Vrijspraak PGB-fraude

Rechtbank Rotterdam 19 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3005

De officier van justitie verwijt de verdachte dat zij ten aanzien van vier nader aangeduide personen verantwoordingsformulieren Persoonsgebonden budget (PGB) valselijk heeft gemaakt, alsmede dat zij ten aanzien van drie andere nader aangeduide personen facturen voor thuiszorg valselijk heeft opgemaakt.

Standpunt officier van justitie

De medeverdachte naam medeverdachte was bestuurder van een zorgbureau met ruim honderd klanten, naam rechtspersoon. De organisatie legde zich vooral toe op het verlenen van thuiszorg. Het ging met name om zieke, oudere Turkse mensen. naam rechtspersoon. verzorgde voor deze mensen ook de aanvraag van PGB en verleende hulp bij het doen van de PGB-administratie.

De facturen van naam rechtspersoon. vermeldden veel meer zorg dan daadwerkelijk was geleverd. De facturen waren niet gebaseerd op gewerkte/afgenomen zorguren, maar zij werden standaard opgemaakt door het geheel toegekende PGB te delen door het door naam rechtspersoon gehanteerde uurtarief. Aldus was er geen enkele relatie tussen de uren zoals vermeld op de facturen en de daadwerkelijk geleverde zorg. Ook waren er gevallen waarin er minder zorg was geleverd dan werd verantwoord aan het zorgkantoor. Met name tijdens langdurig verblijf in Turkije werd de zorg verantwoord alsof de cliënt zich in Nederland bevond, terwijl naam rechtspersoon. in die periode in het geheel geen zorg leverde. Daarnaast organiseerde naam rechtspersoon. vakantiereizen naar een luxeresort in Turkije, bekostigd uit het PGB. Wilden cliënten langer in Turkije blijven, dan kregen zij contant geld toe om aldaar zorg in te kopen. De facturering van zorg als ware deze geleverd door naam rechtspersoon. in Nederland liep gewoon door.

De verdachte was als administratief medewerkster werkzaam bij naam rechtspersoon. Zij heeft, in opdracht van voornoemde naam medeverdachte, de tenlastegelegde valse facturen en valse verantwoordingsformulieren opgemaakt.

Beoordeling rechtbank

Wat betreft de PGB-verantwoordingsformulieren.

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte ter zitting uitdrukkelijk heeft ontkend dat zij de in de tenlastelegging bedoelde PGB-verantwoordingsformulieren heeft ingevuld. Uit het dossier, aldus de raadsman, is weliswaar gebleken dat de verdachte soms verantwoordingsformulieren invulde, maar ook dat andere medewerkers van naam rechtspersoon. eveneens verantwoordingsformulieren hebben opgemaakt. Vergelijking van het handschrift op die verschillende formulieren maakt in elk geval aannemelijk dat deze door verschillende personen zijn ingevuld. Nu niet duidelijk is of, en zo ja welk van de formulieren door de verdachte is ingevuld, dient vrijspraak te volgen.

Dit verweer slaagt. Van dit deel van het tenlastegelegde dient de verdachte om deze redenen te worden vrijgesproken.

Wat betreft de facturen.

Voorts is, onder andere op basis van verdachtes eigen verklaring, wel komen vast te staan dat de verdachte de tenlastegelegde facturen heeft opgemaakt. Echter, de verdachte heeft ontkend dat zij wist dat de facturen valselijk werden opgemaakt. De rechtbank heeft, mede gelet op de positie van de verdachte binnen naam rechtspersoon., op grond van het aanwezige bewijsmateriaal niet de overtuiging gekregen dat de verdachte voormelde facturen opzettelijke valselijk heeft opgemaakt. Ook van dit deel van het tenlastegelegde dient de verdachte dus te worden vrijgesproken.

Conclusie

Het tenlastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF