Is klaagschrift dat 22 jaar na inbeslagneming van voorwerpen is ingediend zo spoedig mogelijk ingediend a.b.i. art. 552a lid 3 Sv?

Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:319

Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat het klaagschrift niet zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen is ingediend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aan een niet-aangehouden verdachte moet worden meegedeeld dat hij recht heeft op een raadsman. Blijft die mededeling achterwege dan volgt in de regel bewijsuitsluiting.

Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368

Het middel klaagt onder meer dat het Hof de verklaring die de verdachte op 11 februari 2015 bij de politie heeft afgelegd, bij de bewijsvoering heeft betrokken in weerwil van het tot bewijsuitsluiting strekkende verweer dat aan de verdachte voorafgaand aan dat eerste verhoor niet mededeling is gedaan van het recht op rechtsbijstand.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanhoudingsverzoek raadsvrouwe op de grond dat zij verhinderd is wegens andere zaak voorafgaand aan terechtzitting per e-mail gedaan en afgewezen

Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:330

Het middel klaagt onder meer over de afwijzing door het Hof van het voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouwe van de verdachte per e-mailbericht gedane verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak in verband met haar verhindering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontvankelijkheid cassatieberoep gericht tegen fictieve beschikking rechtbank

Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:338

Het middel houdt in dat de rechtbank Den Haag een fictief besluit tot ongegrondverklaring van het klaagschrift heeft genomen omdat het heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv te beslissen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Richtinggevend arrest over wegrijden zonder te betalen na tanken

Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:367

Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat tanken zonder te betalen moet worden gehecht met het oog op de strafrechtelijke waardering van die handeling, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang. Bij die beoordeling kan een rol spelen of de betrokkene een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor dat tanken zonder te betalen. De omstandigheid dat hij weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden te dier zake, kan op zichzelf - mede gelet op het bepaalde in art. 29, eerste lid, Sv - niet tot het bewijs bijdragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^