het UWV en het GAK. Deze uitkering was tot 2 oktober 2007 gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.Op 26 juli 2007 vond een arbeidskundig onderzoek plaats naar de mate van arbeids(on)geschiktheid, in het kader van de wettelijke eenmalige herbeoordeling WAO voor personen in de leeftijd van 40 tot 50 jaar. In een telefonisch gesprek met de arbeidsdeskundige gaf de verdachte aan dat hij op dat moment geen werkzaamheden verrichte en dat hij in het geheel geen werkzaamheden meer kon verrichten. De arbeidsongeschiktheid van verdachte werd naar aanleiding van het arbeidskundig onderzoek per 2 oktober 2007 vastgesteld op 45-55%.

Verdachte heeft op 2 oktober 2002, 15 september 2003, 5 september 2005, 16 augustus 2006 en 12 januari 2010 het formulier ‘Actuele gegevens arbeidsongeschiktheidsverzekering’, afkomstig van het UWV/GAK, ingevuld en ondertekend in zijn woonplaats in Duitsland.

Op deze door verdachte ingevulde en ondertekende formulieren staat onder het kopje ‘toelichting’ vermeld dat wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de uitkering of toeslag, op eigen initiatief aan het UWV/GAK moeten worden gemeld. Ook staat vermeld dat eventuele wijzigingen in het inkomen en andere uitkeringen onmiddellijk moeten worden gemeld. De verdachte heeft op de formulieren telkens ingevuld dat hij in dat jaar of het jaar daarvoor niet heeft gewerkt en dat hij naast de arbeidsongeschiktheidsuitkering geen andere uitkering heeft ontvangen.

Op 22 juli 2010 is bij het UWV een brief binnen gekomen van het Caisse Nationale d’Assurance Pension (CNAP) te Luxemburg. Uit deze brief blijkt dat verdachte vanaf 11 februari 2002 tot 31 mei 2004 werkzaam is geweest bij de firma ‘bedrijf 1’ en vanaf 1 september 2005 tot 21 juni 2009 bij de firma ‘bedrijf 2’.

Het UWV heeft vervolgens aan voornoemde firma’s een vragenformulier toegestuurd met het verzoek daarop onder meer in te vullen hoeveel uren de verdachte had gewerkt en hoe hoog zijn brutoloon was. Uit de geretourneerde vragenformulieren bleek dat verdachte bij beide firma’s 173 uren per maand had gewerkt en daarmee ongeveer tussen € 2.559,00 en € 3.253,00 bruto per maand had verdiend.

Voorts bleek uit een brief van het CNAP van 6 april 2011 dat verdachte vanaf 22 juni 2009 in Luxemburg een “invalidenpension” ontving.

De rechtbank concludeert uit bovenstaande bewijsmiddelen dat de verdachte in de tenlastegelegde periode inkomsten uit werkzaamheden en een uitkering heeft genoten in Luxemburg en dat hij dit niet heeft gemeld aan het UWV en het GAK, terwijl die informatie relevant was voor de uitkerende instanties om zijn recht op een WAO-uitkering te kunnen beoordelen. Gelet op de toelichting op de formulieren ‘Actuele gegevens arbeidsongeschiktheidsverzekering’ die de verdachte meermalen heeft ingevuld, ondertekend en geretourneerd, was hij wel verplicht deze werkzaamheden en inkomsten te melden bij het UWV en het GAK. Nu hij dit niet heeft gedaan acht de rechtbank het tenlastegelegd feit wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF