Geen bewijs voor corruptie bij onderzoek naar voormalig wethouder

Er is geen bewijs dat een voormalig wethouder van de gemeente Lansingerland zich schuldig zou hebben gemaakt aan ambtelijke corruptie. Van een daadwerkelijke beïnvloeding bij de bouw van een gezondheidscentrum in de gemeente is niet gebleken. Deze conclusie trekt de officier van justitie die het onderzoek van de Rijksrecherche naar de voormalig wethouder heeft geleid. De zaak tegen de man wordt om die reden geseponeerd.

Tegen de wethouder was aangifte gedaan door een raadslid nadat gebleken was dat het architectenbureau waarvan hij directeur-grootaandeelhouder was het gezondheidscentrum had gebouwd. De wethouder trad af in 2012 en de Rijksrecherche startte onder leiding van het OM een onderzoek. Het onderzoek richtte zich op de verdenking van beïnvloeding door een ambtenaar met een financieel belang bij een aan de overheid aanleverende onderneming (art. 376 Sr).

Toen de wethouder in 2001 aantrad was bekend dat hij aandeelhouder was van een architectenbureau dat bouwprojecten in de toenmalige gemeente Bergschenhoek uitvoerde. Destijds zijn er wel afspraken gemaakt die een mogelijke belangenverstrengeling moesten voorkomen, maar die zijn niet goed vastgelegd, zo concludeerde de Rijksrecherche. Het idee voor een gezondheidscentrum kwam in 2005 van een plaatselijke huisarts. Hij benaderde zelf het architectenbureau.

Volgens de officier van justitie is niet duidelijk of de voormalige wethouder zich destijds in collegevergaderingen heeft gedistantieerd van besluit- vorming over het gezondheidscentrum, maar zijn er geen aanknop- ingspunten voor een daadwerkelijke beïnvloeding.

Bron: OM

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF