Ontneming: hof verwerpt verweer rb heeft gehandeld i.s.m. beginselen van goede procesorde en artikel 6 EVRM door uit te gaan van een berekeningswijze waarop de verdediging niet bedacht hoefde te zijn

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 oktober 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8804

Het hof verwerpt het verweer dat de rechtbank heeft gehandeld i.s.m. de beginselen van een goede procesorde en artikel 6 EVRM door uit te gaan van een berekeningswijze waarop de verdediging niet bedacht hoefde te zijn. Gelet op het requisitoir en de inhoud van het dossier had de verdediging kunnen en moeten voorzien dat de rechtbank zou (kunnen) kiezen voor de transactiemethode.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over wederrechtelijk verkregen voordeel uit gewoontewitwassen

Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2502

Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen "uit" het in de strafzaak bewezenverklaarde 'medeplegen van gewoontewitwassen' ontoereikend is gemotiveerd.
 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: Geen aftrek van in rechte vastgestelde vorderingen derden benadeelden, voor zover deze vordering nog niet zijn betaald

Gerechtshof Amsterdam 25 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3439

Nu niet is gebleken dat de vorderingen van de benadeelde partijen zijn voldaan, zal het hof deze aan de benadeelde partijen in rechte toegekende vorderingen niet op het geschatte voordeel in mindering brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: Middelen over de door Hof gebruikte methode van extrapolatie en motivering Hof winstpercentage verkoopprijs

Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2503

Het eerste middel klaagt dat het hof op ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat de extrapolatie van bevindingen gedurende 66 dagen (de referentieperiode) representatief is voor de gehele onderzoeksperiode van 99 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wederrechtelijk verkregen voordeel uit soortgelijke feiten, samenloop ontnemingsvordering met civiele vordering & onschuldpresumptie

Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2477

Het eerste middel behelst de klacht dat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft bepaald zonder dat de verkrijging daarvan door de betrokkene daadwerkelijk vaststaat, althans dat de vaststelling van het te ontnemen bedrag onvoldoende met redenen is omkleed, dan wel dat de daartegen opgeworpen verweren onvoldoende gemotiveerd zijn verworpen. De klacht spitst zich toe op het oordeel van het hof dat de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft behaald uit soortgelijke feiten, zoals bedoeld in art. 36e, tweede lid (oud), Sr.
 

Read More
Print Friendly and PDF ^