Kan ook de secretaresse van een advocaat een aanhoudingsverzoek doen?

Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:118

De verdachte en zijn advocaat verschijnen niet ter zitting in hoger beroep. De secretaresse van de advocaat wordt gebeld, en die laat weten dat de zitting verkeerd is genoteerd in de agenda. Tevens verzoekt de secretaresse om aanhouding van de zaak. Het hof wijst dat verzoek ongemotiveerd af. De Hoge Raad casseert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: hoogte van de vordering benadeelde partij is niet (meer) aan een wettelijk maximum gebonden

Hoge Raad 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:67

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de vordering van de benadeelde partij heeft toegewezen voor zover die toewijzing het bedrag van € 680,67 te boven gaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: dat een Sloveens rijbewijs niet kan worden aangemerkt als een van de in art. 231 Sr genoemde documenten geeft blijk van een te beperkte en onjuiste uitleg

Hoge Raad 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:64

Het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert omdat een Sloveens rijbewijs niet kan worden aangemerkt als een van de in art. 231 Sr genoemde documenten, geeft, gelet op art. 1 WID alsmede de wetsgeschiedenis, blijk van een te beperkte en dus onjuiste uitleg van art. 231 Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: onderzoek in raadkamer n.a.v. beklag tegen beslag kan zich uitstrekken tot vragen m.b.t. de rechtmatigheid van het beslag

Hoge Raad 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:72

Het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv draagt een summier karakter. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Het onderzoek in raadkamer kan zich wel uitstrekken tot vragen met betrekking tot de rechtmatigheid van het beslag zelf, waarmee wordt gedoeld op de formaliteiten waaraan een inbeslagneming moet voldoen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting van bank en rekeninghouders door “phishing”: wanneer sprake van rechtstreekse schade en door wie wordt deze geleden?

Hoge Raad 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:2577 (gepubliceerd op 17 januari 2017)

Verschillende ING klanten zijn de dupe geworden van het zogenaamde phishing. Het middel behelst de klacht dat het Hof ongemotiveerd is afgeweken van het door de verdediging ingenomen standpunt dat er geen sprake is van rechtstreekse schade. Uit niets zou blijken dat ING Nederland N.V. schade heeft geleden, dat uit de stukken niet blijkt dat ING Nederland N.V. een schadebedrag heeft overgeboekt op de rekeningen van de gedupeerden, dat ING Nederland N.V. geen wettelijke schadevergoedingsplicht heeft ten opzichte van haar rekeninghouders en dat ING Nederland N.V. haar klanten vrijwillig schadeloos heeft gesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^