Veroordeling tot 42 maanden gevangenisstraf voor zorgfraude

De rechtbank Den Haag veroordeelt negen personen (drie vrouwen en zes mannen) voor het deelnemen aan drie criminele organisaties die, naast het legale doel van het leveren van thuiszorg, tot doel hadden het plegen van valsheid in geschrift, oplichting en witwassen. Daarnaast werden persoonsgebonden budgetten verkregen op basis van valse aanvragen. Hiervoor krijgen ze gevangenisstraffen oplopend tot 42 maanden celstraf. Eén van hen was een corrupte ambtenaar van het Centrum indicatiestelling Zorg (CIZ), die zes maanden celstraf krijgt omdat hij zich om liet kopen om de fraude mogelijk te maken.

Zorgfraude (zorg in natura)

In twee afzonderlijke criminele organisaties werd de fraude gepleegd door meer uren te factureren bij zorgkantoren dan daadwerkelijk aan zorg geleverd werd, waarbij ze het geld in eigen zak staken. Twee Haagse zorgorganisaties die ieder de kern vormden van deze criminele organisaties hebben hiervoor veelvuldig documenten vervalst, CZ Zorgkantoor B.V. en andere zorgkantoren en het CIZ opgelicht en aanzienlijke bedragen witgewassen. Ook hebben ze de Belastingdienst opgelicht met valse documenten. Met deze fraudes is een bedrag gemoeid van bijna 2.400.000 euro.

CIZ-ambtenaar (fraude met persoonsgebonden budgetten)

Een derde criminele organisatie, die bestond uit een van de Haagse zorgorganisaties en een man die ook nog is veroordeeld voor fraude met omzetbelasting, had via een corrupte ambtenaar voor twaalf personen valse indicatiestellingen laten afgeven. Daarbij werden zeer ernstige aandoeningen opgevoerd, waardoor hoge persoonsgebonden budgetten werden verkregen. Deze ambtenaar van CIZ heeft zich door een mededader, tevens voormalig collega, om laten kopen teneinde mee te werken aan het oplichten van CIZ door voornoemde valse aanvragen voor een indicatiestelling in het bedrijfssysteem van CIZ op te nemen. Naar aanleiding van deze aanvragen zijn valse indicatiestellingen afgegeven. In deze gevallen werd in het geheel geen zorg verleend. In negen gevallen werden de budgetten daadwerkelijk uitbetaald. Mede als gevolg van zijn handelen is het mogelijk geworden dat er voor ruim € 500.000 met AWBZ-gelden werd gefraudeerd.

Vrijspraak voor een verdachte

De rechtbank spreekt een andere verdachte vrij. Zij was bestuurder van een thuiszorgorganisatie in Nijmegen die als hoofdaannemer de tussenpersoon was van de twee Haagse zorgorganisaties en CZ Zorgkantoren B.V. Naar het oordeel van de rechtbank is deze organisatie weliswaar tekortgeschoten in het toezicht op de Haagse zorgorganisaties, maar is daarbij niet van strafbare feiten gebleken. Wel heeft haar zoon, die meewerkte in het bedrijf, zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door in een Bestuursverklaring achteraf wijzigingen aan te brengen. De rechtbank heeft hem daarvoor veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uren.

Print Friendly and PDF ^

Onderzoeksrapport Freshfields over klokkenluiden

Despite Edward Snowden and Chelsea Manning bringing whistleblowing into the public consciousness, many corporations appear to have no internal procedures to handle employee concerns, according to a global survey by Freshfields Bruckhaus Deringer.

The Snowden and Manning revelations generated worldwide media interest, while recent whistleblowing cases involving companies like GlaxoSmithKline (GSK) have proved the private sector is not immune. Yet a Freshfields survey of more than 2,500 middle- and senior-level managers has found that a significant proportion of companies don’t appear to have a formal whistleblowing policy in place, despite the legal and financial risks of an employee taking their concerns to a regulator or the press.

Investigations launched on information provided by whistleblowers saw GSK agree to a $3bn settlement after pleading guilty to promoting its drugs for unapproved uses, while a multinational bank paid almost $2bn to avoid prosecution following allegations of money- laundering. Yet almost a quarter of those polled (24.1 per cent) said their company has no formal whistleblowing procedure, and almost three in 10 (29.4 per cent) said their company actively discourages whistleblowing. This is despite almost half of those polled (46 per cent) saying they would consider blowing the whistle ‘if relevant’, and more than one in 10 (11.8 per cent) saying they have been involved in whistleblowing.

The survey also reveals that:

      • the majority of respondents (64.4 per cent) would report a colleague if they suspected them of committing a criminal offence;
      • more than a quarter (26 per cent) said they would go straight to a regulator if the wrongdoing wasn’t handled properly by their company; and
      • more than one in five (21.5 per cent) said they thought the average employee would expect managers to treat whistleblowers less favourably.
Print Friendly and PDF ^

Nieuw OESO-rapport met betrekking tot omvang internationale corruptie

Most international bribes are paid by large companies, usually with the knowledge of senior management, according to new OECD analysis of the cost of foreign bribery and corruption.

Bribes in the analysed cases equalled 10.9% of the total transaction value on average, and 34.5% of the profits – equal to USD 13.8 million per bribe. But given the complexity and concealed nature of corrupt transactions, this is without doubt the mere tip of the iceberg, says the OECD.

Bribes are generally paid to win contracts from state-owned or controlled companies in advanced economies, rather than in the developing world, and most bribe payers and takers are from wealthy countries.

The OECD Foreign Bribery Report analyses more than 400 cases worldwide involving companies or individuals from the 41 signatory countries to the OECD Anti-Bribery Convention who were involved in bribing foreign public officials. The cases took place between February 1999, when the Convention came into force, and June 2014.

Almost two-thirds of cases occurred in just four sectors: extractive (19%); construction (15%); transportation and storage (15%); and information and communication (10%).

Bribes were promised, offered or given most frequently to employees of state-owned enterprises (27%), followed by customs officials (11%), health officials (7%) and defence officials (6%). Heads of state and ministers were bribed in 5% of cases but received 11% of total bribes.

In most cases, bribes were paid to obtain public procurement contracts (57%), followed by clearance of customs procedures (12%). 6% of bribes were to gain preferential tax treatment.

“Corruption undermines growth and development. The corrupt must be brought to justice,” said OECD Secretary-General Angel Gurría. “The prevention of business crime should be at the centre of corporate governance. At the same time, public procurement needs to become synonymous with integrity, transparency and accountability.” (Read the full speech)

The report also reveals that the time needed to conclude cases has increased over time, from around two years on average for cases concluded in 1999 to just over seven today. This may reflect the increasing sophistication of bribers, the complexity for law enforcement agencies to investigate cases in several countries or that companies and individuals are less willing to settle than in the past.

In 41% of cases management-level employees paid or authorised the bribe, whereas the company CEO was involved in 12% of cases.

Intermediaries were involved in 3 out of 4 foreign bribery cases. These intermediaries were agents, such as local sales and marketing agents, distributors and brokers, in 41% of cases. Another 35% of intermediaries were corporate vehicles, such as subsidiary companies, companies located in offshore financial centres or tax havens, or companies established under the beneficial ownership of the public official who received the bribes.

Governments around the world should strengthen sanctions, make settlements public and reinforce protection of whistleblowers as part of greater efforts to tackle bribery and corruption, says the OECD. The overwhelming use of intermediaries also demonstrates the need for more effective due diligence and oversight of corporate compliance programmes, and for company executives to lead by example in fighting foreign bribery.

Lees hier het volledige rapport.

Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak actieve omkoping gemeenteambtenaar

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 november 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9048

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair dan wel meest subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de tenlastegelegde actieve omkoping als bedoeld in de artikelen 177 en 177a Sr dient wettig en overtuigend bewezen te kunnen worden dat verdachte (dan wel het bedrijf waaraan verdachte feitelijk leiding gaf) het oogmerk had de ambtenaar (medeverdachte in casu) te bewegen in zijn bediening (al dan niet in strijd met zijn plicht) iets te doen of na te laten. Dat oogmerk kan gericht zijn op een concrete tegenprestatie, maar ook op het doen ontstaan van een speciale relatie die zal leiden tot een voorkeursbehandeling. Naar het oordeel van het hof kan dat oogmerk niet worden bewezen.

Verdachte heeft als aannemer (bouw)opdrachten verricht voor de gemeente Enschede voor het project Roombeek waarvan medeverdachte projectleider was. Volgens de beschuldiging van het OM zou verdachte ter begunstiging van zijn zakelijke positie verschillende giften hebben gedaan aan medeverdachte in de vorm van reizen, natuurstenen beelden en een (te hoog) bedrag voor een door verdachte van medeverdachte gekochte trekker. Voor zover echter reeds bewezen zou kunnen worden dat verdachte medeverdachte werkelijk heeft bevoordeeld, biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat er door verdachte giften zijn gedaan met het oogmerk zijn zakelijke positie te versterken bij de aanbesteding van bouwprojecten.

Daarbij acht het hof van belang dat het dossier en de behandeling ter terechtzitting daarvoor verschillende contra-indicaties opleveren. Allereerst neemt het hof in aanmerking dat verdachte en medeverdachte ook privé veelvuldig contact hadden. Ze waren buren en hadden gemeenschappelijke interesses, hetgeen de gezamenlijke reizen kan verklaren. Ten aanzien van de reizen is onvoldoende duidelijk geworden dat verdachte daarbij financieel substantieel meer heeft ingelegd dan medeverdachte. medeverdachte heeft ook zelf facturen van de reizen betaald, terwijl niet valt uit te sluiten dat medeverdachte daarnaast kosten heeft verrekend door de kosten van drank, eten, benzine en dergelijke contant voor zijn rekening te nemen. Ten aanzien van de natuurstenen beelden acht het hof het aannemelijk dat deze een gift van Chinese steenleveranciers zijn geweest. Het verschil tussen de aanschafwaarde van de trekker en de door verdachte hiervoor betaalde geldsom is niet van dien aard dat daaruit op zichzelf reeds de conclusie kan worden getrokken dat sprake is van een gift ter begunstiging van verdachtes zakelijke positie. Bij dit alles komt dat medeverdachte binnen de gemeente maar zeer beperkt zelfstandig zeggenschap had over de aanbesteding van projecten. Zijn bevoegdheid strekte zich niet verder uit dan tot onderhandse projecten van € 5000,- en dan volgens medeverdachte ook nog slechts voor regiewerk, dat wil zeggen werk dat gedaan moet worden binnen een bestaand project dat reeds bij een aannemer in uitvoering is. Ten slotte acht het hof van belang dat het onderzoek van de gemeente naar de aanbestedingspraktijk geen enkele onregelmatigheid heeft opgeleverd en dat verdachte weer opdrachten voor de gemeente verricht.

Al deze omstandigheden staan op zichzelf niet aan een bewezenverklaring in de weg, maar leveren naar het oordeel van het hof wel een belangrijke contra-indicatie op voor het oordeel dat sprake is van giften die zijn gedaan met het oogmerk om medeverdachte te bewegen tot bevoordeling van verdachte in de aanbesteding van bouwprojecten. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de tenlastegelegde actieve omkoping is meer bewijs nodig dan op grond van de hier vaststaande feiten en omstandigheden kan worden aangenomen, gegeven de bestaande zakelijke betrekking tussen medeverdachte en verdachte. Dit geldt eens temeer nu de omvang en context van de veronderstelde giften niet helder is geworden en - voor zover deze giften zijn gedaan - gelet op de aard en omvang daarvan ruimte is voor een alternatieve verklaring.

Hierbij merkt het hof op dat het openbaar ministerie in het requisitoir terecht stelt dat voor een bewezenverklaring van actieve omkoping in de zin van artikel 177 en 177a Sr niet nodig is dat de giften ook daadwerkelijk tot voordeel bij de omkoper hebben geleid. Voor het bewijs van actieve omkoping volstaat de vaststelling dat de omkoper de giften heeft gedaan met het oogmerk daarmee voordeel te bewerkstelligen. Het hof begrijpt de overweging van de rechtbank dat geen sprake is van een causale relatie dan ook in die zin en komt langs die weg tot hetzelfde (feitelijke) oordeel als de rechtbank, namelijk dat niet buiten redelijk twijfel is komen vast te staan dat – zo er sprake was van giften – deze zijn gedaan met het oogmerk van begunstiging.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

'Bedrijfsleven wapent zich tegen corruptiepraktijken'

Hoge boetes, zoals die bij SBM Offshore vorige deze week, dwingen bedrijven zich in te dekken tegen de risico’s van corruptie in het buitenland. Nederlandse bedrijven nemen steeds vaker maatregelen die buitenlandse corruptie moeten voorkomen. Reden voor de bezorgdheid is de hardere aanpak van omkoping in het buitenland door justitie, zowel in Nederland als de Verenigde Staten.

Lees verder:

 

Meer weten over de aanpak van corruptie in binnen- en buitenland? Kom dan op donderdag 20 november 2014 naar de Cursus Corruptie Stand van zaken van de Nederlandse aanpak van corruptie in binnen- en buitenland.

Klik hier voor meer informatie.

Print Friendly and PDF ^