Vrijspraak van oplichting van Canon en G-Star, bewezenverklaring witwassen

Rechtbank Maastricht 19 maart 2013, LJN BZ5486

Feiten

Door UPS is aangifte gedaan van (poging tot) oplichting. UPS verricht voor het bedrijf G-star werkzaamheden waarvoor G-Star betalingen verricht op een bankrekening van UPS. G-star heeft een e-mail ontvangen van een persoon, met het verzoek het bestaande rekeningnummer van UPS te wijzigen in een nieuw rekeningnummer. G-Star heeft aan dit verzoek gevolg gegeven en vervolgens een betaling verricht op het nieuwe rekeningnummer. Dit ABN Amro rekeningnummer staat echter op naam van een ander bedrijf. Het geld is niet bij UPS terecht gekomen. Via internet is dit bedrijf opgezocht. De eigenaar hiervan bleek te zijn verdachte.

Ook G-star heeft aangifte gedaan van oplichting. Namens G-star Int. B.V. is verklaard dat het bedrijf voor het verzenden van goederen gebruikt maakt van de diensten van UPS.

Op 20 april 2010 kreeg G-star een brief van UPS dat het rekeningnummer (van UPS) met onmiddellijke ingang was gewijzigd. G-star heeft het rekeningnummer aangepast en betalingen  overgemaakt naar het nieuwe nummer. Op 23 april 2010 is een bedrag van € 157.377,40 naar UPS overgemaakt. Op 7 mei 2010 werd G-star gebeld met de vraag of de betaling wel naar het correcte rekeningnummer was uitgevoerd. Dat bleek niet het geval te zijn. Kennelijk heeft iemand G-star een brief gestuurd en zich daarbij voorgedaan als UPS.

Behalve door G-star werd ook aangifte gedaan namens Canon Europe N.V. Namens Canon is verklaard dat door Canon op 22 april 2010 een brief ontvangen werd van UPS, waarin aan Canon werd verzocht het rekeningnummer van UPS te wijzigen. Op 27 april 2010 is er door Canon een betaling verricht van € 263.247,33 euro op het nieuwe rekeningnummer. Op 7 mei 2010 werd op dat nummer nog een bedrag van € 355,60 door Canon gestort. Op 7 mei 2010 kreeg Canon een telefoontje van de Deutsche Bank met de mededeling dat het rekeningnummer niet bij de echte UPS hoort. Een en ander is gecontroleerd en het nummer bleek te horen bij het bedrijf van verdachte.

Verdenking

De verdenking komt er op neer dat verdachte:

  • Feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen (dan wel schuldwitwassen) van grote hoeveelheden geld (ongeveer € 157.377,40 en/of ongeveer € 263.602,93). 
  • Feit 2: samen met (een) ander(en) Canon Europa N.V. en/of G-star heeft opgelicht, dan wel daaraan medeplichtig is geweest. 

Standpunt officier van justitie 

Feit 1

Volgens de officier van justitie blijkt uit de gehele gang van zaken dat verdachte wetenschap heeft gehad van het feit dat de door hem ontvangen geldbedragen, middelijk of onmiddellijk, uit misdrijf afkomstig waren. De wisselende verklaringen die verdachte heeft afgelegd over zijn rol in het geheel acht de officier van justitie ongeloofwaardig.

Feit 2 

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan. Verdachte moet van die feiten worden vrijgesproken.

Standpunt verdediging 

Feit 1 

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair tenlastegelegd feit kan worden bewezen, met dien verstande dat niet kan worden bewezen dat verdachte ook het door hem ontvangen geldbedrag van G-star heeft witgewassen. Op grond van de stukken in het dossier kan immers niet worden vastgesteld dat verdachte opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin, op het witwassen van dit geldbedrag. Verdachte moet daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Feit 2 

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten, zodat verdachte van die feiten moet worden vrijgesproken.

Oordeel rechtbank

Feit 1

De rechtbank is van oordeel dat de gelden die verdachte heeft verworven en enkele dagen voorhanden heeft gehad middellijk of onmiddellijk afkomstig waren van enig misdrijf, namelijk van oplichting. Zowel G-star als Canon is immers door middel van een valse e-mail bewogen om geld, dat bestemd was voor UPS, over te maken op de rekening van verdachte, zonder dat die hier recht op had. Uit de bankafschriften en de verklaring van verdachte volgt bovendien dat de gelden ook daadwerkelijk op de rekening van verdachte zijn overgemaakt, Verdachte wist dat deze bedragen waren ontvangen en ook dat ze vervolgens zijn doorgeboekt naar andere rekeningen.

Dit brengt de rechtbank bij de vraag of verdachte ook wist (al dan niet in voorwaardelijke zin) dat de door hem ontvangen bedragen afkomstig waren van een misdrijf. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

De verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor zijn handelen (dan wel nalaten te handelen). De rechtbank is van oordeel dat verdachte door de ontvangst en het (laten) wegsluizen van de geldbedragen, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij deze gelden heeft witgewassen.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in ieder geval in voorwaardelijke zin wetenschap hiervan had. De rechtbank acht daarom feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2 

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegd feit heeft begaan. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF