Voorhanden hebben vals reisdocument (art. 231 Sr) doordat het paspoort een foto bevat van een ander dan verdachte

Gerechtshof Den Haag 30 januari 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:388

Het door de Nederlandse autoriteiten afgegeven paspoort bevat een foto van een ander dan de verdachte. De verdachte heeft deze foto zelf ingeleverd bij de aanvraag van het paspoort. Aangezien een pasfoto dient ter identificatie van de houder van een reisdocument en daarmee een essentieel onderdeel van een dergelijk officieel document vormt, dient een paspoort voorzien van een pasfoto van iemand anders dan degene op wiens naam het paspoort is gesteld te worden aangemerkt als een vals reisdocument. Een onderzoeksplicht van de burgemeester dan wel de gemeente bij de afgifte van het paspoort doet hier niet aan af.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte het verweer gevoerd dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat niet het juiste wetsartikel ten laste is gelegd, nu op de onderhavige situatie niet artikel 231 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, maar artikel 447b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Subsidiair heeft de raadsman van de verdachte betoogd dat de burgemeester van Rotterdam als verstrekker van het paspoort een onderzoeksplicht heeft naar de juistheid hiervan bij afgifte, welke in het onderhavige geval is geschonden, zodat de verdachte een beroep op een schulduitsluitingsgrond toekomt.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als bij zijn politieverhoor d.d. 10 februari 2017 heeft de verdachte verklaard dat hij bij de afgifte c.q. het in ontvangst nemen van het op zijn naam gestelde vluchtelingenpaspoort heeft opgemerkt dat dit paspoort niet zijn eigen pasfoto, maar een pasfoto van zijn neef bevatte, welke pasfoto door de verdachte bij de aanvraag van zijn, verdachtes, nieuwe paspoort was ingeleverd. Desondanks heeft de verdachte er niet voor gekozen om dit bij de gemeente te melden, maar om het paspoort jarenlang in zijn bezit te houden en pas in te leveren bij het ophalen van een nieuw aangevraagd paspoort.

Aangezien een pasfoto dient ter identificatie van de houder van een reisdocument en daarmee een absoluut essentieel onderdeel van een dergelijk officieel document vormt, dient een paspoort, voorzien van een pasfoto van iemand anders dan degene op wiens naam het paspoort is gesteld, naar het oordeel van het hof, te worden aangemerkt als een vals reisdocument. Nu de verdachte wist van deze valsheid en het betreffende reisdocument geruime tijd voorhanden heeft gehad is naar het oordeel van het hof voldaan aan de strafbaarstelling zoals neergelegd in artikel 231 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Een onderzoeksplicht van de burgemeester dan wel de gemeente bij de afgifte van het paspoort doet hier niet aan af.

De verweren van de raadsman worden derhalve verworpen.
 

Bewezenverklaring

  • in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet, dat het vals is.
     

Strafoplegging

Een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf voor de duur van 60 uren.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF