Melding van milieu-incidenten op grond van de wet en de vergunning
/- Melding van milieu-incidenten op grond van de wet en de vergunning, WABO & OMGEVINGSVERGUNNING PLUS - JAARGANG 8, NUMMER 2, 6 FEBRUARI 2014
Chemie-Pack Nederland B.V. en een holding uit Zevenbergen moeten de kosten vergoeden die de minister van Infrastructuur en Milieu heeft gemaakt om vervuiling van de Insteekhaven Roode Vaart en het Hollandsch Diep door verontreinigd bluswater tegen te gaan. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (19 februari 2014). De minister besloot in januari 2011 om zogenoemde spoedeisende bestuursdwang op te leggen aan de bedrijven om bodem- en waterverontreiniging door vuil bluswater tegen te gaan en nieuwe vervuiling te voorkomen. De minister heeft de kosten van deze opruimwerkzaamheden vervolgens verhaald op Chemie-Pack Nederland B.V. en de holding, als enig bestuurder van Chemie-Pack Nederland B.V.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in februari 2013 dat de minister niet bevoegd was om bestuursdwang toe te passen voor de Noordelijke Insteekhaven. En hoewel zij wel bevoegd was om op te treden tegen bodem- en waterverontreiniging van de Insteekhaven Roode Vaart en het Hollandsch Diep, mocht zij de kosten niet op de holding verhalen, aldus de rechtbank. De minister was het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en was daartegen in hoger beroep gekomen bij de Raad van State.
De Raad van State is, net als de rechtbank, van oordeel dat de minister alleen bevoegd was om spoedeisende bestuursdwang toe te passen voor de Insteekhaven Roode Vaart en het Hollandsch Diep. De minister mag de opruimkosten verhalen die voor deze wateren zijn gemaakt. Daarbij mag zij naar het oordeel van de Raad van State niet alleen Chemie-Pack B.V. aanspreken, maar ook de holding uit Zevenbergen. De holding had namelijk als enig bestuurder de zeggenschap over Chemie-Pack Nederland B.V. en had de feitelijke leiding over dit bedrijf, aldus de hoogste bestuursrechter.
De minister zal nog wel een nieuw besluit moeten nemen over de exacte kosten die de holding moet vergoeden, omdat in het zogenoemde kostenbesluit ook kosten zijn opgenomen vanwege opruimwerkzaamheden in de Noordelijke Insteekhaven.
Op 5 januari 2011 woedde brand bij het chemiebedrijf Chemie-Pack aan de Vlasweg in Moerdijk. Bij het blussen van de brand kwamen grote hoeveelheden verontreinigd bluswater vrij. Omdat het bluswater de Insteekhaven Roode Vaart en het Hollandsch Diep verontreinigde, nam de minister maatregelen om deze verontreiniging tegen te gaan. Het ging om het plaatsen van twee afschermingen, een waterzuiveringsinstallatie en het nemen van watermonsters in de Insteekhaven Roode Vaart en het Hollandsch Diep. Op 22 januari jl. heeft de Raad van State twee andere uitspraken gedaan over de opruimkosten na de brand bij Chemie-Pack. Het ging toen om bestuursdwangbesluiten van het Waterschap Brabantse Delta.
Een landelijk netwerk van 29 omgevingsdiensten moet de kwaliteit verhogen van de vergunningverlening aan bedrijven, het toezicht op deze milieuvergunningen en de handhaving. Het kabinet wil de oprichting van deze omgevingsdiensten wettelijk regelen. Dit staat in een wetsvoorstel van staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu en minister Opstelten van Veiligheid en Justitie waar het kabinet mee heeft ingestemd. Het betreft een wijziging van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht.
Omgevingsdiensten moeten er voor zorgen dat de leefomgeving voor mens en dier veilig is en dat het milieu wordt beschermd. Zij verlenen milieuvergunningen aan (risico)bedrijven en controleren of bedrijven zich aan de regels houden. Doen bedrijven dat niet, dan kan een omgevingsdienst sancties opleggen. De diensten voeren die taken uit in opdracht van de gezamenlijke overheden (provincie en gemeenten) in een regio.
Het kabinet vindt het belangrijk dat vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) overal op dezelfde manier verlopen. Via de omgevingsdiensten wil het kabinet versnippering van deze VTH-taken beperken en de kwaliteit van de uitvoering verhogen. Voorheen lag de verantwoordelijkheid van de uitvoering bij provincies en gemeenten. Daar was echter niet altijd de benodigde kennis aanwezig of men was niet altijd doortastend genoeg, bleek in het verleden.
Daarom hebben Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken het VTH-stelsel te moderniseren. Resultaat is dat per 1 januari van dit jaar 29 omgevingsdiensten zijn opgericht, waarvan er zes zijn gespecialiseerd in grote chemische bedrijven. Daarmee lopen IPO en VNG vooruit op de wetswijziging die het kabinet naar de Kamer heeft gestuurd.
De diensten wisselen onderling informatie uit en moeten opereren als één toezichthouder om uniformiteit te garanderen. Dat geeft de garantie dat bedrijven in het hele land gelijk worden behandeld. Ook de samenwerking en informatie-uitwisseling met veiligheidsregio's, politie, OM en overheden moet verbeteren door het operationeel worden van de omgevingsdiensten. Dan kunnen politie en OM zich vooral richten op het bestrijden van middelzware en zware criminaliteit en de veiligheidsregio's op de bestrijding van branden, ongevallen en rampen. De omgevingsdienst moet eenvoudige zaken meer zelf gaan afdoen.
Bron: Rijksoverheid
Rechtbank Limburg 23 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:719
Vast staat dat verdachte bladrammenas heeft geteeld binnen de teeltvrije zone van 5 meter. Verdachte stelt dat zij de bladrammenas als tussenteelt doet ten behoeve van de bodemverbetering. Haar hoofdteelt is prei. Verdachte stelt dat de bladrammenas een vanggewas is waarvan het is toegestaan dit -mits onbespoten en bemest- te telen binnen de teeltvrije zone. Dat een vanggewas een gunstige invloed kan hebben op de waterkwaliteit (in ruime zin) blijkt reeds uit de Keuzelijst met DAW-maatregelen (die agrariërs in de open teelten en de veehouderijsector kunnen nemen die bijdragen aan verkleinen wateropgave waterkwaliteit en waterkwantiteit inclusief maatregelen die in aanmerking komen om vanuit het Gemeenschappelijk landbouw beleid (GLB) te worden ondersteund; bijlage Boot 13-12b). Verdachte stelt bovendien dat zij nooit binnen de teeltvrije zone spuit of bemest. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting een mailwisseling overgelegd afkomstig van de Inspecteur/BOA buitengebied van het waterschap waaruit blijkt dat mits er niet gespoten of bemest wordt het volgens de inspecteur binnen de teeltvrije zone wel is toegestaan een ander gewas dan op de rest van het perceel te telen.
De economische politierechter overweegt dienaangaande als volgt:
Een vanggewas kan een positieve bijdrage leveren aan de waterkwaliteit van de naastgelegen beek, omdat een dergelijk gewas erosie beperkt en uitstroom van bemestings- en bestrijdingsmiddelen tegengaat.
Het telen van een dergelijk vanggewas is volgens het waterschap in verband met de hiervoor genoemde voordelen kennelijk toegestaan. Het is voorts aannemelijk dat er in casu binnen de teeltvrije zone niet bemest of gespoten is (onder andere door kleurverschil gewas). Gelet op deze omstandigheden vermag de economische politierechter niet in te zien, waarom het telen van een vanggewas binnen de teeltvrije zone enkel is toegestaan indien er op de rest van het perceel een ander (vang)gewas wordt geteeld. Nu uit voorstaande volgt dat verdachte weliswaar in strijd met de letter van de wet heeft gehandeld (door te telen binnen de teeltvrij zone) maar geheel in lijn met de geest van de wet door een vanggewas te telen waardoor een positieve bijdrage wordt geleverd aan de waterkwaliteit (in ruime zin) is de economische politierechter van oordeel dat de materiële wederrechtelijkheid aan het handelen van verdachte ontbreekt. Verdachte wordt dan ook ontslagen van alle rechtsvervolging.
Lees hier de volledige uitspraak.