Vrijspraak loodgieters Harderwijk blijft in stand

Hoge Raad 27 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:435 en ECLI:NL:HR:2018:441

De Hoge Raad laat de vrijspraak van twee loodgieters uit Harderwijk in stand. Zij werden eerder door het hof vrijgesproken van schuld aan de dood van een vader en zoon door koolmonoxidevergiftiging.

Op 21 en 22 januari 2013 kwamen de vader en zoon in een recreatiewoning op een bungalowpark in Zeewolde door koolmonoxidevergiftiging om het leven. De koolmonoxide was afkomstig uit een door de twee verdachten, ook een vader en zoon, geïnstalleerde cv-ketel. Het OM vervolgde de twee voor het medeplegen van dood door schuld in de uitoefening van hun beroep. De rechtbank veroordeelde alleen de vader, zijn zoon werd vrijgesproken. In hoger beroep sprak het hof beiden vrij. Het OM stelde vervolgens beroep in cassatie in.

De Hoge Raad kan niet onderzoeken of het hof terecht tot vrijspraak is gekomen. Het is aan de feitenrechter om het beschikbare bewijsmateriaal te selecteren en te waarderen.

Het hof oordeelde in deze zaak dat geen causaal verband kon worden vastgesteld tussen het handelen van verdachten en de koolmonoxidevergiftiging. Daarmee kon de vergiftiging niet aan de verdachten worden toegerekend. Dit oordeel is volgens de Hoge Raad niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.

Met deze uitspraak zijn beide vrijspraken definitief geworden.
 

Uitspraken

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF