Vrijspraak verdachte die werd verweten dat hij de geldbedragen heeft geheeld dan wel witgewassen, die zijn echtgenote van haar moeder en broer heeft verduisterd

Rechtbank Limburg 1 december 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:10389

De verdenking komt erop neer dat verdachte 39.082,89 euro en/of 47.105,30 euro heeft geheeld dan wel heeft witgewassen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de opzetheling wordt bewezenverklaard. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte de administratie betreffende de financiële zaken van zijn schoonmoeder naam en schoonbroer naam bijhield en derhalve op de hoogte was van de geldbedragen die zijn echtgenote, medeverdachte, heeft verduisterd.

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsman primair aangevoerd dat niet kan worden bewezenverklaard dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn en subsidiair dat wanneer de rechtbank wel tot een oordeel komt dat de geldbedragen middels verduistering zijn verworven, verdachte - gelet op zijn administratieve rol - als medepleger van verduistering aangemerkt zou moeten worden en derhalve niet veroordeeld kan worden als heler of witwasser.

Het oordeel van de rechtbank

Aan verdachte wordt verweten dat hij de geldbedragen heeft geheeld dan wel witgewassen, die zijn echtgenote, medeverdachte naam, van haar moeder en broer heeft verduisterd.

Bij vonnis van heden heeft de rechtbank medeverdachte naam vrijgesproken van de verduistering van deze geldbedragen. Nu ook niet anderszins kan worden vastgesteld dat de betreffende geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn, dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem primair, subsidiair ten laste gelegde. Ook voor het meer subsidiair ten laste gelegde witwassen ontbreekt ieder bewijs, zodat verdachte ook hiervoor dient te worden vrijgesproken.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF