Vordering benadeelde partij & eigen risico

Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:609

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 22 mei 2015, waarbij de verdachte voor “poging tot doodslag” is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden, grotendeels bevestigd.

Het hof is nader ingegaan op het beroep op strafvermindering vanwege onredelijke vertraging en is met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij tot nieuwe beslissingen gekomen.

Bewezen is verklaard dat de verdachte de aangever op 26 januari 2015 met een mes in de borst heeft gestoken. Blijkens de bewijsvoering was sprake van een longlaceratie en pneumothorax.
 

Middel

Het middel keert zich bezien in samenhang met de toelichting tegen de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij wat betreft de schadepost “eigen risico”.

Blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal, is ter terechtzitting van het hof van 12 januari 2017 door de raadsman van de verdachte het volgende opgemerkt:

De medische kosten zijn beschreven in een stuk van 16 februari 2015. Maar er is helemaal niets bekend over overige medische kosten van het slachtoffer in het jaar 2015. Zo kan een rechtstreeks verband niet worden vastgesteld.

(…)

De kwestie van het eigen risico is niet duidelijk.”

Het hof heeft in het bestreden arrest ten aanzien van de gevorderde medische kosten het volgende overwogen:

“De verdediging heeft de door de benadeelde partij gestelde materiële schade ter zake van medische kosten ad €4051 inhoudelijk betwist. Aangevoerd is dat met betrekking tot de schadepost “eigen risico” niet vastgesteld kan worden dat een rechtstreeks verband aanwezig is tussen het handelen van de verdachte en deze schadepost zo lang er niets bekend is over eventuele andere medische kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt in 2015.

(…)

Met betrekking tot hetgeen de verdediging heeft aangevoerd over het eigen risico stelt het gerechtshof vast dat het rechtstreeks verband tussen deze kostenpost en het handelen van de verdachte voldoende vast staat op grond van het zeer geringe tijdsverloop tussen de schade veroorzakende gedraging, die op 26 januari 2015 heeft plaatsgevonden, de direct daarop volgende opname in het ziekenhuis en de datum op de factuur ter zake van het eigen risico, te weten 16 februari 2015, welke factuur door de verzekeraar reeds werd verzonden voordat het slachtoffer voor de tweede keer het ziekenhuis had verlaten.”
 

Conclusie AG

7. Ik heb mij afgevraagd waar het de steller van het middel nu precies om te doen is. Kennelijk bedoelt de steller van het middel in cassatie niet de stelling te betrekken dat er op zichzelf geen rechtstreeks verband kan bestaan tussen de medische kosten die voortvloeien uit de bijdrage eigen risico enerzijds en het handelen van een verdachte anderzijds, noch dat het oordeel van het hof daarover zou steunen op een onjuiste rechtsopvatting,2 maar richt hij zijn klacht tegen de onderbouwing van deze post gelet op hetgeen de raadsman ter ’s hofs terechtzitting naar voren heeft gebracht over medische kosten in een kalenderjaar. Ik citeer uit de toelichting op het middel: “Weliswaar kan als vaststaand worden aangemerkt dat de factuur van 16 februari 2015 betrekking heeft op medische kosten in verband met het bewezenverklaarde feit. Maar nu geen informatie bekend Is geworden over eventuele andere medische kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt in het jaar 2015, waarop evenzeer het eigen risico van toepassing is, kan niet worden vastgesteld dat het (gedeeltelijk) opsouperen van het eigen risico over het jaar 2015 rechtstreeks verband houdt met het bewezenverklaarde feit. Het al dan niet gedeeltelijk opsouperen van het eigen risico over een kalenderjaar ziet immers niet slechts op een enkele gebeurtenis in verband waarmee medische kosten worden gemaakt, maar op alle medische kosten waarmee een verzekerde zich in een kalenderjaar geconfronteerd ziet.”

8. Onder de stukken van het geding bevindt zich het Schadeopgaveformulier Misdrijven met bijlagen. Dit schadeopgaveformulier en de daarbij gevoegde specificatie van het declaratieoverzicht van ZilverenKruis/achmeo laten zien dat een ziekenhuisopname noodzakelijk was en voorts dat het bedrag van €375,00 eigen risico is opgebouwd uit €54,72 voor “Ambulance kilometers” en €329,28 voor “Ambulance spoed”.

9. Het eigen risico ten bedrage van €375,00 is dus blijkens de stukken van het geding niet vergoed. Nu deze medische kosten in rechtstreeks verband staan met het handelen van de verdachte, zoals het hof (op juiste wijze) heeft vastgesteld, is het bestreden oordeel van het hof ter zake van de bijdrage eigen risico in het licht van hetgeen de raadsman ter terechtzitting heeft aangevoerd, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat het hof daarbij voorts heeft gewezen op het zeer geringe tijdsverloop tussen de schadeveroorzakende gedraging (26 januari 2015), de direct daaropvolgende opname in het ziekenhuis en de datum op de factuur ter zake van het eigen risico (16 februari 2015), welke factuur, naar het hof feitelijk heeft vastgesteld, door de verzekeraar reeds werd verzonden voordat het slachtoffer voor de tweede keer het ziekenhuis had verlaten.

10. Het middel faalt.

Lees hier de volledige conclusie.

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF