Vrijspraak voormalig hoofd administratie Bonnefantenmuseum te Maastricht ter zake van verduistering in dienstbetrekking

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:178

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het onder 1 primair ten laste (verduistering in dienstbetrekking) gelegde zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat deze dient te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde vrijspraak bepleit. Voor wat betreft een bewezen verklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde en een strafoplegging heeft de verdediging zich, zo begrijpt het hof, gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij hierin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
 

Vrijspraak

Het hof stelt voorop dat direct bewijs ontbreekt waaruit blijkt dat de verdachte in de ten laste gelegde periode een of meer geldbedragen uit de kluis van het Bonnefantenmuseum heeft weggenomen.

Uit het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting volgt voorts dat naast de verdachte meerdere andere personen werkzaam in of betrokken bij het museum toegang konden hebben tot de kluis van het museum, die zich bevond op de afdeling administratie alwaar verdachte (als leidinggevende) werkzaam was.

De verdachte heeft verklaard dat hij in 2010, 2011 en 2012 kastekorten heeft geconstateerd en dat hij deze tekorten vervolgens telkens heeft ‘weggeboekt’ in de financiële administratie van het museum door deze te vervalsen. Verdachte heeft aangegeven dat hij dit deed, enerzijds omdat hij niemand van de medewerkers wou beschuldigen en anderzijds omdat hij vlak voor zijn pensioen stond en meende dat zijn opvolger een en ander wel zou oplossen. Toen hij het eenmaal in 2010 had gedaan, kon hij voor zijn gevoel niet meer terug en heeft hij het nogmaals gedaan toen bleek dat zijn pensioen langer op zich liet wachten.

De verklaring van de verdachte vindt voor wat betreft de gang van zaken met betrekking tot de toegang tot de kluis en de geconstateerde kastekorten steun in de verklaring van [getuige] , destijds collega van de verdachte bij het museum.

Onder deze omstandigheden is het hof, anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat niet kan worden gezegd dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is geweest die geldbedragen uit de kluis van het museum heeft weggenomen, mede in aanmerking genomen dat geen nader onderzoek heeft plaatsgevonden naar de financiële positie van de verdachte noch naar de mogelijke rol van andere personen bij het museum die toegang tot de kluis konden hebben. Evenmin is (door middel van getuigenverhoren) onderzoek gedaan naar de door verdachte gestelde ICT-problemen, als denkbare oorzaak van de kastekorten.

Mitsdien zal de verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Verdachte wordt wel veroordeeld wegens valsheid in geschrift. Hij heeft als hoofd van de (financiële) administratie van het Bonnefantenmuseum meermalen de financiële administratie vervalst teneinde daarmee tekortkomingen in de financiële middelen (kas) van het museum te verhullen. Juist van iemand die verantwoordelijk is voor de financiële administratie mag volledige integriteit en onkreukbaarheid worden verwacht. Door de door hem geconstateerde kastekorten niet bij zijn werkgever te melden maar in plaats daarvan meerdere malen de financiële administratie te vervalsen, heeft de verdachte het vertrouwen dat zijn werkgever in hem stelde ernstig beschaamd. Dit geldt te meer nu het geen eenmalige fout betreft maar de verdachte drie opeenvolgende jaren op deze wijze te werk is gegaan. Ook heeft verdachte door geen melding te maken van de kastekorten zijn werkgever de mogelijkheid ontnomen gelijk te kunnen handelen en onderzoek in te stellen. 

Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak. 
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF