Rapportage over het afwikkelen van fraudesignalen en de oplegging en de inning van boetes en terugvorderingen door gemeenten, UWV en de SVB

Met de per 1 januari 2013 ingevoerde ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ (Fraudewet) zal de uitvoeringspraktijk naar verwachting wijzigen. Het uitgangspunt van deze wet is om fraude strenger te sanctioneren.

De inspectie heeft op basis van onderzoek bij UWV, SVB en twaalf gemeenten een aantal bevindingen bij de huidige handhavingspraktijk.

De inspectie schetst een positief beeld van de uitvoeringspraktijk door UWV. UWV heeft het lik-op-stukbeleid geconcretiseerd waardoor het mogelijk is om te sturen op doorlooptijden. Dit leidt tot positieve resultaten. De inspectie concludeert dat bij UWV de uitvoering op de onderdelen boeteoplegging en incasso zodanig op orde is dat zij weinig mogelijkheden ziet voor verdere verbeteringen. Over SVB oordeelt de inspectie dat zij op het terrein van incasso zeer succesvol is.

Bij de onderzochte gemeenten constateert de inspectie onderlinge verschillen op de onderzochte onderdelen. Veel gemeenten kunnen volgens de inspectie vooruitgang boeken, waardoor de effectiviteit van de handhavingsinspanningen kan toenemen. Van de twaalf onderzochte gemeenten hanteren bijvoorbeeld slechts enkele normtijden, waardoor in geringe mate wordt gestuurd op het beperken van de periode tussen overtreding en afronding van het onderzoek. Voor wat betreft de incassoactiviteiten heeft de inspectie onderscheid kunnen maken tussen gemeenten waarvan beleid en uitvoering kan worden gekwalificeerd als strikt of coulant. Strikte gemeenten benutten een hogere aflossingscapaciteit. Hierdoor laten coulante gemeenten in de huidige uitvoeringspraktijk kansen liggen op het gebied van terugvordering en incasso.

De Inspectie SZW constateert dat bij UWV en SVB de uitvoering op onderdelen zodanig op orde is dat zij weinig mogelijkheden ziet voor verbeteringen. Er wordt echter gestreefd naar verdere versterking van de handhavingspraktijk. In dit kader biedt het Regeerakkoord UWV en SVB de mogelijkheid om businesscases te ontwikkelen waarin het toezicht wordt versterkt.

Het onderzoek laat een wisselend beeld zien van de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Dit sluit aan bij de beleidsvrijheid die gemeenten hebben om invulling te geven aan het handhavingsbeleid. Het onderzoek onder de twaalf gemeenten laat zien dat er verschil is tussen strikte en coulante gemeenten. Dit kan betekenen dat bij sommige gemeenten ruimte voor verbetering aanwezig is. Met de invoering van de Fraudewet wordt voorzien in het harmoniseren en aanscherpen van de uitvoeringspraktijk waardoor grote onderlinge verschillen tussen gemeenten tot het verleden moeten gaan behoren. Ook het incassoproces van de ‘coulante’ gemeenten zal hierdoor aangescherpt worden. Gemeenten zijn vanaf 2013 (zoals dat bij UWV en SVB al het geval was) verplicht om bij fraude terugvordering in te stellen en zij moeten fraudevorderingen vervolgens tien jaar lang incasseren. Gezien de bevindingen van de inspectie en de invoering van de Fraudewet zien wij aanleiding om gemeenten nogmaals te wijzen op het belang van het incasseren van fraudevorderingen. Wij zullen dit onderwerp op korte termijn aan de orde stellen in het bestuurlijk overleg met de VNG en in de Verzamelbrief gemeenten.

De Inspectie SZW geeft voorts aan dat de uitvoering van de Fraudewet in grote mate afhangt van de wijze waarop gemeenten omgaan met het beoordelen van de verwijtbaarheid van geconstateerde overtredingen. Het is goed te benoemen dat gemeenten ook na invoering van de Fraudewet de beleidsvrijheid hebben om hierbij maatwerk te leveren.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF