Wederrechtelijk verkregen voordeel uit soortgelijke feiten, samenloop ontnemingsvordering met civiele vordering & onschuldpresumptie
/Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2477
Het eerste middel behelst de klacht dat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft bepaald zonder dat de verkrijging daarvan door de betrokkene daadwerkelijk vaststaat, althans dat de vaststelling van het te ontnemen bedrag onvoldoende met redenen is omkleed, dan wel dat de daartegen opgeworpen verweren onvoldoende gemotiveerd zijn verworpen. De klacht spitst zich toe op het oordeel van het hof dat de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft behaald uit soortgelijke feiten, zoals bedoeld in art. 36e, tweede lid (oud), Sr.
