Vrijspraak medeplegen: de enkele omstandigheid dat de verboden gedragingen feitelijk zijn gepleegd door verdachte en diens gedragingen aan de rechtspersoon zijn toegerekend, kan niet meebrengen dat verdachte het strafbare feit tezamen met de rechtspersoon heeft medegepleegd

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5393 Aan verdachte is ten laste gelegd:

  • (medeplegen van) opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 22 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, door zelf verpakkingen van 100 milliliter te maken van gewasbeschermingsmiddelen zonder op de verpakking een etiket aan te brengen (feit 1).
  • (medeplegen van) overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 71 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen biociden, door zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid gewasbeschermingsmiddelen te ontvangen en voorhanden te hebben gehad (feit 2).
  • (medeplegen van) opzettelijke overtreding van artikel 67 van verordening (EG) 1107/2009, doordat heeft hij, als distributeur van gewasbeschermingsmiddelen, geen registers heeft bijgehouden van de gewasbeschermingsmiddelen die hij heeft opgeslagen en/of op de markt heeft gebracht en/of die registers niet gedurende ten minste vijf jaar heeft bewaard (feit 3).

Vrijspraak feit 3

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde. De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Het hof is van oordeel dat verdachte niet kan worden aangemerkt als ‘distributeur’ in de zin van artikel 1.1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Artikel 1.1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden definieert in het eerste lid het begrip ‘distributeur’ als:

‘elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ervoor zorgt dat gewasbeschermingsmiddelen of biociden in de handel verkrijgbaar zijn, met inbegrip van groothandelaren, detailhandelaren, verkopers en leveranciers.’

Het hof is van oordeel dat de rechtspersoon bedrijf in de onderhavige zaak als distributeur is aan te merken op grond van artikel 1.1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het hof acht het geen juiste interpretatie van dit artikel dat náást de rechtspersoon, óók elk personeelslid - althans één of meerdere personeelsleden - van deze rechtspersoon als distributeur is/zijn aan te merken.

In de onderhavige zaak gaat het hof ervan uit dat uitsluitend bedrijf als distributeur is aan te merken. Nu het hof verdachte niet ook als distributeur ziet in de zin van het hiervoor genoemde artikel, spreekt het hof hem vrij van het onder 3 tenlastegelegde.

Voor het verwijt dat verdachte tezamen en in vereniging met bedrijf heeft gehandeld, is naar het oordeel van het hof in het dossier onvoldoende bewijs aanwezig. Daarom is ook geen sprake van medeplegen.

Vrijspraak medeplegen feit 1 en 2

De advocaat-generaal acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte en bedrijf niet allebei als medepleger aangemerkt kunnen worden.

Het hof spreekt verdachte vrij van het onder 1 en 2 tenlastegelegde medeplegen. De enkele omstandigheid dat de verboden gedragingen feitelijk zijn gepleegd door verdachte - als manager van bedrijf - en diens gedragingen vervolgens aan bedrijf zijn toegerekend, kan niet meebrengen dat verdachte het strafbare feit tezamen met de rechtspersoon heeft medegepleegd. Voorts is er onvoldoende bewijs voorhanden waaruit blijkt dat verdachte tezamen met één of meer andere personeelsleden van bedrijf het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Feit 1: opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 22 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, meermalen gepleegd.

Feit 2: overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 71 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, meermalen gepleegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 22 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, door zelf verpakkingen van 100 milliliter te maken van gewasbeschermingsmiddelen zonder op de verpakking een etiket aan te brengen.

Voorts heeft verdachte zich daarnaast schuldig gemaakt aan overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 71 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen biociden, door zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid gewasbeschermingsmiddelen te ontvangen en voorhanden te hebben gehad.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot een voorwaardelijke taakstraf  van 30 uur met een proeftijd van 2 jaar.

Het hof veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot een voorwaardelijke taakstraf van 10 uur met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF