Vervolg Vidgen. HR over recht op behoorlijke en effectieve mogelijkheid om getuigen daadwerkelijk te ondervragen a.b.i. art. 6 EVRM.

Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1017

De verdachte is bij arrest van 28 oktober 2015 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren en drie maanden wegens de uitvoer van 104 kg xtc-tabletten. Onderhavige zaak is bekend geworden als de “Vidgen-zaak” en kent een lange procedurele voorgeschiedenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: na requisitoir nog mogelijk schadebedrag vordering benadeelde partij te verhogen

Hoge Raad 16 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:885

Anders dan het middel betoogt, volgt uit art. 51g Sv niet dat degene die zich tijdig als benadeelde partij in eerste aanleg heeft gevoegd, de opgevoerde schadeposten gedurende de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg niet meer mag wijzigen nadat de Officier van Justitie in de gelegenheid is gesteld overeenkomstig art. 311 Sv het woord te voeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoogte schadevergoeding is niet beperkt tot het bedrag dat verdachte zich door het bewezenverklaarde misdrijf wederrechtelijk heeft toegeëigend

Hoge Raad 16 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:885

Het middel klaagt dat het Hof de vordering van de benadeelde partij VVE A ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft toegewezen voor zover deze het in de bewezenverklaring genoemde bedrag van €22.700 te boven gaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR biedt duidelijkheid over mogelijkheden vermindering ontnemingsbedrag ex art. 577b Sv

Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:970

Bij de bestreden beschikking heeft het Hof een verzoek als bedoeld in art. 577b Sv van de betrokkene tot kwijtschelding of vermindering van het ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen bedrag afgewezen. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Laatste woord alleen beperken als verdachte in herhaling zal vallen, daarvan moet wel uit p-v blijken

Hoge Raad 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:972

Het Hof is bij zijn beslissing om de verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat hetgeen de verdachte verder wilde aanvoeren slechts nodeloze herhalingen zou bevatten van aspecten die reeds bij de behandeling van de zaak aan de orde zijn geweest. Op welke feiten en omstandigheden die veronderstelling is gebaseerd blijkt niet uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, terwijl daaruit evenmin blijkt dat de verdachte na de onderbreking door de voorzitter nog in de gelegenheid is gesteld het woord te voeren. Daarom lijdt het onderzoek in hoger beroep aan nietigheid.

Read More
Print Friendly and PDF ^