Vrijspraak van verduistering: Geen sprake van feitelijke beschikkingsmacht bij storting op rekening partner

Rechtbank Gelderland 26 april 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:1971

Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 15 juli 2013 t/m 22 juli 2015 te Giesbeek, gemeente Zevenaar, althans in Nederland, opzettelijk een geldbedrag (ongeveer 26.000,- euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geldbedrag verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, (dat geldbedrag was onverschuldigd door die slachtoffer gestort op bankrekening), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan.

Voor een bewezenverklaring van verduistering van het geldbedrag van € 26.000,- dient allereerst te worden vastgesteld dat verdachte op enig moment de feitelijke beschikkingsmacht heeft gehad over voornoemd geldbedrag. In dat kader is van belang of verdachte (mede)rekeninghouder was van de rekening waarop aangever het geldbedrag van € 26.000,- heeft gestort. Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting niet worden vastgesteld dat dit het geval was, nu het bedrag is overgemaakt op een rekening op naam van de partner van verdachte en niet blijkt dat er sprake was van een en/of rekening. De rechtbank stelt vast dat hiernaar ook geen nader onderzoek is gedaan. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat verdachte als (mede)rekeninghouder van de betreffende rekening kan worden aangemerkt en dat verdachte anderszins op enig moment de beschikkingsmacht heeft gehad over het geldbedrag van € 26.000,-. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat de rechtbank de verdachte hiervan zal vrijspreken.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Print Friendly and PDF