Guidelines on Gifts and Hospitality van Internationale Kamer van Koophandel

Vorige week publiceerde de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) de ICC Guidelines on Gifts and Hospitality. Deze praktische richtlijnen zijn gebaseerd op internationale en nationale regelgeving alsook op best practices van het bedrijfsleven ten aanzien van Gifts & Hospitality.

In de uitoefening van hun commerciële activiteiten wordt van bedrijven soms verwacht of verlangd dat zij cadeaus geven of een bepaalde mate van gast- vrijheid verlenen aan hun relaties, klanten, tussenpersonen of andere derden. Of het wordt hen juist aangeboden. Ook kan het zijn dat een bedrijf zelf wenst cadeaus te geven of voordelen te bieden aan bestaande of po- tentiële relaties en klanten. Hoe moet een bedrijf hiermee omgaan? Gifts & Hospitality hoeven niet in strijd met de wet te zijn, maar in bepaalde om- standigheden kan het aanbieden of accepteren van Gifts & Hospitality wel degelijk (een vermoeden van) corruptie / omkoping opleveren.

De richtlijnen bevatten aanbevelingen voor bedrijven hoe een beleid te ontwikkelen op dit punt. Zo worden bedrijven aangemoedigd een beleid te ontwikkelen waarin Gifts & Hospitality beperkt worden tot uitgaven ge- relateerd aan de commerciële activiteiten van het bedrijf; redelijk en pro- portioneel zijn, op transparante wijze worden verstrekt en in de admi- nistratie van het bedrijf worden opgenomen, alsook passend zijn gezien de cultuur en standaarden van het betreffende land.

Een beleid ten aanzien van Gifts & Hospitality heeft uiteraard alleen zin als het goed wordt geïmplementeerd en gecommuniceerd niet alleen binnen het bedrijf maar ook aan agenten, tussenpersonen en andere derden waarvan het bedrijf gebruik maakt. Ook daarvoor bevatten de richtlijnen aanbe- velingen.

De richtlijnen volgen op tal van andere standaarden die de ICC ontwikkelde om compliance en integriteitsprogramma’s te helpen opzetten.

Bron: Höcker Advocaten

Print Friendly and PDF ^

Evaluatie VN-Verdrag tegen corruptie

Het afgelopen jaar zijn de Nederlandse inspanningen op het terrein van corruptiebestrijding geëvalueerd door de Verenigde Naties. Onderwerp van deze evaluatie was de strafbaarstelling en handhaving van corruptie (hdfst. 3 van het VN-Verdrag tegen corruptie) en internationale (strafrechtelijke) samenwerking (hfdst. 4 van het Verdrag). De VN-evaluatie resulteert in twee eindproducten: een eindrapport en een samenvatting van dit eindrapport (de ‘executive summary’).

Op 4 juni 2014 is deze (Engelstalige) samenvatting van het evaluatierapport met aanbevelingen vastgesteld en is dit document voorts op de website van United Nations Office on Drugs and Crime gepubliceerd. Het VN-eva- luatieteam heeft het volledige evaluatierapport echter nog niet afgerond; de definitieve versie van dit rapport zal naar verwachting medio juli 2014 beschikbaar zijn.

De Nederlandse inspanningen op het terrein van corruptiebestrijding worden in deze VN-evaluatie positief gewaardeerd. Er wordt gesproken over een ‘geavanceerd systeem’ voor corruptiebestrijding en internationale samen- werking in strafzaken. Tevens wordt aandacht besteed aan de Nederlandse ‘good practices’. Het VN-evaluatieteam heeft onder meer uitgebreid stil gestaan bij de aanpak van witwassen en het ontnemen van crimineel ver- kregen vermogen. Het evaluatieteam oordeelt positief over de betrokkenheid van een aanzienlijk aantal instanties bij de aanpak van witwassen, het relatief hoge aantal vervolgingen en veroordelingen voor dit delict en de uitgebreide mogelijkheden voor het afpakken van crimineel verkregen ver- mogen.

Tevens doet het VN-evaluatieteam een aantal aanbevelingen om het huidige systeem verder te versterken. Nederland wordt, onder andere, aangeraden:

  • de strafmaxima te verhogen voor een aantal omkopingsdelicten in het Wetboek van Strafrecht (art. 177a en 328ter Sr);
  • alsmede de straffen voor rechtspersonen meer flexibel en daarmee meer proportioneel, afschrikwekkend en effectief te maken.

Deze verhoging van de strafmaxima en het flexibele boeteplafond voor rechtspersonen maken reeds deel uit van het Wetsvoorstel versterking be- strijding financieel economische criminaliteit.

Daarnaast wordt ook aangeraden twee nieuwe delicten te introduceren, na- melijk:

  • de beïnvloeding van handel ('trading in influence'); en
  • illegale verrijking ('illicit enrichment').

De Nederlandse aanpak van corruptie is niet alleen in VN-verband geëvalueerd. Recentelijk hebben ook de Group Staten tegen Corruptie (GRECO) van de Raad van Europa en de Anti-corruptie werkgroep van de OESO de Nederlandse inspanningen op dit terrein beoordeeld. Bovendien heeft de Europese Commissie begin 2014 het eerste EU Anti-corruptie- rapport gepubliceerd, waarin onder meer aandacht wordt besteed aan de situatie in de 28 lidstaten (waaronder Nederland).

De aanbevelingen uit de VN-evaluatie zullen worden meegenomen in de reeds aan de Tweede Kamer toegezegde integrale beleidsreactie op deze recente internationale anti-corruptie evaluaties. Het beleid zal erop zijn ge- richt naar vermogen en volledig rekening houdende met Nederlandse rechtsprincipes uitvoering te geven aan de aanbevelingen uit deze vier gremia. Dit najaar zal de Tweede Kamer hier nader over geïnformeerd wor- den.

Print Friendly and PDF ^

Geen bewijs voor corruptie bij onderzoek naar voormalig wethouder

Er is geen bewijs dat een voormalig wethouder van de gemeente Lansingerland zich schuldig zou hebben gemaakt aan ambtelijke corruptie. Van een daadwerkelijke beïnvloeding bij de bouw van een gezondheidscentrum in de gemeente is niet gebleken. Deze conclusie trekt de officier van justitie die het onderzoek van de Rijksrecherche naar de voormalig wethouder heeft geleid. De zaak tegen de man wordt om die reden geseponeerd.

Tegen de wethouder was aangifte gedaan door een raadslid nadat gebleken was dat het architectenbureau waarvan hij directeur-grootaandeelhouder was het gezondheidscentrum had gebouwd. De wethouder trad af in 2012 en de Rijksrecherche startte onder leiding van het OM een onderzoek. Het onderzoek richtte zich op de verdenking van beïnvloeding door een ambtenaar met een financieel belang bij een aan de overheid aanleverende onderneming (art. 376 Sr).

Toen de wethouder in 2001 aantrad was bekend dat hij aandeelhouder was van een architectenbureau dat bouwprojecten in de toenmalige gemeente Bergschenhoek uitvoerde. Destijds zijn er wel afspraken gemaakt die een mogelijke belangenverstrengeling moesten voorkomen, maar die zijn niet goed vastgelegd, zo concludeerde de Rijksrecherche. Het idee voor een gezondheidscentrum kwam in 2005 van een plaatselijke huisarts. Hij benaderde zelf het architectenbureau.

Volgens de officier van justitie is niet duidelijk of de voormalige wethouder zich destijds in collegevergaderingen heeft gedistantieerd van besluit- vorming over het gezondheidscentrum, maar zijn er geen aanknop- ingspunten voor een daadwerkelijke beïnvloeding.

Bron: OM

Print Friendly and PDF ^

Cross border investigation and prosecution of bribery and corruption offences

This paper considers the investigation and prosecution of cross border corruption and bribery from a Scottish and EU perspective. It will consider more widely and fully the investigative powers available in such cases including the use of international mutual legal assistance instruments, as well as extradition. Moreover, it will consider the absence of common minimum standards and rules for the admissibility and recovery of evidence, including the oral evidence of witnesses outwith the jurisdiction which exercises criminal jurisdiction and further consider mechanisms to determine jurisdiction to ameliorate the current absence of common rules. The paper will also highlight European experience with the concept of mutual recognition as a cornerstone of judicial cooperation and the wider international instruments in the field of mutual legal assistance in cross border cases.

Lees verder:

Meer weten over de aanpak van Corruptie in binnen- en buitenland? Kom dan op 20 november naar de Cursus 'Corruptie: Stand van zaken van de Nederlandse aanpak van corruptie in binnen- en buitenland'.

Programma

Deel I Nederlandse Corruptiebepalingen

  • Geschiedenis en totstandkoming van de Nederlandse corruptiebepalingen;
  • Bespreking van corruptiebepalingen (o.a. de artikelen 177, 177a en 178 (actieve omkoping) en de artikelen 362, 363 en 364 (passieve omkoping) Wetboek van Strafrecht);
  • Aangifteplicht van artikel 162 Wetboek van Strafvordering;
  • Reikwijdte strafbepalingen;
  • Rechtsmacht Nederland in het geval van buitenlandse corruptie;
  • Criteria voor aansprakelijkheid rechtspersonen en feitelijk leidinggevers;
  • Ketenverantwoordelijkheid: mogelijkheden tot het aansprakelijk stellen van de moederonderneming wanneer dochterondernemingen of andere geaffilieerde bedrijven zich schuldig maken aan omkoping;
  • Voorkomen van aansprakelijkheid; intern anti-corruptiebeleid.

Deel II Opsporing & Vervolging: nationaal en internationaal

  • Hoe komt corruptie aan het licht: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, belastingdienst, accountants, klokkenluiders;
  • Nederlands beleid inzake corruptie;
  • Handhaving door het Openbaar Ministerie & De rol van de landelijk corruptieofficier van justitie;
  • Besluitvormingsprocedure voor het selectieproces & invulling van het opportuniteitsbeginsel;
  • Opsporing door de Rijksrecherche;
  • Samenwerking met andere landen & Internationale rechtshulp;
  • Europese & Internationale ontwikkelingen: EU-kaderbesluit inzake de bestrijding van corruptie in de privé-sector, FCPA en UK Bribery Act.

Deel III Interactief 

  • Behandeling van een casus;
  • Beantwoording van vragen;
  • Discussie n.a.v. stellingen.

Klik hier voor meer informatie.

Print Friendly and PDF ^

Beantwoording kamervragen over KPMG en mogelijke fraude bij nieuwbouw hoofdkantoor

Minister Dijsselbloem van Financiën stuurde vandaag de Tweede Kamer, mede namens minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, de antwoorden op kamervragen over KPMG en de mogelijke fraude bij de nieuwbouw van het hoofdkantoor.

Nu het strafrechtelijk onderzoek nog gaande is, doet Dijsselbloem geen uitspraken over een eventuele relatie tussen deze casus en de eerdere fraudezaken van grote accountancy bedrijven en KPMG (Vestia, Imtech, SNS Reaal en Ballast Nedam).

In het kader van haar reguliere toezicht, besteedt de AFM aandacht aan het integriteitbeleid van accountantsorganisaties en de betrouwbaarheid van beleidsbepalers. Uit het toezicht van de AFM zal moeten blijken in hoeverre sprake is van structurele problemen bij bepaalde accountantsorganisaties en of verdere (handhaving)maatregelen nodig zijn.

In de optiek van de Minister is het - naast de vele wettelijke maatregelen die recentelijk zijn genomen c.q. aangekondigd ter bevordering van de onaf- hankelijkheid van de externe accountant en de kwaliteit van de wettelijke controle - bovenal noodzakelijk dat de sector zelf een cultuur- en gedrags- omslag maakt om aan te tonen dat zij onafhankelijkheid, integriteit en kwaliteit van de accountantscontrole hoog in het vaandel heeft staan. Waar accountants en accountantsorganisaties toch in strijd met wet- en regelgeving handelen, zullen passende maatregelen worden getroffen op tuchtrechtelijk, bestuursrechtelijk of strafrechtelijk terrein.

Dijsselbloem antwoordde op eerdere vragen al dat er ‘binnen de accoun- tantssector dan ook nog behoorlijk wat werk aan de winkel’. Hierbij werd verwezen naar rapporten van de AFM waaruit blijkt dat de wettelijke controle door accountants in alle segmenten van de accountantsmarkt van onvoldoende kwaliteit is. In dat opzicht is er binnen de sector dus nog behoorlijk wat werk aan de winkel. De AFM ziet erop toe dat de betreffende accountantskantoren voldoende maatregelen treffen om de kwaliteit van de wettelijke controles te verbeteren. Recentelijk zijn ook verschillende maatregelen genomen om de onafhankelijkheid van de externe accountant te versterken en de kwaliteit van de wettelijke controle te ver- beteren, waaronder de scheiding van controle en advies, de verplichte kantoorroulatie en het toekennen van de bevoegdheid aan de AFM om kantoorspecifieke rapportages te publiceren. Daarnaast bevat de nieuwe Europese regelgeving voor de hervorming van de accountantsmarkt verschillende maatregelen ter bevordering van de onafhankelijkheid van de externe accountant en de kwaliteit van de wettelijke controle.

In de onderhavige casus lijkt het volgens Dijsselbloem niet zo zeer te gaan om problemen bij het uitvoeren van een wettelijke controle, maar om mogelijke strafbare handelingen van accountants die als zodanig de integriteit van de externe accountant en de accountantsorganisatie ernstig in twijfel kunnen brengen. De bestaande wet- en regelgeving biedt voldoende aanknopingspunten om dergelijke gevallen aan te pakken, aldus de Minister.

Achtergrond

Voor de bouw van het nieuwe hoofdkantoor van KPMG is in 2004 een aparte vennootschap opgericht, waarin twee partijen participeerden, KPMG (70%) en de projectontwikkelaar (30%). Op 17 april jl. meldde het OM dat de joint venture - KPMG Gebouw Amstelveen II- en de projectontwikkelaar worden verdacht van het doen van onjuiste belastingaangiften over 2009-2010 en valsheid in geschrifte. Vermoed wordt dat de vennootschap in haar aangiften ten onrechte kosten heeft opgevoerd waardoor de belastbare winst daalde. Daarnaast heeft de projectontwikkelaar vermoedelijk valse facturen opgemaakt. "Op deze wijze is mogelijk voor miljoenen euro's aan belasting ontdoken", aldus het OM. Naast de genoemde onderneming en de projectontwikkelaar richt het onderzoek zich op een tweetal bestuurders van de onderneming. Partner en oud-KPMG-bestuurder Jaap van Everdingen trad terug uit al zijn functies in verband met de kwestie.

Het onderzoek startte begin dit jaar. Eind februari zijn in het kader van het strafrechtelijk onderzoek doorzoekingen verricht. De FIOD doorzocht twee bedrijfspanden in Amstelveen, een bedrijfspand in Amsterdam, een bedrijfspand in de omgeving van Den Bosch en twee woningen in de omgeving van Den Bosch en Den Haag. Er is administratie in beslag ge- nomen en beslag gelegd op vermogensbestanddelen van de projectont- wikkelaar.

Persbericht KPMG

"Recent is gebleken dat de Belastingdienst zich op het standpunt stelt dat deze vennootschap in 2010 (het jaar van de oplevering van het nieuwe kantoorpand) een onjuiste aangifte voor de vennootschapsbelasting heeft ingediend. De Belastingdienst heeft hiervan melding gemaakt bij het OM en het OM en de FIOD hebben deze kwestie in onderzoek. De verdenkingen richten zich op de aparte vennootschap en haar twee bestuurders."

Print Friendly and PDF ^