HR herhaalt relevante overweging m.b.t. kosten die voor aftrek van het wederrechtelijk verkregen voordeel in aanmerking komen
/Hoge Raad 9 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:834
De betrokkene is in de hoofdzaak veroordeeld voor onder meer het medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij art. 3 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren. De ontnemingsvordering is gebaseerd op deze veroordeling. De betrokkene heeft samen met anderen een geldtransactiekantoor gedreven, door geldtransacties te verrichten en daarbij gebruik te maken van het systeem van ‘hawala-bankieren’.
Read More