VIP-controle uitgevoerd met het oog op het ter kennis van verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, geen daad van vervolging

Hoge Raad 8 april 2014. ECLI:NL:HR:2014:845

Bij inleidende dagvaarding is aan de verdachte tenlastegelegd het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan in de periode "in of omstreeks" 1 oktober 1995 tot en met 31 mei 1996.

Het Hof heeft bij arrest van 31 maart 1999 het tenlastegelegde bewezenverklaard en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Ingevolge art. 72, eerste lid, Sr wordt de verjaring gestuit door elke daad van vervolging. Sedert de inwerkingtreding op 1 januari 2006 van de wet van 16 november 2005, Stb. 595 (opheffing verjaringstermijn bij zeer ernstige delicten) geldt niet meer de eis dat die daad de vervolgde bekend of betekend moet zijn.

Bij de stukken van geding bevindt zich een "Mededeling uitspraak (V.V.)" van het Ressortsparket 's-Gravenhage, die op 22 februari 2012 aan de verdachte in persoon is uitgereikt naar aanleiding waarvan deze op 27 februari 2012 beroep in cassatie heeft ingesteld. Deze mededeling is gedateerd 30 augustus 2010 doch op grond van de voetregel moet worden aangenomen dat het hier gaat om een in de computer opgeslagen document dat op 22 december 2011 is uitgeprint. In deze mededeling zijn het rolnummer 22/002340-98, de kwalificatie van het bewezenverklaarde, de pleegdata, de toegepaste wetsbepalingen en de opgelegde straf vermeld. Voorts houdt deze mededeling in dat de verdachte zich voor inlichtingen kan wenden tot "de griffie van het gerechtshof, Prins Clauslaan 60 te 's-Gravenhage".

Deze mededeling dient te worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 72, eerste lid, Sr welke de verjaring stuit. Daaraan doet niet af dat in die mededeling niet is vermeld de naam van het gerecht dat het arrest heeft gewezen, nu 's Hofs arrest door de vermelding van de overige hiervoor onder 2.3 opgesomde gegevens voldoende is geïndividualiseerd (vgl. HR 10 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AC1232, NJ 1990/57).

Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende twaalf jaren voorafgaand aan het uitprinten van voormelde mededeling op 22 december 2011 enige daad van vervolging is verricht. Daarbij verdient opmerking dat - zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal met juistheid wordt gesteld - in een geval als het onderhavige een zogenoemde VIP-controle die is uitgevoerd met het oog op het ter kennis van de verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 72, eerste lid, Sr.

Nu de hiervoor vermelde feiten bij art. 225, eerste lid, Sr strafbaar zijn gesteld als misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren is gesteld, is de in art. 70, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr bepaalde verjaringstermijn verstreken. Het recht tot strafvordering is dus vervallen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF