'Waarheidsvinding bij financieel-economische criminaliteit is een fictie'

Uit de vele fraude- en boekhoudschandalen van de afgelopen jaren blijkt dat de bestaande civielrechtelijke aanpak van forensische onderzoeken naar de aard en omvang van financiële onregelmatigheden niet vaak leidt tot gerechtigheid voor de benadeelde ondernemingen, aandeelhouders en andere stakeholders. Auteur toetst, met kritische blik, het civielrechtelijke kader rondom het begrip ‘waarheidsvinding’, waaronder de eisen van zorgvuldig en volledig onderzoek, aan de bestaande praktijk van forensisch onderzoekers, zoals advocaten, accountants en andere onderzoekers. Hij constateert dat de civielrechtelijke aanpak van financieel-economische criminaliteit door de gefragmenteerde aanpak en afwikkeling nog steeds in de kinderschoenen staat. Uit de jurisprudentie blijkt dat forensisch onderzoekers een belangrijke verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van hun cliënt en het maatschappelijk verkeer. Om recht te doen aan het fundamentele rechtsbeginsel van waarheidsvinding en de maatschappelijke roep om rechtvaardigheid bij financieel-economische criminaliteit zouden forensische onderzoeken zowel op kwantitatief als op kwalitatief terrein uitgebreid moeten worden. Lees hier het volledige artikel:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF