Lagere straffen voor verdachten Havenfraude

Op 30 juni heeft het Hof Den Haag uitspraak gedaan in de zaken van bedrijvendokter Van den Nieuwenhuizen en voormalig havendirecteur Scholten in de zogenaamde Havenfraude. De zaak speelde van het begin van deze eeuw tot in de zomer van 2004. Het Haagse hof heeft Van den Nieuwenhuizen wegens omkoping en valsheid in geschrift veroordeeld tot een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 285 dagen voorwaardelijk, en daarnaast tot een geldboete van 150.000 euro. De voormalig havendirecteur, die zich volgens het hof heeft laten omkopen door Van den Nieuwenhuizen, kreeg een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd en een geldboete van 75.000 euro.

Omkoping

Het hof acht bewezen dat Van den Nieuwenhuizen de voormalig havendirecteur heeft omgekocht door hem zonder reële vergoeding een luxe appartement in Antwerpen in gebruik te geven. Daarnaast heeft hij een bedrag van 1,2 miljoen euro op een Zwitserse bankrekening van de man gestort. Van den Nieuwenhuizen wilde met de omkoping bereiken dat zijn RDM-concern een voorkeursbehandeling zou krijgen van de invloedrijke havendirecteur. Dat is ook gelukt: de havendirecteur heeft er eigenhandig voor gezorgd dat het Rotterdamse Havenbedrijf in die jaren voor meer dan 180 miljoen euro aan garanties heeft verstrekt aan banken, waardoor het RDM-concern bij die banken geldleningen kon afsluiten. Het hof acht bewezen dat de havendirecteur zich in dat verband ook schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift, met name in bepaalde certificaten en in 2 jaarverslagen van het Havenbedrijf. Het hof is het niet eens met het Openbaar Ministerie dat het handelen van deze verdachte ook kan worden aangemerkt als oplichting van de gemeente Rotterdam en de banken. Daarvan is hij vrijgesproken. Van den Nieuwenhuizen is behalve voor omkoping ook veroordeeld voor valsheid in geschrifte van een overeenkomst.

Vrijspraak faillissementsfraude

 

In tegenstelling tot de rechtbank, spreekt het hof Van den Nieuwenhuizen vrij van een drietal verdenkingen van faillissementsfraude bij verschillende vennootschappen van het RDM-concern, evenals van een paar daarmee verband houdende beschuldigingen. Ook heeft het hof niet bewezen geacht dat hij in 2007 in het bezit was van een diplomatiek paspoort, waarvan hij wist of moest vermoeden dat het vervalst was.

Redelijke termijn

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de ouderdom van de feiten en de lange duur van de procedure. Ook de maatschappelijke gevolgen van de zaak voor de verdachten heeft het hof meegewogen.

Eis OM

Het Openbaar Ministerie had zich op het standpunt gesteld dat alle aan de verdachten verweten feiten bewezenverklaard konden worden en had tegen de ondernemer een gevangenisstraf van 5 jaar en tegen de havendirecteur een gevangenisstraf van 2 ½  jaar geëist. Eerder had de rechtbank meer feiten bewezen geacht en de verdachten tot gevangenisstraffen veroordeeld van 30 maanden, respectievelijk 12 maanden, waarvan 4 voorwaardelijk.

 

Lees hier de volledige uitspraken:

 

 

 

Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen wegens oplichting van de gemeente Tiel

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4462 Verdachte heeft zich tezamen en in vereniging met een ander gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrift en witwassen van een omvangrijk bedrag. Hij was eigenaar van bedrijf 1 en bedrijf 2.

Medeverdachte was als werkcoach bij de gemeente Tiel verantwoordelijk voor de re-integratie van uitkeringsgerechtigden (ook wel klanten genoemd) en sloot in dit verband overeenkomsten met bedrijven die werkplaatsen, begeleiding en/of cursussen dienden te verzorgen voor deze klanten. Dit alles met het uiteindelijke doel om voor de uitkeringsgerechtigden een plek te vinden binnen het reguliere arbeidsproces. Verdachte heeft de valse facturen van zijn bedrijven ingediend bij de gemeente aan de hand van de gegevens die hij (middellijk of onmiddellijk) kreeg van medeverdachte. De prestaties als vermeld op de facturen en ingevoerd door medeverdachte in het digitale systeem van de gemeente Tiel zijn echter nooit door verdachtes bedrijven verricht of aangeboden. Op de facturen afkomstig van deze bedrijven stonden bijvoorbeeld namen genoemd van klanten die op dat moment helemaal geen uitkering genoten en/of al enige tijd niet meer woonachtig waren in één van de desbetreffende gemeenten. De gemeenten zijn door deze valsheden opgelicht en hebben aan deze bedrijven in totaal ruim €290.000 betaald. Van dit bedrag is een aanzienlijk deel bij verdachte terecht gekomen. Pas na een melding van de ING-bank is deze zaak aan het rollen gekomen. Als de bank geen melding had gedaan, is het maar de vraag of en wanneer deze fraude was opgemerkt. Verdachte is in ieder geval niet uit eigener beweging gestopt met deze strafbare gedragingen.

Verdachte heeft op een zeer intensieve en geraffineerde wijze bovenstaande delicten gepleegd, enkel om er financieel beter van te worden. Hij heeft zonder enige terughoudendheid facturen opgemaakt naar aanleiding van de informatie die hij ontving van medeverdachte.

Verdachte is met zijn bedrijf 1 nog steeds op de zakelijke markt actief. Daarnaast blijkt verdachte, gezien zijn uitlatingen ter terechtzitting van het hof, het normaal te vinden om steekpenningen te betalen en zodoende opdrachten voor zijn bedrijf binnen te halen. Verdachte zag er ook geen been in om aan de medeverdachte, van wie hij meende dat zij bij de gemeente in dienst was, een cashback te betalen. Het hof is van oordeel dat het volstrekt onaanvaardbaar is dat aan een ambtenaar een cashback wordt betaald. Daarbij komt nog dat verdachte tussen de 50% en 70 % van het door hem ten onrechte ontvangen bedrag aan de medeverdachte heeft betaald. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij de bedragen die hij aan mevrouw n gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4463

De werkcoach wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrifte

Gerechtshof Den Haag 19 november 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4625 De verdachte en haar mededader hebben niet voldaan aan de verplichting om de administratie van hun onderneming te blijven voeren. Voorts hebben de verdachte en haar mededader een deel van de inventaris aan de failliete onderneming onttrokken, waardoor deze buiten het beheer van de curator werd gehouden. Daardoor hebben zij de afwikkeling van het faillissement bemoeilijkt en andere crediteuren van de onderneming benadeeld. De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. 

Verdachte wordt voor feit 1 en 2 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De straf ter zake van het onder 3 primair, 4 en 5 bewezen verklaarde levert op een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Tot slot wordt de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ter zake tot het bedrag van € 15.155,53 toegewezen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens het overbrengen van afvalstoffen zonder kennisgeving

Gerechtshof Den Haag 6 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1408 De verdachte was bezig met het overbrengen van drie containers met afvalstoffen van Duitsland, via Nederland naar Singapore, zonder kennisgeving aan (en daarop de toestemming van) de bevoegde autoriteiten. 

Verweren

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat het bestanddeel opzet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Vooropgesteld dient te worden dat in het economisch strafrecht het begrip “opzet” in beginsel dient te worden uitgelegd als “kleurloos opzet”. Dit houdt in dat het opzet van de verdachte slechts behoeft te zijn gericht op de tenlastegelegde gedraging (in deze zaak: een handeling als bedoeld in art. 2 onder 35 sub a en/of b van de Verordening verrichten) en niet op de wederrechtelijkheid daarvan. Gelet op de onderhavige tenlastelegging dient de opzet van de verdachte derhalve enkel gericht te zijn op het overbrengen van de drie containers met inhoud, terwijl die overbrenging geschiedt zonder kennisgeving hiervan aan of toestemming hiervoor van de bevoegde autoriteiten. Het verweer wordt verworpen.

Voorts heeft de raadsman gesteld dat de Questionnaire door Singapore ten tijde van het ten laste gelegde in 2008 al zou zijn beantwoord. Uit de aangeleverde gegevens door de advocaat-generaal - naar aanleiding van het verzoek van het hof in het tussenarrest van 28 januari 2015 - blijkt dit niet het geval te zijn. Ook dit verweer wordt dan ook verworpen. Het verweer dat erop ziet dat de advocaat-generaal het hiervoor bedoelde verzoek van het hof onvoldoende zorgvuldig heeft opgevolgd door geen navraag te doen bij de Europese Commissie zelf, treft geen doel. Verzocht was immers om onderzoek te doen; dit kon op andere wijze plaatsvinden dan door navraag bij de Europese Commissie te doen.

Bewezenverklaring

Opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 10.000, waarvan € 5.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Verdachte heeft deelgenomen aan een georganiseerd verband waarin gebruik werd gemaakt van valse documenten om afdracht van BTW te ontlopen of ten onrechte BTW terug te vorderen

Gerechtshof Den Haag 1 januari 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1400

De verdachte heeft deelgenomen aan een georganiseerd verband waarin gebruik werd gemaakt van valse documenten om afdracht van BTW te ontlopen of ten onrechteBTW terug te vorderen. De verdachte heeft daartoe valse facturen met betrekking tot aangekochte vrachtwagens in zijn (bedrijfs)administratie opgenomen.

De verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift met de enkele bedoeling het systeem van de heffing van omzetbelasting te misbruiken. Dit handelen vond plaats in het verband van een criminele organisatie, waarvan de verdachte samen met de medeverdachte (mede)oprichter, bestuurder en leidinggever was.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een geldboete van € 20.000, waarvan € 15.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast bepaalt het hof dat de geldboete van € 5.000 mag worden voldaan in 20 termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 250.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^