Vrijspraak: Verschillende aanknopingspunten in het dossier zijn door de politie in het geheel niet of niet goed genoeg uitgezocht en hof ziet geen aanleiding om nog een uitvoerig opsporingsonderzoek te entameren

Gerechtshof Arnhem 19 april 2013, LJN BZ7989

Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 24 september 2011 te Vianen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten (aangever)), met een tot vuist gebalde hand op het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft gestompt/geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Meer in het bijzonder overweegt het hof daartoe dat op 24 september 2011 aangifte wordt gedaan door (aangever) van mishandeling gepleegd op of in de directe omgeving van een brug in Vianen over de autosnelweg. Aangever verklaart dat hij in de groep die aan hem de doorgang belemmerde ook een meisje zag staan, die nadat aangever een klap had gekregen tegen de dader zei: ‘Wat doe je nou? Sukkel.’ Op 2 november 2011 constateert de politie aan de hand van uitgekeken videobeelden van een hotel/restaurant in de buurt van eerder vermelde brug dat verdachte mogelijk betrokken is geweest bij deze mishandeling. Op de avond van de mishandeling hadden de verbalisanten, die direct ter plaatse waren gegaan naar aanleiding van de aangifte op 24 september 2011, verdachte ter plaatse zien lopen. In antwoord op de vraag of er zojuist een conflict was geweest, verklaarde verdachte die avond dat ’Bart’ iemand zou hebben geslagen. Verdachte geeft het telefoonnummer van deze ‘Bart’ en verklaart in welke wijk deze Bart zou wonen.

Vervolgens wordt eerst op 10 mei 2012 (derhalve ruim zes maanden later) verdachte gehoord door de politie.

Verschillende aanknopingspunten in het dossier zijn door de politie in het geheel niet of niet goed genoeg uitgezocht, waaronder onderzoek naar het meisje dat bij de groep betrokken zou zijn geweest, het door verdachte opgegeven telefoonnummer en nader onderzoek of de door verdachte genoemde ‘Bart’ wel daadwerkelijk Bart (achternaam) betreft, zoals door de verbalisant verondersteld.

Gelet op het tijdsverloop en het stadium waarin het proces zich thans bevindt, ziet het hof geen aanleiding meer om nog een uitvoerig opsporingsonderzoek te entameren. Het had op de weg van het openbaar ministerie gelegen om dit te laten doen door de politie, toen het proces-verbaal aan het parket was ingezonden op 25 mei 2012. Het dossier bevat thans teveel open eindes om zonder twijfel verdachte te kunnen veroordelen voor het hem tenlastegelegde feit. Het hof zal verdachte daarom vrij spreken. Om die reden wordt het voorwaardelijke verzoek tot het horen van getuigen van de raadsvrouw afgewezen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF