Vrijspraak medeplichtigheid oplichting: geen betrokkenheid bij bedrijf(svoering), niet blijkt van opzet op oplichting

Rechtbank Noord-Nederland 16 februari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:563

De rechtbank acht het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde eveneens niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarvan ook worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij het volgende.

Vast staat dat medeverdachte 2 verdachte heeft benaderd om voor medeverdachte 1 iets op te halen. Van mededader1 hoorde verdachte dat het ging om twee jaccuzi's en een bar. Hij kreeg van haar een kopie van een ID-kaart (van naam) mee en € 200,00 voor de borg. Verdachte kon de auto van mededader2 lenen en heeft samen met medeverdachte 3 de goederen opgehaald en naar de garagebox gebracht.

Voor een bewezenverklaring is noodzakelijk dat vastgesteld kan worden dat verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij de door de medeverdachte(n) gepleegde oplichting(en). Nergens blijkt echter uit dat verdachte op enigerlei wijze betrokken was bij de onderneming van mededader1 noch dat hij kon weten dat de overeenkomst voor de huur van de jaccuzi's en bar was gesloten onder een valse naam met de intentie om de goederen niet te retourneren en de kosten niet te betalen. Verdachte is enkel benaderd om de goederen op te halen. Dat verdachte geen onderzoek heeft ingesteld naar de door hem aan aangever overgelegde kopie van de ID kaart van naam acht de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van de ten laste gelegde medeplichtigheid.

Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Print Friendly and PDF