Verzuim niet nazenden originele exemplaar schriftuur wordt voor gedekt gehouden, nu de raadsman bij brief heeft verklaard dat hij door verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd ‘teneinde voor hem in te dienen de middelen van cassatie’

Hoge Raad 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:667

Feiten

Het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, heeft bij arrest van 20 mei 2011 verdachte wegens overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een hechtenis voor de duur van twee weken.

Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.

Namens verdachte heeft mr. B.J. Driessen, advocaat te Nijmegen, per fax een schriftuur houdende een middel ingediend. Een origineel exemplaar van de schriftuur is bij de Hoge Raad niet binnengekomen.

Beoordeling Hoge Raad: Ontvankelijkheid van het beroep

Art. VI lid 5 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2008 luidt als volgt: "De indiening van de schriftuur is (...) vormvrij; zij kan worden ingediend hetzij door inlevering op de griffie van de Hoge Raad, hetzij door verzending per post of koeriersdienst, hetzij door verzending via de fax (mits gevolgd door inlevering of verzending van het originele exemplaar). Volstaan kan worden met de indiening van één exemplaar."

De raadsman heeft na verzending van de cassatieschriftuur per fax op 28 november 2011 niet het originele exemplaar van de schriftuur nagezonden. Vervolgens heeft de strafadministratie van de Hoge Raad de raadsman bij brief van 30 november 2011 erop gewezen dat deze schriftuur niet inhoudt de verklaring dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot de indiening, en is hem gelegenheid geboden dit verzuim te herstellen. Bij door hem ondertekende brief van 7 december 2011 heeft de raadsman verklaard dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd "teneinde voor hem in te dienen de middelen van cassatie", hetgeen bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als door hem met zijn handgeschreven handtekening bekrachtigde verklaring dat de verdachte hem bepaaldelijk heeft gevolmachtigd tot het indienen van de per fax ingezonden cassatieschriftuur. Gelet hierop gaat de Hoge Raad voorbij aan het verzuim betreffende de nazending van de originele schriftuur.

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF